Verloren helden

In memoriam: Ten Years After-gitaarheld Alvin Lee (1944-2013)

Met zijn verbazingwekkend vlugge gitaarspel in I’m Going Home schreef bluesrocker Alvin Lee samen met zijn band Ten Years After rockgeschiedenis op Woodstock. Hoewel Lee voor altijd herinnerd wordt voor dat festivalhoogtepunt, heeft hij de rockmuziek ook verrijkt met een aantal van de betere albums in het genre. De gitarist en zanger overleed gisteren op 68-jarige leeftijd.

“Met groot verdriet moeten we aankondigen dat Alvin vanochtend vroeg onverwacht is overleden als gevolg van onvoorziene complicaties na een routineoperatie”, melden Lee’s naasten op zijn officiële website, “We hebben een fantastische, geliefde vader en metgezel verloren. De wereld is een geweldige en werkelijk begaafde muzikant armer.”

De in Nottingham als Graham Alvin Barnes geboren Lee speelde in zijn jonge jaren in de band The Jaybirds, maar de status van gitaarheld bereikte hij als frontman van de bluesrockband Ten Years After. Het kwartet bestond verder uit medeoprichter en bassist Leo Lyons, drummer Ric Lee (geen familie) en toetsenist Chick Churchill. In 1967 tekende de formatie een platencontract bij Decca en het titelloze debuutalbum uit hetzelfde jaar was, ondanks de hoge kwaliteit, geen groot succes.

Er volgden twee nog betere albums: het live opgenomen Undead (1968) en Stonedhenge (1969). Op eerstgenoemde lp stond de eerste versie van I’m Going Home, met afstand het beroemdste lied van de band. De door Lee geschreven bluesstamper kwam live nog beter tot zijn recht, zoals in augustus 1969 dus bleek tijdens het spetterende optreden op Woodstock. Het destijds nog niet heel bekende gezelschap hield zich makkelijk staande tussen legendarische namen als Jimi Hendrix, The Who en Janis Joplin. Niet voor niets plaatsten wij Ten Years After recentelijk hoog in ons lijstje met de meest memorabele Woodstock-optredens.

In dezelfde maand verscheen misschien wel het allerbeste studioalbum van de band (al is dat natuurlijk heel subjectief): Ssssh, met onmisbare versies van Good Morning Little Schoolgirl en I Woke Up This Morning en verder uitsluitend sterke eigen composities van Lee. Toch kon zelfs het Amerikaanse top 20-album Ssssh niet tippen aan het livewerk van Ten Years After. Zoals Lee zelf al schreef op de hoes van de plaat: “The hardest thing about being Ten Years After has been to make a record.”

De constante lijn van indrukwekkende lp’s werd volgehouden op Cricklewood Green (1970), met onder meer de hitsingle Love Like A Man, wederom geschreven door de frontman. Na Watt (1970) werd het Decca-contract beëindigd. Een nieuw label (Columbia) bracht ook een kleine wijziging in de Ten Years After-sound. Zo is A Space In Time (1971) wat akoestischer van aard, maar zeker niet minder indrukwekkend dan de voorgangers. De plaat leverde zelfs de grootste hit van de band op: I’d Love To Change The World.

Het grote succes nam af, maar dankzij het fenomenale Recorded Live (1973, deels opgenomen in Amsterdam) kwam er eindelijk een officiële live registratie van Ten Years After op zijn best. Het is dan ook niet verrassend dat deze dubbel-lp vaak gezien wordt als het beste album van Lee en zijn collega’s.

Later in 1973 bracht Lee ook zijn eerste plaat buiten Ten Years After uit. Dat hij tot de absolute groten van de Britse muziekscene behoorde, bewijst On The Road To Freedom (een samenwerking met zanger Mylon LeFevre), waarop gastbijdragen van George Harrison, Mick Fleetwood, Ron Wood en Steve Winwood te horen zijn.

Na Positive Vibrations (1974) ging Ten Years After uit elkaar. Later in de jaren zeventig bracht Lee vooral soloalbums uit, waaronder Rocket Fuel (1978) en Ride On (1979), beide onder de naam Alvin Lee & Ten Years Later. Eind jaren tachtig kwam er toch een reünie van de oorspronkelijke Ten Years After line-up, resulterend in het album About Time (1989).

Hoewel er nog een album van Ten Years After verscheen in 2004 (Now), is Lee daar niet meer op te horen. Met vervangend zanger/gitarist Joe Gooch bleven de overgebleven leden toeren, terwijl hun oude frontman soloplaten bleef maken. In augustus vorig jaar bracht hij nog het album Still On The Road To Freedom uit.

Met het plotselinge overlijden van Lee afgelopen woensdag is de rockwereld een van de beste Britse gitaristen kwijt. Drummer Ric Lee reageert op Billboard.com: “We zijn verbijsterd. Wij allemaal. Volgens mij beseffen we de realiteit van zijn overlijden nog niet eens.” Bassist Leo Lyons voegt toe: “We hadden onze meningsverschillen, maar we hebben veel geweldige ervaringen gedeeld die door niets kunnen worden weggenomen. Ik zal hem erg missen. Hij was een inspiratie voor een hele generatie gitaristen.”

Een aantal van die stergitaristen reageerde op Twitter op Lee’s overlijden. Zo schrijft Slash: “Hij was de eerste , een supersnelle leadgitarist die ik als kind al hoorde. Legende.” Virtuoos Joe Satriani: “Alvin Lee was van grote invloed op mijn spel. Hij was een geweldig muzikant en een echte gentleman.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Peter Banks (1947-2013), eerste gitarist en medeoprichter van Yes

Peter Banks maakte voor de grote doorbraak deel uit van Yes, maar de gitarist liet wel een behoorlijke indruk achter op de eerste twee albums van de band. Banks overleed afgelopen donderdag op 65-jarige leeftijd aan hartfalen.

Banks speelt vanaf halverwege de jaren zestig in de psychedelische rockband The Syn, samen met de latere Yes-bassist Chris Squire. De formatie brengt in 1967 twee weinig succesvolle singles uit, Created By Clive en Flowerman, allebei aardige songs die kenmerkend zijn voor die periode. The Syn staat dat jaar ook in het voorprogramma van The Jimi Hendrix Experience.

Na het uiteenvallen van die band zijn Banks en Squire in 1968 medeoprichters van Mabel Greer’s Toyshop, dat later omgedoopt wordt tot Yes. Als die legendarische naam eenmaal is aangenomen, bestaat de band naast Squire en Banks uit zanger Jon Anderson, drummer Bill Bruford en toetsenist Tony Kaye.

In juli 1969 verschijnt het eerste album, simpelweg Yes getiteld. Deze plaat is een mengeling van eigen composities – zoals Andersons prachtige Survival – en covers van onder meer The Beatles en The Byrds. Het album is een commerciële flop, ook al is bij vlagen al het magnifieke van het latere Yes te horen.

Nog voordat de tweede lp Time And A Word verschijnt, is Banks al ontslagen uit de band. Anderson wil een orkest gebruiken voor de opnames van het album (bijvoorbeeld in de radicale bewerking van Richie Havens’ No Opportunity Necessary, No Experienced Needed), maar Banks is het daar niet mee eens. De onenigheid tussen de bandleden leidt tot het vertrek van de gitarist. Zijn vervanger is de virtuoos Steve Howe.

Op Time And A Word is echter het werk van Banks nog te horen, met schitterend spel in met name het bijna zeven minuten durende The Prophet. Opnieuw is de lp niet zo’n groot succes als de doorbraakplaat die Yes een jaar later uitbrengt zonder Banks: The Yes Album.

Terwijl Yes uitgroeit tot een succesvolle act heeft Banks een nieuwe progband opgericht: Flash, waarmee hij drie albums uitbrengt: Flash (1972), In The Can (1972) en Out Of Our Hands (1973). Ook de door Rick Wakeman vervangen Yes-toetsenist Tony Kaye verleent zijn medewerking aan het eerste album van deze in eerste instantie redelijk succesvolle formatie. In 1973 valt Flash uit elkaar en neemt Banks een door veel progliefhebbers geliefd soloalbum op: Two Sides Of Tony Banks (1973), waarop beroemde gastartiesten als John Wetton (Asia, King Crimson), Phil Collins, Steve Hackett en Jan Akkerman te horen zijn.

Vanaf de jaren tachtig wordt het stil rondom Banks, hoewel hij nog wel enkele soloalbums uitbrengt en zijn autobiografie Beyond & Before schrijft. Op 7 maart 2013 overlijdt hij aan hartfalen. Naar verluidt is hij dood gevonden nadat hij niet kwam opdagen voor opnames.

Zijn oude band Yes reageert in een statement: “We zijn erg verdrietig te moeten vernemen dat onze bandmaat en Yes-oprichter Peter Banks is overleden. Hij bepaalde voor een groot deel wat Yes maakte tot wat het is, en onze gedachten, condoleances en gebeden zijn bij hem en zijn familie. Peter, we zullen je enorm missen.”

Ook Jon Anderson, tegenwoordig geen zanger van Yes meer, reageert op Banks’ overlijden: “Ik was vorige maand nog oude BBC-opnames aan het kijken, en we spraken over die geweldige tijd. Peter was een unieke gitarist en een zachtaardige ziel. Ik zal hem missen. Gelukkig heb ik hem het afgelopen jaar kunnen spreken. Ook al was hij erg ziek, hij praatte veel over muziek en we lachten over de reis die we allemaal hebben afgelegd. Hij zal gemist worden.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Iron Maiden ex-drummer Clive Burr (1957-2013)

De ex-drummer van Iron Maiden, Clive Burr, is op 12 maart overleden aan de gevolgen van multiple sclerose. Burr speelde mee op de eerste drie klassiekers Iron Maiden, Killers en The Number Of The Beast.

Clive Burr volgde in 1979 Doug Sampson op als drummer van Iron Maiden en bleef bij de band tot januari 1983. Hij is te horen op de eerste drie prachtplaten van de groep: Iron Maiden (1980), Killers (1981) en The Number Of The Beast (1982). Na het uitkomen van dat laatste album en de bijbehorende hitsong verliet hij het daaropvolgende jaar de band vanwege het tourschema en persoonlijke problemen. Hij werd vervangen door Nicko McBrain.

Naast zijn drumkunsten hielp Burr ook met het songschrijven, zo schreef hij mee aan Gangland op The Number Of The Beast en Total Eclipse, dat als b-kantje verscheen op de Run To The Hills-single.

Na het verlaten van Iron Maiden heeft Clive Burr nog met verschillende bands samen gespeeld en was hij onder meer te horen op een paar solo-albums van Paul Di’Anno (tevens ex-Iron Maiden).

Halverwege de jaren negentig werd de drummer gediagnostiseerd met multiple sclerosis. Iron Maiden hield, om hem te helpen met het betalen van de behandelingen, een aantal benefietconcerten. Tijdens een van die concerten kwam Clive Burr zelf het podium op in een rolstoel om zijn fans te bedanken voor de steun. In 2004 werd het goede doel Clive Aid in het leven geroepen om op die manier meer aandacht te vragen voor verschillende vormen van kanker en multiple sclerosis. Burr was aanwezig bij veel van de events die Clive Aid organiseerde.

Op 12 maart 2013 kwam het nieuws naar buiten dat Clive Burr in zijn slaap is overleden aan de gevolgen van MS. “We zijn erg verdrietig te moeten mededelen dat Clive Burr afgelopen nacht is overleden. Hij heeft lange tijd moeten kampen met slechte gezondheid sinds hij een paar jaar geleden is gediagnosticeerd met multiple sclerosis”, zegt het bericht op de website van Iron Maiden.

Bassist Steve Harris voegt daar aan toe: “Het is verschrikkelijk verdrietig nieuws. Clive was een erg goede vriend van ons allemaal. Hij was een geweldig persoon en een net zo goede drummer en heeft een bijzondere bijdrage aan Maiden geleverd.”

“Ik heb Clive voor het eerst ontmoet toen hij zijn toenmalige band Samson verliet en bij Iron Maiden kwam. Het was een goede vriend en iemand die alles uit het leven heeft gehaald, zelfs in de dagen dat hij last had van MS. Clive is nooit zijn gevoel voor humor verloren. Onze gedachten gaan uit naar zijn partner en familie”, aldus Iron Maiden-frontman Bruce Dickinson.

Clive Burr is 56 jaar geworden.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Folkzanger en Woodstock-legende Richie Havens (1941-2013)

Na Ten Years After’s Alvin Lee vorige maand, is de wereld nog een Woodstock-held armer. Richie Havens, die het festival op legendarische wijze opende, is gisteren op 72-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval. Continue reading “In memoriam: Folkzanger en Woodstock-legende Richie Havens (1941-2013)” »

Read More

In memoriam: Slayer-gitarist Jeff Hanneman (1964-2013)

Jeff Hanneman, gitarist en medeoprichter van de wereldberoemde heavy metalband Slayer, is overleden. Hanneman kampte al langere tijd met gezondheidsproblemen en stierf gisteren op 49-jarige leeftijd aan de gevolgen van leverfalen. Continue reading “In memoriam: Slayer-gitarist Jeff Hanneman (1964-2013)” »

Read More

In memoriam: The Doors-toetsenist Ray Manzarek (1939-2013)

Ray Manzarek, door ons in februari nog verkozen tot een van de allerbeste rocktoetsenisten, was mede verantwoordelijk voor het unieke en wereldberoemde geluid van The Doors. De man achter de onsterfelijke orgelklanken in klassiekers als Light My Fire is gisteren op 74-jarige leeftijd overleden.

Manzarek, van Poolse afkomst, richt in 1965 The Doors op, samen met gitarist Robby Krieger, drummer John Densmore en natuurlijk zanger Jim Morrison. Laatstgenoemde is een medestudent van Manzarek aan de filmacademie van Los Angeles. De ontmoeting met Morrison is beroemd: de twee komen elkaar toevallig tegen op een strand in Californiё, waarop de toekomstige ‘Lizard King’ aan Manzarek een vroege versie van de latere Doors-klassieker Moonlight Drive laat horen.

De band bouwt snel na de formatie een behoorlijke live reputatie op en krijgt uiteindelijk een platencontract bij Elektra. Het titelloze debuutalbum uit 1967 geldt als een van de belangrijkste en beste platen uit de popgeschiedenis. De lp bevat historische composities als Light My Fire, Break On Through en The End, allen gedomineerd door de poëtische teksten en magische stem van Morrison, en het kenmerkende, door jazz en klassiek beïnvloedde orgelwerk van Manzarek. Tijdens de optredens van The Doors schittert de toetsenist in lange, wervelende solo’s en hij levert bij gebrek aan een vaste bassist ook de bastonen. In sommige gevallen neemt Manzarek zelfs de leadzang voor zijn rekening (zoals bij het enige optreden in Nederland in 1968).

In de turbulente jaren tot Morrisons overlijden in 1971 drukt Manzarek zijn stempel op fameuze Doors-songs als When The Music’s Over, Touch Me en Riders On The Storm. Na de dood van de leadzanger blijven Densmore, Manzarek en Krieger actief als The Doors. Zo nemen de toetsenist en gitarist de zang voor hun rekening op de niet bijster succesvolle lp’s Other Voices (1971) en Full Circle (1972). Manzarek start ook een solocarrière met het album The Golden Scarab (1973), inclusief gastbijdragen van beroemdheden als Patti Smith en Joe Walsh. In 1975 richt hij de kort bestaande band Nite City op.

In 1991 wordt The Doors ontdekt door een hele nieuwe generatie muziekliefhebbers, dankzij de gelijknamige speelfilm van Oliver Stone (met Val Kilmer als Morrison en Kyle MacLachlan als Manzarek). Achteraf uit de toetsenist flinke kritiek op het volgens hem onjuiste beeld dat Stone van Morrison schetst in zijn succesvolle film: “De film portretteert Jim als een gewelddadige, dronken idioot. Toen ik de bioscoop uitkwam, dacht ik: ‘Tjonge, wie is die eikel?’”

Manzarek staat later in zijn carrière zelf ook achter de camera, als hij de erotisch getinte speelfilm Love Her Madly (2000) regisseert. Ook schrijft hij zijn herinneringen aan zijn oude band op in Light My Fire: My Life With The Doors (1998) en brengt hij een tweetal romans uit. De herinnering aan The Doors wordt levend gehouden door Manzarek en Krieger, die in eerste instantie als The Doors Of The 21st Century toeren met The Cult-zanger Ian Astbury. Omdat ex-collega Densmore niet wil dat de oude bandnaam nog gebruikt wordt, gaan Manzarek en Krieger verder als Riders On The Storm en later Ray Manzarek And Robby Krieger Of The Doors.

Ondertussen blijft Manzarek met veel plezier terugdenken aan zijn tijd met Morrison. Zo zegt hij in een interview met The London Times: “Wat een geweldig gezelschap was hij als je met hem naar de pub ging om een paar biertjes te drinken. Morrison was perfect. Hij bleef me de afgelopen veertig jaar achtervolgen en ik mis hem nog steeds.”

Op maandag 20 mei 2013 overlijdt Manzarek aan de gevolgen van kanker in een ziekenhuis in Duitsland, in het bijzijn van zijn familie. Hij laat zijn vrouw Dorothy, twee broers en een zoon met drie kinderen na. Robby Krieger meldt in een statement: “Ik ben ontzettend verdrietig door het overlijden van mijn goede vriend en collega. Ik ben blij dat ik het afgelopen decennium het Doors-materiaal heb gespeeld met hem. Ray was een groot deel van mijn leven en ik zal hem altijd missen.”

Ook John Densmore reageert op het overlijden: “Er was geen toetsenist op aarde die beter paste bij de woorden van Jim Morrison. Ray, muzikaal klikte het helemaal tussen ons. Het was alsof we hetzelfde dachten terwijl we de basis vormden waarop Robby en Jim konden drijven. Ik zal mijn muzikale broeder missen.”

Een aantal collega-rockers reageert op Twitter op het tragische nieuws. Zo schrijft Aerosmith’s Joe Perry: “Het verlies van Ray Manzarek stemt me droevig. Hij is nu bij Jim. Ze betekenen nog net zo veel voor me als veertig jaar geleden.”

Bekijk ook onze lijst met de tien beste songs van The Doors.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Uriah Heep-bassist Trevor Bolder (1950-2013)

Trevor Bolder was de laatste decennia van zijn leven vooral bekend als bassist van Uriah Heep, maar zijn bekendste platen maakte hij met David Bowie als onderdeel van The Spiders From Mars. Gisteren overleed de 62-jarige muzikant na een gevecht tegen alvleesklierkanker.

Iets meer dan een jaar geleden zag ik Bolder nog optreden met Uriah Heep in het Arnhemse Luxor Live. Een man die op het podium erg bescheiden overkwam, maar met zijn melodieuze en uitermate goed getimede basspel zoals altijd de nodige indruk wist te maken. Op dat moment was er nog niets te merken van de moeilijke tijd die voor Bolder in het vooruitzicht lag.

Trevor Bolder leerde halverwege de jaren 60 Mick Ronson kennen, omdat beiden actief waren in de muziekscene van hun woonplaats Hull. “We zaten in rivaliserende bands”, zei Bolder in een interview uit 1993. “Ik speelde Muddy Waters-achtige R&B en hij kwam met The Rats meer in de buurt van The Yardbirds en Cream.” In 1969 richtte Ronson na het uiteenvallen van The Rats samen met drummer Mick Woodmansey de band Ronno op, waarbij Bolder zich als bassist voegde. “Ik had daarvoor nooit gedacht dat wij ooit samen zouden gaan spelen”, aldus Bolder in 1993. Van Ronno kwam uiteindelijk niets, maar de carrière van het drietal stond wel degelijk op het punt een ommezwaai te maken.

Die ommezwaai kwam in de vorm van een telefoontje van David Bowie. Ronson en Woodmansey hadden op The Man Who Sold The World (1970) al met hem samengewerkt, en voor opvolger Hunky Dory ging ook Bolder mee de studio in. Het was het begin van de band die een album later bekend zou gaan staan als The Spiders From Mars. In die hoedanigheid speelde Bolder op platen als Ziggy Stardust, Aladdin Sane en Pin Ups. Ook met blaasinstrumenten kon hij overweg, zoals te horen is aan het trompetspel op Hunky Dory (1971). In 1975 maakte The Spiders From Mars (inmiddels zonder Ronson) nog een eigen, titelloos album.

In 1976 voegde Bolder zich bij Uriah Heep, waar hij John Wetton verving. Met die band zou hij uiteindelijk de rest van zijn leven spelen, op een kleine pauze in 1982 na toen hij kortstondig de bas ter hand nam bij Wishbone Ash (waar hij opmerkelijk genoeg opnieuw de plaats van John Wetton innam). Sinds 1983 is hij weer fulltime lid van Uriah Heep en speelde mee op alle platen van de band. Ook produceerde hij het album Different World uit 1991 en deed hij de leadzang op de nummers Fear Of Falling en Lost.

In januari van dit jaar werd de bassist plotseling vervangen bij Uriah Heep, waarna de band liet weten dat ze Trevor een spoedig herstel toewensten. Geruchten over een mogelijke hartaanval staken de kop op, maar een maand later liet de muzikant zelf in een interview weten dat hij geopereerd was in verband met alvleesklierkanker. Hij hoopte toen binnen een aantal maanden weer met de band op het podium te kunnen staan en gaf aan zelfs een Spiders Of Mars-reünie in de planning te hebben, maar dat mocht allemaal niet zo zijn. Op 21 mei overleed de 62-jarige muzikant.

Zowel fans als collega’s reageerden bedroefd op de dood van Bolder. Uriah Heep laat weten: “Trevor was één van de beste en meest invloedrijke bassisten die Groot-Brittannië heeft voortgebracht. (…) Hij was bovendien een dierbare vriend.” Ook David Bowie reageerde via zijn Facebook-pagina op het overlijden: “Trevor was een geweldig muzikant en een ware inspiratie voor elke band waar hij mee werkte. Maar hij was vooral een toffe gozer, een groot man.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Jefferson Airplane-drummer Joey Covington (1945-2013)

Hoewel hij niet zo bekend was als Skip Spence of Spencer Dryden, maakte ook Joey Covington enkele jaren indruk als drummer van Jefferson Airplane. In zijn tijd met die legendarische band richtte hij ook de band Hot Tuna op met Airplane-collega’s Jorma Kaukonen en Jack Casady. Covington kwam gisteren om het leven in een auto-ongeluk.

In de beroemdste songs van Jefferson Airplane, waaronder Somebody To Love en White Rabbit, is Covington niet te horen. De drummer kwam pas in 1969 bij de band, tijdens de opnames van een van de beste studioplaten die de populaire psychedelische groep uitbracht: Volunteers (1969). Covingtons percussie was slechts in twee tracks van de lp te horen, waaronder een van de hoogtepunten: Turn My Life Down, met Stephen Stills op orgel.

Rond deze tijd richtte Covington met Jefferson Airplane-leden Jorma Kaukonen (gitaar) en Jack Casady (bas) de bluesrockact Hot Tuna op, hoewel de eerste opnames van deze formatie nooit zijn verschenen. Aan de Hot Tuna-albums vanaf het titelloze, live akoestisch opgenomen debuut uit 1970 werkte Covington niet meer mee. In plaats daarvan verving Covington de drummer van de ‘klassieke’ Jefferson Airplane-lineup: Spencer Dryden (overleden in 2005). Ook is hij te horen op het vaak onderschatte soloalbum van Paul Kantner (onder de naam Paul Kantner/Jefferson Starship), getiteld Blows Against The Empire (1970), en de opvolger met Grace Slick: Sunfighter (1971).

Hoewel de beste platen in de jaren zestig verschenen, leverde Covington een verdienstelijke bijdrage aan het album Bark (1971), de enige Jefferson Airplane-lp waarop hij (vrijwel) alle drumpartijen voor zijn rekening nam. Als co-auteur en zanger van het hypnotiserende nummer Pretty As You Feel bezorgde Covington de band zijn laatste top 100-hit in Amerika. Deze single ontstond uit een jam met Carlos Santana en percussionist Michael Shrieve van de bevriende band Santana.

Tijdens de opnamesessies van de opvolger Long John Silver (1972) verliet Covington de band weer, hoewel hij nog wel in enkele tracks van de lp te horen is. Later in de jaren zeventig, na het uiteenvallen van Jefferson Airplane, bracht de getalenteerde muzikant een soloalbum uit (Jeo E. Covington’s Fat Fandango, 1973) en werkte hij nog af en toe mee aan de (zij)projecten van zijn oud-collega’s. Zo schreef hij mee aan With Your Love, een van de grootste hits van Jefferson Starship.

Vanaf eind jaren zeventig tot in de jaren tachtig toerde Covington met onder anderen John Cipollina van de sixtiesband Quicksilver Messenger Service als San Francisco Allstars. In de decennia daarna verdween Covington steeds meer uit de spotlights en trad hij alleen nog op in de omgeving van Palm Springs in Californiё. Daar kwam hij dinsdag ook om het leven, toen hij – zonder autogordel om – met zijn auto tegen een muur klapte. Het nieuws werd bevestigd in een simpel berichtje op de Facebook-pagina van Jefferson Starship: “Rest in peace, Joey.”

Joey Covington is 67 jaar geworden.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: invloedrijk singer-songwriter J.J. Cale (1938-2013)

“Van alle elektrische gitaristen die ik ooit heb gehoord, moeten Hendrix en J.J. Cale wel de beste zijn”, zei Neil Young ooit. De zeer invloedrijke Cale, verantwoordelijk voor rockklassiekers als Cocaine en After Midnight, is gisteravond op 74-jarige leeftijd overleden. Continue reading “In memoriam: invloedrijk singer-songwriter J.J. Cale (1938-2013)” »

Read More

In memoriam: Mothers Of Invention-toetsenist George Duke (1946-2013)

George Duke, de beroemde toetsenist die op meerdere albums van Frank Zappa te horen is en met een groot aantal jazzlegendes samenwerkte, overleed maandag aan de gevolgen van leukemie.

Vanaf halverwege de jaren zestig bracht George Duke al enkele albums uit, waaronder een met de beroemde violist Jean-Luc Ponty. Het was Ponty die de toetsenist in contact bracht met Frank Zappa, zo vertelde Duke in een interview met Jazz Review: “Jean-Luc nam me mee op tour naar Europa in de late jaren zestig. De jazz die we speelden was heel eclectisch, erg progressief. Ik speelde op Jean-Luc’s album King Kong, waarin de muziek van Zappa te horen was. Dat werd een undergroundsucces. Uiteindelijk belde Frank me om te vragen of ik wilde toeren met The Mothers Of Invention.”

Ook in de studio werkte hij samen met cultlegende Zappa. Zo was Duke voor het eerst te horen op de lp Chunga’s Revenge uit 1970, waarna hij ook de keyboardpartijen op klassiekers als Over-nite Sensation (1973) en Apostrophe (‘) (1974) voor zijn rekening nam. Een van Duke’s belangrijkste bijdragen aan het oeuvre van Zappa is het meesterlijke Inca Roads van de lp One Size Fits All. Niet alleen speelt Duke de toetsen, hij werd – op aandringen van Zappa – ook de leadzanger in dat nummer.

Het feit dat Duke in Zappa’s band speelde, zegt al iets over de virtuositeit van de muzikant. Toch stelde hij zich bescheiden op in het interview met Jazz Review: “Om Franks muziek te kunnen spelen, moest je een geweldige muzikant zijn. Die jongens waren, behalve knettergek, echt geweldige spelers. Om eerlijk te zijn, weet ik niet precies waarom ik in de band zat. Ze zagen iets in mij, maar dat zag ik niet in mezelf.”

Naast een reeks Zappa-albums en een groot aantal platen onder eigen naam, werkte Duke samen met grootheden in diverse genres, onder wie Miles Davis, John Scofield, Al Jarreau en Michael Jackson. In 2010 speelde Duke nog op North Sea Jazz.

George Duke overleed in een ziekenhuis in Los Angeles. Hij werd 67 jaar. Bekijk en beluister hieronder een grandioze uitvoering van Inca Roads, afkomstig van de Frank Zappa-dvd A Token Of His Extreme:

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More