Rock Facts

20 jaar geleden: Rod Stewart treedt op met Faces tijdens Brit Awards

Rod Stewart mocht op 16 februari 1993 de prestigieuze Lifetime Achievement Award in ontvangst nemen tijdens de uitreiking van de Brit Awards. De zanger trad die dag ook op met enkele bekende gezichten, namelijk zijn oude Faces-collega’s Ron Wood, Ian McLagan en Kenny Jones. 

Een ander oorspronkelijk bandlid, bassist Ronnie Lane, leed al meer dan vijftien jaar aan multiple sclerose en was niet van de partij. Zijn vervanger was Bill Wyman. De Rolling Stones-basman had in 1986 ook al opgetreden tijdens een reünie van de originele Faces. Dat gebeurde aan het einde van een concert van Rod Stewart in het Wembley stadion. Lane bleek ook in 1986 niet in staat om de basgitaar te spelen, maar was wel, in een rolstoel, aanwezig op het podium.

Zoals hieronder te zien is, speelden de overgebleven leden met Wyman natuurlijk de bekendste Faces-hit Stay With Me tijdens de Brit Awards. Een sterke uitvoering, al werd Ronnie Lane natuurlijk nog altijd gemist. De bassist die voor de oprichting van Faces een belangrijk lid van de Small Faces was, overleed op 4 juni 1997 aan de gevolgen van zijn ziekte.

De overige bandleden werkten in latere jaren nog af en toe samen, en er zou sprake zijn van een reünietour. Daar kwam het niet meer van. Althans, niet met Rod Stewart als zanger. Simply Red-voorman Mick Hucknall nam recentelijk de vocalen voor zijn rekening, ook toen de band vorig jaar werd ingehuldigd in de Rock & Roll Hall Of Fame.

Ondanks de afwezigheid van Ronnie Lane is het Brit Awards-optreden dus best bijzonder, aangezien Stewart daarna nooit meer deel uitmaakte van een Faces-reünie.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

35 jaar geleden: Debuutplaat The Kick Inside van Kate Bush uitgebracht

Slechts 19 jaren jong was Kate Bush ten tijde van de release van haar debuutalbum The Kick Inside op 17 februari 1978. Opmerkelijk genoeg was ze zelfs nog veel jonger toen ze de oudste songs op deze fantastische lp schreef. Met Bush’s bijzonder aandoenlijke, engelachtige stem en onmiskenbare schrijfkunsten introduceerde The Kick Inside een van de grootste en meest onderscheidende talenten die de Britse muziek ooit heeft voortgebracht.

Een handje geholpen door niemand minder dan Pink Floyd-gitarist David Gilmour, werd de zestienjarige Kate Bush gecontracteerd door EMI Records. Die platenmaatschappij gaf haar de tijd om zich verder te ontwikkelen. Met sessiemuzikanten als gitarist David Paton en bassist Andrew Powell (beiden eerder te horen op onder meer het meesterwerk Tales Of Mystery And Imagination van The Alan Parsons Project) dook ze uiteindelijk de studio in voor de opnames van haar vandaag de dag nog altijd ongelooflijk goed klinkende debuut-lp.

De dertien songs op The Kick Inside waren allemaal eigen composities van Bush. De single Wuthering Heights werd natuurlijk de grootste hit van de plaat (nummer 1 in Engeland, top 3 in Nederland) en is het bekendste lied uit haar hele carrière. Deze zonder meer geniale track verscheen een maand voor de release van het album. De platenmaatschappij wilde eigenlijk het minder pakkende James And The Cold Gun uitbrengen als single, maar de ambitieuze zangeres bleef volhouden dat Wuthering Heights een betere keuze was.

Eveneens succesvol was de mysterieuze single The Man With The Child In His Eyes, in een iets andere versie dan de albumtrack, naar verluidt door Kate op slechts 13-jarige leeftijd geschreven. David Gilmour werd vermeld als uitvoerend producent van dat lied en The Saxophone Song, beide al in juni 1975 opgenomen. Zelf was Gilmour niet te horen op The Kick Inside (overigens leverde hij wel een vocale bijdrage aan The Dreaming, 1982).

Natuurlijk heeft het debuutalbum veel meer te bieden dan alleen die hits. Het melodieuze Moving en de ingetogen titeltrack grijpen naar de keel, maar de plaat kent ook stevigere momenten in bijvoorbeeld Kite en James And The Cold Gun. Andere, vaak over het hoofd geziene, hoogtepunten zijn het korte en catchy L’Amour Looks Something Like You en Feel It, beide met seksueel getinte songteksten (“After the party, you took me back to your parlour/A little nervous laughter, locking the door/My stockings fall onto the floor, desperate for more”, zingt ze in Feel It).

The Kick Inside werd een fabuleus debuut, al deed de plaat weinig in de States. De Britse schone zou in de jaren tachtig experimenteler en misschien ook wel nog beter werk leveren op The Dreaming en Hounds Of Love. Toch blijft The Kick Inside het ideale vertrekpunt voor wie deze muzikale kunstenares wil leren kennen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag in 1990: Freddie Mercury’s laatste publieke optreden

Het is 18 februari 1990 als de Brit Awards worden uitgereikt. BBC-presentator Terri Ellis mag de Award uitreiken aan Queen, de beste Britse popgroep van dat moment. Op het podium verschijnen de vier mannen van de band.

Eén van hen is Freddie Mercury, gehuld in een lichtblauw pak. Hij is als enige gekleed in een lichtere kleur, zijn collega’s Brian May, John Deacon en Roger Taylor zijn in het zwart gekleed. Mercury, de extravagante frontman van Queen, doet niet het woord bij het bedankje. Dat laat hij over aan de immer sympathieke gitarist May over.

Na de korte toespraak zegt Mercury nog: “Thank you, good night”, en steekt even zijn hand nog op en zwaait. Het is zijn laatste directe contact met zijn fans. Niets lijkt op de man die vijf jaar eerder nog hele stadions toonladders liet zingen.

De regisseur brengt Mercury een aantal keer in beeld. Te zien is dat het lichtblauwe pak van de entertainer ruimschoots om zijn lichaam valt. Het pak is niet eens een groot pak. Het optreden bij de Brit Awards bevestigt wat veel journalisten en muziekliefhebbers vermoeden, maar niet hopen: dat Freddie Mercury inderdaad ernstig ziek is en lijdt aan het aidsvirus.

Naar de buitenwereld ontkennen alle betrokkenen en vrienden rondom Mercury elk gerucht. De zanger is niet ziek, hoewel de band al vijf jaar geen optredens meer doet en Mercury steeds minder in het openbaar verschijnt. Als hij al verschijnt, is hij steeds magerder.

In de herfst van 1991 kan de zanger de druk niet meer aan: 23 november laat hij een persbericht uitgaan en bevestigt hij alsnog zijn ziekte. Binnen vierentwintig uur sterft hij aan een longontsteking. Mercury’s lichaam is op.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag 67 geworden: Focus-drummer Pierre van der Linden

Hij speelde bij Brainbox en zat samen met achterneef en Ekseption-toetsenist Rick van der Linden in Trace, maar het bekendst is drummer Pierre van der Linden toch geworden als onderdeel van de klassieke bezetting van Focus.

Van der Linden speelde in de jaren ’60 in verschillende jazz- en rockbandjes, maar begon pas echt op te vallen toen Jan Akkerman hem vroeg zich bij Brainbox te voegen. In deze oorspronkelijke bezetting maakte de band in 1969 zijn legendarische titelloze debuutalbum alsmede singles als Down Man en Summertime. Niet veel later vertrok Akkerman bij Brainbox (naar eigen zeggen omdat hij werd ontslagen) en voegde zich bij het Thijs van Leer Trio, dat al snel zou worden omgedoopt tot Focus. Na het eerste album Focus Plays Focus haalde Akkerman de inmiddels ook bij Brainbox vertrokken Van der Linden bij de band.

Van der Linden zou vervolgens deel uitmaken van Focus in de periode dat de band zijn grootste successen vierde, zoals met het album Focus II (in het buitenland uitgebracht als Moving Waves) en het livealbum At The Rainbow. Op klassiekers als Hocus Pocus en Sylvia is zijn slagwerk te horen. In 1974 vertrok hij weer bij Focus en sloot zich aan bij supergroep Trace, om een jaar later toch nog kortstondig terug te keren.

Sinds de jaren 80 speelde Van der Linden vooral in experimentele (jazz)groepen, maar in 2005 keerde hij opnieuw terug bij Focus, dat onder leiding van Thijs van Leer inmiddels heropgericht was. In deze bezetting is de band weer actief met tournees en nieuw materiaal, zoals vorig jaar nog de studioplaat Focus X. Sinds enkele jaren is de drummer ook weer actief met het eveneens heropgerichte Brainbox, waarvan met The 3rd Flood uit 2011 ook een nieuwe plaat verscheen. Eén ding lijkt zeker: we hoeven het drumgeluid van Pierre van der Linden voorlopig nog niet te missen!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

40 jaar geleden: Blue Öyster Cult brengt tweede album Tyranny And Mutation uit

In de top tien van beste classic rock-debuutplaten die we gisteren op onze site plaatsten, is het titelloze eerste album van Blue Öyster Cult uit 1972 niet te vinden. Toch is ook die plaat een van de betere debuut-lp’s in de classic rock. Ongeveer even sterk is de opvolger Tyranny And Mutation, die precies veertig jaar geleden uitgebracht werd.

Op de hoes van Tyranny And Mutation wordt de band vreemd genoeg als ‘The Blue Öyster Cult’ vermeld. De plaat bevatte acht tracks, waaronder het meer dan zeven minuten durende hoogtepunt 7 Screaming Diz-Busters en de stomende rocker Hot Rails To Hell. Daarnaast zijn ook The Red And The Black en O.D.’d On Life Itself ijzersterk. Al deze songs worden gedragen door de inventieve riffs van Donald ‘Buck Dharma’ Roeser.

De lp werd verdeeld in ‘The Black’ (kant a) en ‘The Red’ (kant b). Zoals eerder geconstateerd, zijn de beste songs op de eerste plaatkant te vinden, maar ook de overige vier songs zijn van hoge kwaliteit. De tweede helft trapt af met Baby Ice Dog, waaraan ‘Godmother of Punk’ Patti Smith haar eerste bijdrage levert aan een plaat van de band. Smith was destijds de vriendin van toetsenist Allen Lanier en werd later co-auteur van BÖC-favorieten als Career Of Evil (op Secret Treaties, 1974) en The Revenge Of Vera Gemini (Agents Of Fortune, 1976). Andersom speelde Lanier ook mee op Smith’s album Easter (1978).

Ook al is de kwaliteit van Tyranny And Mutation hoog en kent de plaat geen echte inzakmomenten, het commerciële succes liet helaas nog even op zich wachten. De opvolger Secret Treaties (het absolute meesterwerk van BÖC) deed het al iets beter in de charts, maar de echte doorbraak kwam natuurlijk pas met de single (Don’t Fear) The Reaper in 1976. Ondanks het latere succes blijven de eerste drie albums de beste die Blue Öyster Cult ooit heeft opgenomen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag 63 geworden: gitarist Steve Hackett (ex-Genesis)

Toen Steve Hackett zich in 1970 bij Genesis voegde, had hij weinig podiumervaring. Toch zou hij in de jaren erna uitgroeien tot één van de meest bepalende muzikanten binnen de band. Door zijn bescheiden opstelling op het podium (vaak een beetje verborgen en voorovergebogen, alsof niemand hem mocht zien) kon het contrast met toenmalig frontman Peter Gabriel nauwelijks groter zijn, maar die afwezigheid zat hem enkel in het visuele aspect.

Muzikaal wist Hackett namelijk met zijn gitaargeluid en kenmerkende solo’s (Firth Of Fifth) een duidelijke stempel te drukken op het geluid van Genesis. Hij was bovendien een groot voorvechter van de experimenteerdrift binnen de band, wat al goed te lezen is in de advertentie die hem uiteindelijk zijn plek bij de band bezorgde: “Gitarist zoekt muzikanten die vastbesloten zijn verder te gaan dan de huidige stagnerende vormen”. Zijn speltechniek ‘tapping’ zou van grote invloed zijn op o.a. Eddie Van Halen.

In 1975 werd Hackett met Voyage Of The Acolyte het eerste Genesis-lid met een soloplaat. De creatieve vrijheid die hem dat opleverde beviel zo goed, dat hij maar moeilijk zijn draai in de band weer kon vinden. Volgens geruchten kon hij bovendien steeds minder goed opschieten met toetsenist Tony Banks. In 1977 verliet Hackett Genesis, kort voor de release van het live-album Seconds Out. Banks grapte nog dat Hackett’s partijen na zijn vertrek uit die plaat zouden zijn gemixt, maar daar was natuurlijk niks van waar.

In de jaren na Genesis is Steve Hackett altijd uiterst productief gebleven: van sterkte soloalbums (Spectral Mornings (1979), Beyond The Shrouded Horizon (2011)) tot interessante samenwerkingen (Squackett (2012) met Yes-bassist Chris Squire) en supergroep GTR: Hackett bewijst keer op keer dat hij zijn kunsten nog niet verleerd is. Hopelijk blijft dat nog lang zo!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag in 1970: Black Sabbath brengt invloedrijk debuutalbum uit

Onlangs publiceerden we onze top tien van beste classic rock-debuutplaten, met natuurlijk ook een plaatsje voor het gigantisch invloedrijke eerste album van Black Sabbath. De plaat verscheen vandaag in 1970, op vrijdag de 13e.

Of Black Sabbath echt de eerste heavy metal-lp was, daar kun je over discussiëren. Er waren natuurlijk eerder bands als Blue Cheer, Vanilla Fudge, Steppenwolf en Iron Butterfly die met hun hardrock de nodige invloed hadden op het genre. Toch is het niet vreemd dat de eerste Sabbath bestempeld wordt als de eerste metalplaat. Luister alleen al naar de donderende riff en de duistere tekst in de titeltrack.

Het in slechts enkele dagen opgenomen album verraadt – meer dan iedere andere Sabbath-plaat – de bluesrockroots van de band. Zo zijn er de covers Evil Woman, tevens de eerste single van de band, en The Warning, waarin ‘Riffmeister’ Tony Iommi schittert. Naast de slome en erg macabere titeltrack (“Satan’s sitting there, he’s smiling/Watches those flames get higher and higher”) is ook N.I.B. een absoluut prijsnummer en een favoriet tijdens shows van de band. Aan latere cd-edities werd ook de uitstekende b-kant Wicked World toegevoegd.

De invloed van het in Groot-Brittannië succesvolle Black Sabbath op de verschillende latere metalstromingen en stonerrock is natuurlijk onbetaalbaar. De zeven tracks op het eerste album zijn allemaal krachtig, maar de band wist dit meesterwerk in latere jaren te evenaren en soms zelfs te overtreffen. Opvolger Paranoid verscheen hetzelfde jaar en was dus de tweede in een reeks van liefst zes fantastische Sabbath-platen.

Bassist Geezer Butler gaf in recente interviews aan dat de band op het comebackalbum (met de voorlopige titel 13) terugkeert naar de donkere sound van de eerste drie platen. De verwachtingen zijn natuurlijk hooggespannen voor het eerste album met Ozzy sinds 1978, hoewel we niet kunnen verwachten dat Black Sabbath het behoorlijke niveau van dat oudere werk weer kan bereiken.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

32 jaar geleden: Bluesgitarist Mike Bloomfield wordt dood gevonden

Mike Bloomfield was een invloedrijk muzikant met een bijzondere carrière, maar vreemd genoeg wordt de naam van de bluesgitarist tegenwoordig nog maar zelden genoemd. De van The Butterfield Blues Band en natuurlijk de Bob Dylan-lp Highway 61 Revisited bekende Bloomfield overleed op 15 februari 1981, op slechts 37-jarige leeftijd.

Als een van de belangrijkste namen binnen de Chicago-blues van de jaren zestig imponeerde Bloomfield met zijn formidabele spel op de eerste twee Butterfield Blues Band-lp’s: de klassiekers The Paul Butterfield Blues Band (1965) en East-West (1966). Vooral op die tweede plaat levert hij schitterend werk in onder meer I Got A Mind To Give Up Living en het dertien minuten durende titelnummer.

Bloomfield maakte deel uit van een historische gebeurtenis toen hij samen met andere Butterfield Blues Band-leden Bob Dylan begeleidde tijdens diens controversiële elektrische optreden op het Newport Folk Festival in juli 1965. Ook in de studio werkte Bloomfield samen met Dylan voor een van de allerbeste rockalbums aller tijden, Highway 61 Revisited (1965).

Na zijn vertrek bij The Butterfield Blues Band richtte Bloomfield de inmiddels vergeten band The Electric Flag op, met onder anderen ook drummer Buddy Miles. Ondanks de geslaagde mix van blues, rock en soul, was de band geen lang leven beschoren. The Electric Flag maakte indruk op het Monterey Pop Festival in 1967 en bracht een jaar later het uitstekende album A Long Time Comin’ uit.

Al Kooper, die als toetsenist ook al werkte aan Dylans Highway 61 Revisited en later Blood, Sweat & Tears oprichtte, werkte vanaf 1968 met Bloomfield aan een nieuwe plaat. In tracks als Albert’s Shuffle liet Bloomfield zich helemaal gaan in spetterende solo’s, maar uiteindelijk was hij vanwege gezondheidsproblemen slechts op de helft van het uiteindelijke album (Super Session, 1968) te horen. De tweede kant van het succesvolle en briljante Super Session werd ingespeeld door Stephen Stills. Van een supergroep was niet echt sprake, aangezien Bloomfield en Stills niet samen te horen waren in de tracks, maar de plaat was wel een voorloper van latere jamsessies van stermuzikanten.

Kooper en Bloomfield gingen wel toeren en in 1969 verscheen het eveneens geslaagde The Live Adventures Of Mike Bloomfield And Al Kooper. Bloomfield startte een – weinig succesvolle – solocarrière, werd bijna de gitarist van Canned Heat en speelde mee op Janis Joplins solodebuut I Got Dem Ol’ Kozmic Blues Again Mama! In de jaren zeventig bleef Bloomfield met grootheden werken, onder wie Vanilla Fudge-drummer Carmine Appice (in de supergroep KGB) en Dr. John.

Een indrukwekkende carrière dus, waar vandaag in 1981 een tragisch einde aan kwam na een overdosis drugs. Hij werd dood gevonden in zijn auto in San Francisco. Wat zich van tevoren precies had afgespeeld, blijft onduidelijk. Feit is wel dat de rockwereld vanaf die dag een meestergitarist van het niveau Clapton armer was.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag 66 jaar geworden: Dave Davies van The Kinks

Het is broer Ray die bij The Kinks doorgaans de meeste aandacht krijgt, maar Dave Davies heeft door de jaren heen natuurlijk ook een belangrijke rol gespeeld in de band. Hij schreef en zong verschillende beroemde Kinks-songs en was verantwoordelijk voor het kenmerkende en invloedrijke gitaargeluid van You Really Got Me. Davies nam met een scheermes zijn versterker onder handen en creëerde dat voor die tijd ongekend ruige geluid.

Op slechts 14-jarige leeftijd was Davies met broer Ray oprichter van The Ravens, de band die later The Kinks werd.  You Really Got Me, met een van de bekendste gitaarriffs uit de rockhistorie, betekende de doorbraak van de zeer Britse rockformatie. Vaak werd beweerd dat Jimmy Page gitaar speelde op die single, maar dat heeft Page zelf vaak ontkend.

Op het meesterwerk Something Else By The Kinks (1967) werd Dave Davies’ rol als songwriter groter. Daarop staat ook zijn solohit Death Of A Clown, een magistraal lied en Davies’ debuutsingle. Verder schreef hij prachtige Kinks-songs als Love Me Till The Sun Shines, Funny Face, Strangers en You Don’t Know My Name. Op de latere geniale Kinks-lp’s The Kinks Are The Village Green Preservation Society (1968) en Arthur (Or The Decline And Fall Of The British Empire) (1969) overschaduwde Ray Davies zijn broer door alle songs te schrijven.

Een volledige solo-lp leek een logisch vervolg na het succes van Death Of A Clown, maar Davies’ volgende solosingles – waaronder Susannah’s Still Alive (1968), eveneens een artistieke voltreffer – deden het minder goed dan de voorganger.

Het eerste soloalbum van Dave Davies (het weinig opgemerkte AFL1-3603) verscheen pas in 1980, en er volgden meer. Ondertussen bleef hij actief als lid van The Kinks, ook al lagen hij en zijn broer jarenlang met elkaar overhoop. In 2004 kreeg Davies een beroerte, maar hij kwam er bovenop. Zijn meest recente solowerk, Fractured Mindz, kwam drie jaar later uit.

Een reünie van The Kinks werd de afgelopen jaren vaak besproken, maar of deze daadwerkelijk zal plaatsvinden? Het lijkt niet heel waarschijnlijk. De rivaliteit tussen Ray en Dave Davies blijft gigantisch, zo bleek uit recente interviews.

Ray Davies mag dan de meeste eer krijgen als het genie achter The Kinks, op de 66e verjaardag van zijn broer is het goed om (nog eens) te beseffen dat de bijdragen van Dave Davies aan de legendarische band zeker niet onderschat mogen worden.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

45 jaar geleden: Across The Universe van The Beatles opgenomen

Op 4 februari 1968 namen The Beatles in Abbey Road Studios het nummer Across The Universe op onder leiding van vaste producer George Martin. Het zou uiteindelijk uitgroeien tot misschien wel de mooiste Beatles-ballad ooit.

Across The Universe is geschreven door John Lennon (al gaan de credits zoals gebruikelijk naar Lennon/McCartney), die de tekst van het nummer in 1970 omschreef als één van zijn besten. In 1967 oorspronkelijk bedacht tijdens een ruzie met zijn toenmalige vrouw Cynthia, werd het nummer al snel een stuk spiritueler en werd zelfs de mantra ‘Jai guru deva om’ toegevoegd, geïnspireerd door de transcendente meditatie waar The Beatles in die periode veel belangstelling voor hadden.

Op 4 februari 1968 werd de track opgenomen in Abbey Road Studios onder leiding van vaste Beatlesproducer George Martin. Twee jonge fans werden door Paul McCartney van de straat geplukt om de achtergrondzang voor hun rekening te nemen.

Uiteindelijk werd het in dezelfde sessies opgenomen Lady Madonna een single. Across The Universe verdween even uit beeld, tot besloten werd om het nummer toe te voegen aan No One’s Gonna Change Our World, een verzamelalbum voor het goede doel. De track werd geremixt en het originele mono omgezet in stereo, waarna het eind 1969 op de compilatie verscheen.

Oorspronkelijk was het de bedoeling een nieuwe versie op te nemen voor het album dat uiteindelijk Let It Be werd. Omdat er uit deze sessies geen goede multitrack-opnames bestonden, is de versie die uiteindelijk op die plaat terecht gekomen is een remix van het origineel uit 1968, waar producer Phil Spector orkestgeluiden en koortjes aan toevoegde.

Across The Universe zou uiteindelijk uitgroeien tot een van de hoogtepunten van Let It Be, en misschien wel de mooiste Beatles-ballad ooit. Vijfenveertig jaar na dato heeft het nummer nog niets aan kracht ingeboet.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More