Verloren helden

In memoriam: The Troggs-zanger Reg Presley (1941-2013)

Reg Presley van garagerockband The Troggs is gisteren op 71-jarige leeftijd overleden. De zanger leed al lange tijd aan longkanker.

Presley werd geboren als Reginald Maurice Ball. De metselaar was in 1964 een van de oprichters van de Britse formatie The Troggs. Daarmee schreef hij in 1966 rockgeschiedenis toen de hitversie van Wild Thing verscheen, een van de beroemdste songs uit de sixties en van grote invloed op latere garagebands. Mede dankzij de bekende riff is deze ondeugende bewerking vanaf de eerste paar seconden herkenbaar. Het lied was niet van de band zelf, maar werd wel een klassieker in handen van The Troggs. Een eveneens onsterfelijke versie door Jimi Hendrix volgde in 1967, tijdens een van de meest memorabele momenten van het beroemde Monterey Pop Festival.

Met Wild Thing, de tweede single na het geflopte Lost Girl, bereikte The Troggs ook in Nederland de top vijf, maar de band wist dat succes hetzelfde jaar nog te overtreffen met de vrolijke nummer 1-hit With A Girl Like You. Ook met de volgende reeks singles bleef The Troggs de hitlijst bereiken, waaronder het door Presley geschreven I Can’t Control Myself en Any Way That You Want Me (opnieuw van de hand van Wild Thing-schrijver Chip Taylor).

Presley schreef ook de mierzoete ballad Love Is All Around een hit in 1967 voor The Troggs en in de jaren negentig voor popgroep Wet Wet Wet. Eind jaren zestig nam het succes van de band af en de in de jaren zeventig uitgebrachte singles (waaronder covers van The Beach Boys’ Good Vibrations en Satisfaction van de Stones) deden weinig tot niets. Reg Presley bracht ook enkele solosingles uit, waaronder Lucinda Lee (1969) en een nieuwe versie van Wild Thing met glamrocker Suzi Quatro.

Berucht zijn de Troggs Tapes, waarop twaalf minuten lang hevig geruzie tussen de bandleden te horen was (een officiële release volgde in 1992, op de compilatie Archeology 1966-1976). In 1976 bracht de band zelf ook een album uit met de titel The Trogg Tapes, maar dan met echte songs.

De invloed van The Troggs op latere acts was groot. Zo nam ook R.E.M. een cover van Love Is All Around op, uitgebracht als b-kant van de single Radio Song (1991). Leden van R.E.M. werkten zelfs met The Troggs samen aan het album Athens Andover (1992). The Troggs bleef voortbestaan, zelfs nadat Presley in 2010 een beroerte kreeg. Hij kreeg er nog een te verduren in december 2011, en dat deed hem beslissen te stoppen als zanger bij de band.

Hoewel het succes niet lang mocht duren, is de bijdrage van The Troggs met vooral Wild Thing van onschatbare waarde voor de rockgeschiedenis. Voormalig Rolling Stones-manager en producer Andrew Loog Oldham bracht een passende ode op Twitter: “R.I.P. Reg Presley of The Troggs. A long time served in the rock trenches. Always innovative.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Hawkwind-gitarist Huw Lloyd-Langton (1951-2012)

Nadat eerder dit jaar medeoprichter en bassist John Harrison overleed, is spacerockband Hawkwind opnieuw een belangrijk bandlid verloren. Afgelopen donderdag stierf gitarist Huw Lloyd-Langton na een lang gevecht tegen kanker.

Op veel van de klassieke Hawkwind-albums, zoals Doremi Fasol Latido (1972) en Space Ritual (1973), is Lloyd-Langton niet te horen. Wel speelde hij op kwalitatief zeer hoogstaande latere albums als Levitation (1980) en The Chronicle Of The Black Sword (1985).

Toch gaat de geschiedenis van Lloyd-Langton met Hawkwind verder terug dan de jaren tachtig. De band debuteerde in 1970 met een titelloos album waarop Langton gitaar speelt. Hoewel dat album niet de status heeft van de eerder genoemde prachtplaten, is de lp – met onder meer de uitstekende openingstrack Hurry On Sundown – alleen al van historisch belang omdat het een van de eerste in het genre ‘space rock’ was.

Kort nadat een combinatie van sinaasappelsap en lsd tijdens het historische Isle Of Wight Festival in 1970 nare gevolgen had voor Lloyd-Langton (“Ik heb mazzel dat ik er nog over kan praten”, zegt hij in het boek Hawkwind: Sonic Assassins), stapte hij uit de band. Terwijl Hawkwind in kwalitatief opzicht een gouden periode tegemoet ging – waaraan ook Lemmy van Motörhead bijdroeg – speelde Lloyd-Langton onder meer in de band van popzanger Leo Sayer.

In 1979 kwam Lloyd-Langton terug bij Hawkwind. Hij maakte het livealbum Live Seventy Nine en de studioklassieker Levitation, beide verschenen in 1980. Op laatstgenoemde speelde niemand minder dan Ginger Baker van Cream drums. In de daaropvolgende jaren speelde Lloyd-Langton mee op de albums Sonic Attack (1981), Church Of Hawkwind (1982), Choose Your Masques (1983), This Is Hawkwind: Do Not Panic (1984), The Chronicle Of The Black Sword (1985), Live Chronicles (1986) en The Xenon Codex (1988). Ook als liedschrijver droeg hij bij aan diverse tracks op deze albums.

Naast zijn werk met Hawkwind richtte de uiterst getalenteerde gitarist in de jaren tachtig zijn Lloyd-Langton Group op. In 1988 verliet hij Hawkwind opnieuw, maar in de eenentwintigste eeuw deed hij nog korte tijd mee met zijn oude band.

Na een twee jaar durende strijd tegen zijn ziekte, overleed Lloyd-Langton donderdag op 61-jarige leeftijd. Op de officiële website van Hawkwind werd op 7 december het volgende bericht geplaatst:

“Met immens verdriet willen we jullie laten weten dat onze goede vriend en collegamuzikant Huw Lloyd Langton gisteren vredig is gestorven. Huw vocht de afgelopen jaren moedig tegen kanker, maar was vastberaden de strijd geen effect te laten hebben op zijn dagelijkse leven. Hij bleef gitaar spelen, lachen, grappen maken en de liefde in zijn hart delen met iedereen die hem kende. Zoals hij het wilde, was hij thuis op het moment van zijn overlijden, met zijn constant sterke en liefdevolle vrouw Marion aan zijn zijde. Huw was een van de gitaristen met een individuele stijl en karakter. Hij is niet meer onder ons maar we zullen hem nooit vergeten. Hij leeft voort in onze muziek en in onze harten.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Spirit-drummer Ed Cassidy (1923-2012)

Meer treurig classic rocknieuws. Invloedrijk drummer Ed Cassidy, alias Mr. Skin, is afgelopen donderdag overleden op 89-jarige leeftijd aan kanker. Cassidy was een van de oprichters van de psychedelische rockband Spirit. Mark Andes, bassist van die band, op Facebook: “RIP Ed Cassidy, one of the world’s greatest drummers… loved you Cass.”

Spirit was een van de meest ongewone bands van de jaren zestig. Al op het eerste album Spirit (1968) bewees de psychedelische rockformatie zich een zeer vernieuwende act. Beroemd is bijvoorbeeld de instrumentale track Taurus van deze lp, waarvan Jimmy Page later de gitaarakkoorden zou lenen voor Led Zeppelins meesterstuk Stairway To Heaven. Overigens zouden de rockgoden van het op dat moment nog onbekende Led Zep in 1969 zelfs nog even in het voorprogramma van Spirit staan.

De altijd in het zwart geklede Ed Cassidy, die Mr. Skin werd genoemd vanwege zijn kaalschoren hoofd, was rond de tijd waarin Spirit debuteerde opmerkelijk genoeg al halverwege de veertig. Hij had echter al vele jaren ervaring opgedaan bij jazzlegendes als Roland Kirk en Chet Baker, en met muziek voor films. De jazzinvloeden in de muziek van Spirit waren dan ook vooral aan Cassidy te danken.

Interessant is de in 1964 opgerichte bluesband Rising Sons, waarin behalve Cassidy onder anderen de legendarische bluesman Taj Mahal en latere gitaargrootheid Ry Cooder speelden. Opnames van deze groep verschenen pas in 1992 op het album Rising Sons Featuring Taj Mahal And Ry Cooder.

Na Rising Sons richtte Cassidy met gitarist Randy California (zijn stiefzoon), zanger Jay Ferguson en bassist Mark Andes de groep Red Roosters op. Met de toevoeging van toetsenist John Locke werd de naam veranderd in Spirit. Hoewel deze band niet bijzonder veel commercieel succes oogstte, werden de eerste albums sixtiesklassiekers. Het debuut kreeg in hetzelfde jaar het even indrukwekkende The Family That Plays Together (toepasselijke titel gezien de band tussen Cassidy en California) als vervolg. Daarop staat de Amerikaanse hitsingle I Got A Line On You. Producer van de eerste drie Spirit-lp’s was niemand minder dan Lou Adler, bekend van o.a. het legendarische Carole King-album Tapestry.

Het absolute meesterwerk van Spirit volgde in 1970. Het stilistisch diverse vierde album Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus geldt als een absoluut hoogtepunt binnen de progressieve rock van de vroege jaren zeventig. Cassidy tegen Los Angeles Times in 1991: “Wat ik wilde was een band zonder categorieën die alles kon proberen, iedere stijl, en deze helemaal eigen kon maken.”

De creatieve mijlpaal die Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus was, werd echter niet meer geëvenaard door de band. Cassidy hield de naam Spirit levend, tot aan de tragische verdrinkingsdood van Randy California in 1997.

Mr. Skin was overigens ook de titel van een track op Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus. Hieronder een liveversie daarvan uit 1978, die de grote klasse van Cassidy’s drumspel nog maar eens benadrukt:

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: sitarmeester Ravi Shankar (1920-2012)

Ravi Shankar, de Indiase sitarlegende, is gisteren op 92-jarige leeftijd overleden. Shankar speelde tijdens het Monterey Pop Festival en Woodstock, hielp The Concert For Bangladesh organiseren met George Harrison, en leerde die Beatle sitar spelen.

“If you appreciate the tuning so much, I hope you’ll like the playing even more”, sprak Ravi Shankar tijdens The Concert For Bangladesh in 1971, nadat hij en zijn muzikanten een daverend applaus ontvingen voordat zijn optreden daadwerkelijk van start ging. Deze woorden werden legendarisch, net zoals het concert zelf. Shankar organiseerde het met George Harrison, die hij in 1966 ontmoette en de sitar leerde bespelen. Daardoor verwierf de in eigen land al beroemde Shankar ook sterstatus in de Westerse wereld.

Het waren de folkrockers van The Byrds – om precies te zijn Roger McGuinn en David Crosby – die Harrison in 1965 tijdens een feestje kennis lieten maken met Shankars werk. De sitarvirtuoos had tegen die tijd al een reeks platen opgenomen, waaronder het inmiddels klassiek geworden Music Of India: Three Classical Ragas (1956) en muziek voor films. De drie rockers hadden behoorlijk van de lsd gesnoept en Harrison was zo onder de indruk van wat hij hoorde dat hij naar India afreisde om Shankar te ontmoeten. Wat Harrison leerde van Shankar gebruikte hij bijvoorbeeld in het lied Within You, Without You van het Beatles-meesterwerk Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967). Eerder was Harrisons sitarspel al te horen in de klassieker Norwegian Wood.

Shankars invloed bleef uiteraard niet beperkt tot de muziek van The Beatles en The Byrds. De sitar was al snel te horen in vele pop- en rockhits, waaronder Paint It, Black van de Stones en Paper Sun van Traffic. Robby Krieger, gitarist van The Doors, kreeg les op Shankars in Los Angeles gevestigde Kinnara Music School. David Crosby schreef in het boek The Dawn Of Indian Music In The West: Bhairavi: “Iedere muzikant met welk instrument dan ook zou diep geraakt moeten zijn door Ravi Shankar. Als je van muziek houdt, is het onmogelijk om dat niet te zijn.”

Shankar werd een hippie-icoon, zeker toen Amerika met hem kennismaakte op het Monterey Pop Festival in 1967, waar hij liefst vier uur speelde. Hij was de enige artiest op het programma die betaald kreeg om er te spelen. Zijn indrukwekkende optreden daar is vastgelegd in de Monterey Pop-film die regisseur D.A. Pennebaker ervan maakte. Zo zien we ook gitaargoden Jimi Hendrix en Mike Bloomfield in het publiek zitten, tussen de hippies en zichtbaar onder de indruk van Shankars werk. In augustus 1969 maakte Shankar ook op Woodstock indruk, hoewel zijn optreden niet in de bekroonde Woodstock-film te zien is.

Met zijn goede vriend George Harrison organiseerde Shankar een invloedrijke benefietconcert om geld op te halen voor vluchtelingen uit Oost-Pakistan. Behalve Harrison en Shankar zelf traden onder anderen Bob Dylan, Eric Clapton en Leon Russell op. The Concert For Bangladesh vond plaats op 1 augustus 1971. Het gelijknamige driedubbelalbum dat in hetzelfde jaar uitkwam, bereikte de bovenste positie in de Nederlandse albumlijst en won een Grammy voor album van het jaar.

Pandit Ravi Shankar, vader van zangeres Norah Jones, bleef toeren en albums uitbrengen. Hij kreeg een Oscar-nominatie voor zijn score voor Richard Attenboroughs film Gandhi (1982) en won meerdere Grammy’s. Vanwege ademhalingsproblemen werd Shankar opgenomen in een ziekenhuis in San Diego. Daar is hij gisteren overleden.

In een statement meldt zijn familie: “We weten dat jullie dit verlies allemaal met ons delen, en we danken jullie voor jullie gebeden tijdens deze moeilijke periode. Ook al is het een tijd van verdriet en treurnis, het is ook tijd om allemaal dankbaar te zijn dat hij een deel van ons leven was. Zijn geest en erfenis zullen voor altijd blijven leven in onze harten en zijn muziek.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Iron Butterfly-bassist Lee Dorman (1942-2012)

Lee Dorman, bassist van de psychedelische hardrockband Iron Butterfly en later van Captain Beyond, is afgelopen vrijdag overleden. Dorman speelde op de Iron Butterfly-klassieker In-A-Gadda-Da-Vida (1968).

In-A-Gadda-Da-Vida, afkomstig van het gelijknamige album waarvan zo’n dertig miljoen exemplaren zijn verkocht, staat bekend als een van de grootste sixtiesklassiekers en was van grote invloed op de latere heavy metal. De track had een pakkende riff en de albumversie van ruim zeventien minuten nam destijds een hele plaatkant in beslag. De singleversie van nog geen drie minuten werd in 1968 de enige hit voor Iron Butterfly.

Dorman kwam in 1967 bij deze band, maar op het debuut Heavy (1968) is hij niet te horen. Die plaat werd namelijk opgenomen voordat Dorman bassist Jerry Penrod verving. Met het tweede album In-A-Gadda-Da-Vida brak de band door, natuurlijk vooral dankzij de door zanger/toetsenist Doug Ingle geschreven titeltrack. Alle bandleden kregen in de volledige versie uitgebreid de ruimte om hun kunsten te vertonen, onder wie dus ook Dorman met zijn heavy bastonen. Ingle was de voornaamste songwriter binnen Iron Butterfly, hoewel Dorman vermelding kreeg als co-auteur van het nummer Termination en diverse tracks van latere platen.

Iron Butterfly zou op Woodstock spelen, maar de band kwam vast te zitten op het vliegveld. Er volgden twee succesvolle studioalbums (Ball uit 1969 en Metamorphosis uit 1970) en een puik livealbum (Live, 1970), voordat de band uiteenviel. Dorman richtte met onder anderen ex-Deep Purple-zanger Rod Evans de rockgroep Captain Beyond op, waarvan het titelloze debuutalbum uit 1972 direct de beste werd van de drie platen die de band uitbracht.

In latere jaren maakte Dorman deel uit van het opnieuw samengekomen Iron Butterfly en soms Captain Beyond, hoewel er na de jaren zeventig van beide bands geen nieuwe studioalbums verschenen. Dormans collega Larry ‘Rhino’ Reinhardt, gitarist van zowel Iron Butterfly en Captain Beyond, overleed begin dit jaar op 63-jarige leeftijd. Dorman werd vrijdagochtend dood gevonden in zijn auto. De doodsoorzaak is nog onbekend, maar de bassist had al lange tijd last van hartproblemen. Lee Dorman is 70 jaar geworden.

In tegenstelling tot wat velen denken, heeft Iron Butterfly meer moois gemaakt dan alleen de single en het album In-A-Gadda-Da-Vida, en is Dormans werk met Captain Beyond absoluut het ontdekken waard. Toch is het vooral die single uit 1968 waarom hij als lid van Iron Butterfly herinnerd wordt. Zelf zegt hij daarover in de cd-remaster uit 1995 van het gelijknamige album: “Het maakt niet uit wat me verder overkomt in mijn leven, ik weet dat we geschiedenis hebben geschreven met dat lied.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Mothers Of Invention-zanger Ray Collins (1936-2012)

Ray Collins, met Frank Zappa oprichter van The Mothers Of Invention, is afgelopen maandag overleden. Collins was de leadzanger op de baanbrekende debuutplaat Freak Out! (1966) en opvolger Absolutely Free (1967).

Collins ontmoette Zappa in de vroege jaren zestig en met hem speelde hij later in het bandje Soul Giants, dat vooral rhythm & blues-covers speelde. Niet lang daarna werd de band The Mothers genoemd en maakten de covers plaats voor eigen composities van Zappa. De beroemde producer Tom Wilson, die volgens Zappa dacht dat hij met een blanke bluesband te maken had, contracteerde The Mothers.

Op het label Verve bracht de band in 1966 het belangrijke en totaal ongewone dubbelalbum Freak Out! uit als The Mothers Of Invention, met Wilson als producer. De plaat bestond uit satirische songs met vreemde titels als Hungry Freaks, Daddy en Who Are The Brain Police? en staat tegenwoordig bekend als een van de eerste conceptalbums. Bovendien is Freak Out! na Blonde On Blonde van Bob Dylan het eerste dubbelalbum in de rockmuziek. Collins en Zappa schreven samen het lied Go Cry On Somebody Else’s Shoulder voor deze experimentele plaat.

Ook opvolger Absolutely Free uit 1967 heeft inmiddels de status van een klassieker, met onder meer het meesterlijke Brown Shoes Don’t Make It. Collins verliet The Mothers Of Invention in 1967, voordat het legendarische We’re Only In It For The Money (1968) verscheen. Wel is hij nog te horen op het later in ’68 uitgebrachte Cruising With Ruben & The Jets.

Collins verklaarde zijn vertrek later in een interview met The Inland Valley Daily Bulletin als volgt: “Het was te veel komedie, te veel dingen belachelijk maken.” De met de muziek van Nat King Cole en Johnny Mathis opgegroeide Collins wilde “mooie muziek maken.” Van een carrière met mooie muziek is het echter nooit gekomen. Collins stapte uit de muziek en werkte als taxichauffeur en afwasser. Ook zou hij de afgelopen jaren in een busje hebben gewoond en van een uitkering hebben geleefd.

Op 18 december kreeg Collins een hevige hartaanval. Hij overleed afgelopen maandag aan de gevolgen daarvan in een ziekenhuis in Pomona, Californiё. Ray Collins is 76 jaar geworden. Hij zat slechts korte tijd bij The Mothers Of Invention, maar door bij te dragen aan het debuutalbum Freak Out! schreef hij muziekgeschiedenis.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Van Der Graaf Generator-bassist Nic Potter (1951-2013)

Nic Potter, vooral bekend van zijn werk als bassist bij progband Van Der Graaf Generator, is overleden. Dat maakte VDGG-zanger en gitarist Peter Hammill afgelopen donderdag bekend op zijn website.

“Het spijt me enorm om aan te moeten kondigen dat de geweldige Nic Mozart overleden is in het ziekenhuis. Hij wordt zeer gemist”, schrijft Hammill op zijn website. Potter, bijnaam ‘Mozart’, kwam in 1969 bij Van Der Graaf Generator, nadat hij met drummer Guy Evans in de band The Misunderstood had gezeten.

Potters eerste bijdragen – op zowel bas als elektrische gitaar – aan een lp van VDGG was op The Least We Can Do Is Wave To Each Other (1970), dat vaak geroemd wordt als een enorme verbetering op debuut The Aerosol Grey Machine (1969). Zijn werk met Van Der Graaf Generator bleek van korte duur.  Tijdens de opnames van het derde album H To He Who Am The Only One (1970) verliet Potter het bijzondere progrockgezelschap en was zodoende op slechts enkele tracks van dat album te horen.

De bassist bleef samenwerken met Peter Hammill. Hij speelde op een groot aantal van Hammills soloplaten, waaronder Chameleon In The Shadow Of The Stage (1973) en The Silent Corner And The Empty Stage (1974). Ook werkte hij met  onder meer progband Rare Bird, Chuck Berry en Magna Carta. In een interview met Music Street Journal zegt Potter met The Beach Boys te hebben gewerkt tijdens nooit uitgebrachte opnames in Nederland.

Potter speelde begin jaren zeventig ook met Jeff Beck, nadat Rod Stewart en Ron Wood uit The Jeff Beck Group stapten. Tegen Music Street Journal zei Potter daarover: “We vormden een band en ik speelde een paar maanden lang regelmatig met hem in verschillende oefenruimtes en bij Noel Redding thuis, dichtbij waar hij zelf woonde met 33 katten en zijn vrouw of vriendin. Ik moet zeggen dat het ongelooflijk was. Cozy Powell speelde drums en we hielden audities voor een zanger voor onze nieuwe groep. Na de geweldige ervaring van het spelen en oefenen met Jeff en Cozy, en de eindeloze zoektocht naar een zanger, gingen we ieder onze eigen weg. Erg jammer.”

In 1977 keerde Potter terug bij Van Der Graaf, voor het album The Quiet Zone/The Pleasure Dome (het laatste studiowerk van de band voordat VDGG weer bij elkaar kwam in 2005, overigens zonder Potter) en live-lp Vital (1978). Vanaf de jaren tachtig bracht Potter ook een reeks soloalbums uit en werkte hij met onder anderen singer-songwriter Duncan Browne.

Nic Potter, ook actief als schilder, overleed donderdagochtend aan de gevolgen van een longontsteking. Hij werd 61 jaar.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: ‘Beatles-leermeester’ Tony Sheridan (1940-2013)

Tony Sheridan, de rock & roll-zanger die ‘the teacher’ werd genoemd door Paul McCartney, is zaterdag op 72-jarige leeftijd overleden. Met The Beatles werkte Sheridan samen aan de eerste uitgebrachte opnames van de band.

Sheridan, die eerder met beroemde muzikanten als Vince Taylor werkte, ontmoet The Beatles in 1960 in Hamburg, waar de band regelmatig optreedt. John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en de toenmalige drummer Pete Best spelen in de Indra Club, terwijl Sheridan de nabijgelegen Top Ten Club aandoet.

Het duurt niet lang voordat Sheridan met The Beatles als zijn begeleidingsband optreedt. Ze duiken in 1961 ook met elkaar de studio in, nadat Bert Kaempfert van Polydor Records ze een platencontract aanbiedt. Aangezien het woord Beatles voor Duitsers als ´pidels´ (piemels) klinkt, wordt op advies van Kaempfert de naam veranderd in Tony Sheridan & The Beat Brothers.

De opnames resulteren in 1962 in de single My Bonnie, een traditioneel lied gearrangeerd door Sheridan, met als b-kant The Saints (een bewerking van When The Saints Go Marching In). Dit plaatje is in eerste instantie niet al te succesvol, maar wekt wel de aandacht van de latere Beatles-manager Brian Epstein. Onder diens hoede krijgt de band een braver uiterlijk en bereikt het viertal de status van supersterren.

My Bonnie en de andere sessies met Sheridan worden in latere jaren nog meerdere keren opnieuw uitgebracht. Zo verschijnt in Amerika de lp The Beatles With Tony Sheridan & Guests (1964), die de Billboard top 100 bereikt. Op de plaat staat ook de Beatles-instrumental Cry For A Shadow, die net zoals een door Lennon gezongen cover van Ain’t She Sweet, in dezelfde periode is opgenomen.

Tijdens de Vietnam-oorlog treedt Sheridan op voor Amerikaanse soldaten. Hoewel hij vele platen maakt, blijven echte noemenswaardig successen uit. In 2002 brengt de zanger nog een nieuw studioalbum uit met de titel Vagabond. Waaraan de zanger precies overleden is, blijft onduidelijk. Wel is bekend dat Sheridan in 2012 nog geopereerd wordt aan zijn hart.

Tony Sheridan mag dan slechts enkele opnames met de leden van The Beatles hebben gemaakt, ze zijn wel van groot belang geweest voor de rest van de carrière van de band. Daarmee is Sheridans rol in de geschiedenis van de popmuziek niet te onderschatten.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Canterbury-legende Kevin Ayers (1944-2013)

Kevin Ayers, een van de grote namen binnen de Canterbury-scene, overleed afgelopen maandag op 68-jarige leeftijd. De zanger en bassist zat korte tijd bij de invloedrijke band Soft Machine.

De in Kent geboren cultheld start zijn carrière halverwege de jaren zestig als zanger van de band The Wilde Flowers, waarin ook onder anderen drummer Robert Wyatt en Richard Sinclair (later van Caravan) spelen. Hoewel er niet veel opnames van deze formatie bestaan, blijkt de band erg belangrijk voor de Canterbury-scene.

Ayers en Wyatt richten namelijk al snel Soft Machine op, uiteraard een van de belangrijkste bands in het genre. Voor dit psychedelische en progressieve project neemt Ayers – niet onverdienstelijk – ook de basgitaar voor zijn rekening. Er verschijnt een eerste single in 1967: Loves Makes Sweet Music.

Soft Machine toert in 1968 door Amerika als supportact van niemand minder dan Jimi Hendrix. Het titelloze debuut van Soft Machine wordt in hetzelfde jaar uitgebracht. Hoewel de band de hoge kwaliteit van deze lp nog zou overtreffen zonder Ayers (vooral met meesterwerk Third, 1970), laat het ongewone gezelschap een onuitwisbare indruk achter met briljante songs als Joy Of A Toy. Als songwriter draagt Ayers bij aan een groot deel van de plaat.

Ayers krijgt een hekel aan het toeren en na die ene plaat met Soft Machine verlaat hij de band om een solocarrière te starten. Zijn debuut-lp krijgt dezelfde titel als dat eerder genoemde hoogtepunt op de eerste Soft Machine-lp: Joy Of A Toy (1969). Daarmee maakt Ayers direct een meesterwerk. Op de uitgebreide cd-editie van het album, uitgebracht in 2003, is de legendarische Syd Barrett te horen in de bonustrack Religious Experience. Deze track is een vroege versie van Ayers eerste solosingle Singing A Song In The Morning (1970). Later in zijn carrière zou Barrett nog een ode brengen aan Barrett in het lied Oh! Wot A Dream.

De muzikant weet zich te onderscheiden met een uniek stemgeluid en opmerkelijke composities als May I?, te vinden op zijn eerste album met begeleidingsband The Whole World (Shooting At The Moon, 1970). Gitarist van deze groep is Mike Oldfield, die natuurlijk een paar jaar later doorbreekt met Tubular Bells.

In de loop van de jaren zeventig blijft Ayers regelmatig albums uitbrengen, waaronder het veelgeprezen Whatevershebringswesing (1971). Opvallend is ook de live-lp June 1, 1974 van Ayers, John Cale, Brian Eno en Nico. Met die laatste twee werkte Ayers vaker samen, en ook Elton John is te horen op een van zijn latere werken (piano op Sweet Deceiver, 1975).

Na een aantal minder geliefde albums in de jaren tachtig brengt Ayers nog slechts twee studioplaten uit: Still Life With Guitar (1992) en zijn laatste werk The Unfairground (2007). Op laatstgenoemde zijn gastoptredens van onder anderen Phil Manzanera (Roxy Music) en leden van indieband Neutral Milk Hotel.

Kevin Ayers wordt op 19 februari dood gevonden in zijn huis in Frankrijk. Volgens The Telegraph is er een briefje naast zijn bed aangetroffen met de tekst: “You can’t shine if you don’t burn.” Een van de meest bijzondere Britse muzikanten die de sixties hebben voortgebracht, zou een dag eerder in zijn slaap zijn overleden.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Allman Brothers Band-gitarist Dan Toler (1948-2013)

Hij kwam pas ver na de hoogtijdagen van The Allman Brothers Band bij het legendarische rockgezelschap, maar met zijn overduidelijke gitaartalenten liet ‘Dangerous’ Dan Toler toch een onuitwisbare indruk achter. Hij overleed maandag aan de gevolgen van de spierziekte ALS.

De geschiedenis van The Allman Brothers Band is, zoals we allemaal weten, doordrenkt met tragedie. Ex-leden die de band door de jaren heen ontvielen, zijn uiteraard gitarist Duane Allman (overleden in 1971), bassisten Berry Oakley (1972), Larry Williams (1983) en Allen Woody (2000), en drummer David Toler (2011), de broer van de meest recente toevoeging aan deze lange en verdrietig stemmende lijst: Dan Toler.

Voordat Toler bij die band kwam, speelde hij al met Allmans-gitarist Dickey Betts en diens project Great Southern op de albums Dickey Betts & Great Southern (1977) en – met broer David – Atlanta’s Burning Down (1978).

Na het uiteenvallen van The Allman Brothers Band eerder in de jaren zeventig, keerde de band terug met de plaat Enlightened Rogues (1979), waarop Toler zijn debuut als tweede leadgitarist maakte. Als lid van de Allmans maakte hij nog twee studioalbums: Reach For The Sky (1980) en Brothers Of The Road (1981). Deze drie lp’s kwamen niet in de buurt van klassiekers als Idlewild South (1970) en Brothers And Sisters (1973), maar gaven Toler wel de ruimte om te excelleren als gitarist.

The Allman Brothers Band ging weer uit elkaar en bracht pas na Tolers vertrek weer een album uit (Seven Turns, 1990). In de tussentijd kwam de band echter weer even bij elkaar voor reünieshows in 1986, en werd Toler leadgitarist van de Gregg Allman Band op het succesvolle album I’m No Angel (1986, de titeltrack is onderaan dit bericht te beluisteren) en opvolger Just Before The Bullets Fly (1988).

Met John Townsend (in Amerika enigszins bekend van de Sanford-Townsend Band) richtte de gitarist The Toler/Townsend Band op. Daarvan verscheen een titelloos album in 2009. In 2011 werd bij de gitarist ALS geconstateerd. Zijn laatste project was een samenwerking met zanger/gitarist Doc Tucci. The Toler Tucci Band bracht vorig jaar de plaat Doc’s Hideaway uit.

Het overlijden van Toler werd via Facebook aangekondigd. Chaz Trippy, percussionist van The Gregg Allman Band, meldt in de Sarasota Herald Tribune: “Zijn vermogen mensen aan het lachen te krijgen en goed en gelukkig te laten voelen, was geweldig. Die glimlach van hem was gewoon een . God, wat bespeelde hij graag zijn gitaar.”

Dan Toler is 65 jaar geworden.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More