Revue

Albumrecensie: Bruce Springsteen – High Hopes (2014)

High Hopes, het nieuwe studioalbum van Bruce Springsteen, was natuurlijk van tevoren al online te beluisteren, maar de officiële releasedatum is vandaag. Hoe goed is deze uit heropnames van eerder verschenen materiaal, covers en outtakes bestaande plaat?

Ik zal het gelijk maar toegeven: na het lezen van Springsteens liner notes over High Hopes waren mijn verwachtingen niet hooggespannen. Natuurlijk, de boxset Tracks (1998) en de Darkness On The Edge Of Town-outtakes op de dubbel-cd The Promise (2010) bevestigden eerder dat The Boss sommige van zijn beste nummers jarenlang op de plank hield, maar voor de opvolger van het ijzersterke Wrecking Ball (2012) vond ik het recyclen van niet gebruikt materiaal en eerder verschenen favorieten als The Ghost Of Tom Joad – aangevuld met een handvol covers – geen al te aantrekkelijk idee.

Gelukkig staat Springsteen bijna altijd garant voor kwaliteit en zo ook op zijn achttiende studioplaat, hoewel High Hopes zeker enkele miskleunen herbergt. Zo wordt het eerder genoemde The Ghost Of Tom Joad – zo mooi ingetogen gebracht op het gelijknamige album uit 1995 en tijdens de opening van zijn concert in Nijmegen vorig jaar – om zeep geholpen in een pompeuze duetversie met Tom Morello. Een vergelijkbare uitvoering was in 2009 te horen tijdens een concert ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige bestaan van de Rock And Roll Hall Of Fame, maar deze studio-opname voegt weinig tot niets toe aan een van de beste songs die Springsteen ooit schreef.

Morello, die ook in enkele tracks van Wrecking Ball meedeed, speelt een vrij grote rol op het album en aan de meeste tracks geven zijn stormachtige solo’s wel degelijk een emotionele lading. Zoals American Skin (41 Shots), een ijzingwekkende compositie die we al kennen van het livealbum Live In New York City (2001). Van die plaat was overigens ook het voor Wrecking Ball heropgenomen Land Of Hope And Dreams afkomstig, dus deze studioversie van American Skin voelt als een logisch vervolg.

De uitschieter is voor ondergetekende het stoere Harry’s Place, waarin de saxofoon van wijlen Clarence Clemons sterk bijdraagt aan de Sopranos-achtige sfeer. In sterk contrast met deze heftige gangstersong die The Rising (2002) destijds niet haalde, zijn de wat intiemere composities Down In The Hole en The Wall – die laatste gebaseerd op het verhaal van rockmuzikant en soldaat Walter Cichon, zoals Springsteen al in zijn liner notes uitlegde. Daar tegenover staat weer een net iets te luchtig en wat overdreven gezongen niemendalletje als Frankie Fell In Love.

High Hopes begint en eindigt met nummers van andere artiesten. Zo vormt de titelsong, origineel van The Havalinas, een energieke opener en een prima eerste single. Dit lied is net als sommige andere tracks niet onbekend bij Springsteenfanaten, want een eerdere versie verscheen op de ep Blood Brothers (1996). Het aangrijpende Dream Baby Dream, oorspronkelijk van de band Suicide, sluit de plaat in stijl af. De derde cover, Just Like Fire Would van de Australische band The Saints, klinkt alsof het lied uit zijn eigen pen kwam en zal het ongetwijfeld goed doen tijdens concerten van de onuitputtelijke heartlandrocker.

Hoewel zeker niet de meest consistente Springsteenplaat – moet je misschien ook niet verwachten van een album dat op een dergelijke wijze bij elkaar werd gesprokkeld – is High Hopes opnieuw een bevredigend werk van de 64-jarige superster. Net zoals eerdere releases als Human Touch (1992) en Working On A Dream (2009) duidelijk maakten, bevat een ‘mindere’ Springsteen nog steeds genoeg gloedvolle momenten waarvan veel andere rockartiesten – jong en oud – alleen maar kunnen hopen ooit datzelfde niveau te bereiken.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Patent Pending – Other People’s Greatest Hits

Patent Pending – Other People’s Greatest Hits

De poppunkers van Patent Pending staan erom bekend upbeat covers van hitsongs te spelen tijdens hun liveshows. Het is dan ook geen verrassing dat de band een coveralbum uitbrengt: “Other People’s Greatest Hits”. Nu is het nog de vraag of deze tien nieuwe rendities de originele versies eer aan doen.

Dit album hoef je niet heel serieus te nemen en bestaat vooral voor puur vermaak. Het beste voorbeeld hiervan is de cover “Never Gonna Give You Up”, origineel gezongen door Rick Astley. Wanneer je over het feit heen bent gekomen dat je zojuist bent ge-rickrolled, realiseer je jezelf al gauw dat het vooral een heel leuke cover is. Baanbrekend? Nee, dat is het niet. Maakt de track het je het wel heel moeilijk niet rond te dansen en mee te zingen? Jazeker.

De Spaanse sferen die eerder op het album te horen waren, komen terug op de cover van Ricky Martin’sLivin La Vida Loca”. De mix van harde gitaren en blaasinstrumenten is erg raar. Dit nummer, en de Spice Girls-cover, klinken dan ook misplaatst. Deze songs zijn duidelijk de zwakke schakels. Gelukkig maakt de band het goed met “All Time Low”, origineel van Jon Bellion. Aanstekelijke poppunkmelodieën en subtiele elektronische elementen zorgen voor een dansbaar geheel.

De band blijft bij “Mr. Brightside” vrij dichtbij de versie van The Killers. De toon van de cover is dan wel wat meer poppunk dan het origineel, maar de band doet toch eer aan dit bijna legendarische nummer. Op “Shape Of You”, origineel van Ed Sheeran, houdt de band zich net iets te veel in. Door meer durf te tonen had hij deze track net wat krachtiger kunnen maken. Verrassend genoeg weet de band dit precies goed te doen op de Miley Cyrus-cover “See You Again”. Duidelijk aanwezige gitaren, een ruig randje aan de stem van frontman Joe Ragosta en een knallend refrein maken dit afsluitende nummer een feestje.

Other People’s Greatest Hits” is dan wel niet perfect, maar wel erg catchy. De band blaast het merendeel van het album met succes nieuw leven in nieuwe en oude hits. Een perfect album om op te zetten op een warme zomerdag en luidkeels mee te brullen.

Beoordeling: 7,5/10
Releasedatum: 26 mei 2017
Platenlabel: Rude Records

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Albumrecensie: Transatlantic – Kaleidoscope (2014)

Aan het einde van 2013 verscheen de nieuwe single/video Shine van supergroep Transatlantic – bestaande uit Neal Morse (Spock’s Beard), Roine Stolt (Flower Kings), Mike Portnoy (o.a. Dream Theater) en Pete Trewavas (Marillion) – online. Veel fans waren bang dat het nieuwe album zou gaan klinken als Shine. Gelukkig is dat niet het geval.

The Whirlwind, het vorige album, verraste vriend en vijand omdat er slechts één nummer van maar liefst 77 minuten speeltijd op stond. Kaleidoscope, het vierde Transatlantic-album, herbergt vijf nieuwe songs die helaas niet allemaal weten te overtuigen. Muzikaal is er zeker niet zo veel veranderd, dus als The Whirlwind je niet echt aansprak, dan zal ook Kaleidoscope niet in je top 10 van 2014 belanden.

Het al genoemde Shine zal ondertussen bij de fans wel een bekend nummer zijn. Een typische melodieuze Transatlantic-song die perfect in het grote geheel van het album past. Shine opent met sitargeluiden en het mooiste van deze song is de gevoelige gitaarsolo van Stolt (ook bekend van Flower Kings).

Openingsnummer Into The Blue klokt 25 minuten en is verdeeld in vijf aparte stukken. Het geheel komt pas echt op stoom na een drietal minuten instrumentaal ‘gepiel’. Into The Blue wordt verder gekenmerkt door de emotionele zang van Morse, de zwevende gitaarsolo’s van Stolt en de karakteristieke melodieën die al bekend zijn van de eerste drie Transatlantic-albums. Daniel Gildenlow’s vocale assistentie in het vijfde gedeelte Written In Your Heart zorgt voor een zeer aangename afwisseling in het midden van deze epische track. Qua tekst is Into The Blue het meeste religieuze nummer op dit album en dat zal dan ook voor bepaalde luisteraars – zoals ondergetekende – even doorbijten zijn.

Het andere epische stuk, mijn favoriete nummer van het album, is de titelsong, waarvoor je ruim 31 minuten moet reserveren. Kaleidoscope is puur Transatlantic en tevens de perfecte afsluiter van dit album. Het is een zeer gevarieerd nummer, melodieus en vooral de wisselwerking tussen de vocalen van Morse en Stolt is uitzonderlijk mooi te noemen. Het instrumentale Lemon Looking Glass is hét hoogtepunt van dit album, want daar gaat het progkwartet helemaal los. Vooral de gitaarsolo van Stolt is weer fenomenaal.

Black As The Sky doet denken aan Mystery Train van Transatlantic’s debuutalbum SMPT:e, dus een stevig rocknummer zonder al te veel poespas. Het door alle vier de heren gezamenlijk gezongen refrein is zeer pakkend. Helaas bevat het album ook een complete muzikale misser. Beyond The Sun is namelijk weer zo’n oervervelende pianoballade zoals alleen Morse ze schrijven kan. Dit lied roept bij mij herinneringen op aan het ABWH (Anderson, Bruford, Wakeman, Howe)-project en hoort eigenlijk gewoon op een soloalbum van Morse thuis.

Ondanks het feit dat alle melodieën, arrangementen en composities bekend in de oren klinken en Transatlantic zich lijkt te herhalen qua muzikale thema’s, is Kaleidoscope een goed progrockalbum. Vooral de fans zal dit album zeker bekoren en ook ik kan niet wachten om de band weer live aan het werk te zien in Tilburg op 13 en 14 maart as.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

All Time Low – Last Young Renegade

All Time Low – Last Young Renegade

All Time Low staat bekend als één van de populairste bands in de poppunkscene. Dit kwam niet uit het niks: de band bestaat al ongeveer veertien jaar, tourt praktisch fulltime de wereld rond en heeft zes full-length albums uitgebracht. Nu is het tijd om een zevende plaat aan dit repertoire toe te voegen, genaamd “Last Young Renegade”.

All Time Low’s vorige album, “Future Hearts”, was al meer pop dan punk, maar met dit album laat de band vrijwel compleet zijn poppunk roots achter. Op maar enkele momenten, zoals op “Nice2KnoU”, hoor je deze invloeden nog terug. Het refrein is heel upbeat en er zit een aangenaam randje aan de stem van Gaskarth. Dit dansbare nummer zal menig oldschool All Time Low-fan tevreden stellen.

Deze energie is maar weinig op de rest van de plaat terug te vinden. Vooral het einde van het album zakt nogal in. Dit komt wellicht door de gitaren, die vaak teveel overstemd worden door de elektronische elementen. En ook doordat drummer Rian Dawson niet genoeg de kans krijgt om echt uit te kunnen pakken. Dit betekent niet dat de plaat niet gevarieerd is. “Life of the Party” heeft bijvoorbeeld een refrein met een snel tempo, terwijl “Nightmares” juist vertraagt en emotioneler is. Op zichzelf gebeurt er echter niet veel spannends op deze songs.

Op de track “Ground Control” heeft de band de hulp van indiepopduo Tegan and Sara ingeschakeld. Het duo zingt op deze track gastvocalen. Dit lijkt misschien een vreemde combinatie, maar de stemmen van deze twee vrouwen passen verrassend goed bij de relaxte poprock op dit nummer. Afsluitende track “Afterglow” kabbelt door op deze sferen en geeft de luisteraar nog één catchy refreintje mee, maar mist wel een knallend einde.

Op “Last Young Renegade” moet je geen pure poppunk verwachten. All Time Low is met deze plaat namelijk echt een andere richting ingeslagen. Instrumentaal en vocaal gezien klinken de nummers ondanks deze nieuwe stijl grotendeels prima. Daarnaast is het album ook lekker gevarieerd. Op sommige momenten overheersen de elektronische invloeden wel net iets te sterk. Mede hierdoor mist de energie nogal en kent de plaat maar weinig indrukwekkende momenten. Fans van All Time Low zullen blij zijn met tien nummers aan nieuw materiaal, maar ontzettend memorabel is het niet.

Beoordeling: 6,5/10
Releasedatum: 2 juni 2017
Platenlabel: Fueled By Ramen

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Albumrecensie: Paul Rodgers – The Royal Sessions (2014)

Elke rechtgeaarde classic rock-fan heeft op z’n minst één album in de platenkast staan waarop Paul Rodgers te horen is: Free, Bad Company, The Firm, The Law, met Queen of zijn solowerk, je moet toch zeker iets van deze geweldige Britse zanger in huis hebben. Hoewel de inmiddels 64-jarige Rodgers met zijn soulvolle stem toch vooral bekend is van het heavy rockwerk met eerder genoemde bands, als tiener werd hij toch voornamelijk beïnvloed door de betere soulzangers en –zangeressen als Otis Redding, Sam & Dave, Isaac Hayes en Ann Peebles.

Rodgers is altijd van de goede soulmuziek blijven houden, wat – als je goed luistert – vaak te horen is in de door hem gezongen ballads als Bad Company, Seagull (pas nog gecoverd door Joe Bonamassa) en Shooting Star, om er een paar te noemen. Op de eerste langspeelplaat van The Firm staat een, volgens ondergetekende, prachtige cover van de Righteous Brothers-klassieker You’ve Lost That Lovin’ Feeling. Dat smaakte wat mij betreft naar meer.

Nu ben ik geen echte soulliefhebber, maar kort geleden herinnerde ik me dat mijn eerste zelf gekochte singles toch werkelijk soulklassiekers zijn: Tears Of A Clown van Smokey Robinson & The Miracles en die grote hit van Percy Sledge, My Special Prayer. Maar genoeg over mezelf, want het gaat hier om het nieuwe studioalbum van Paul Rodgers, die al sinds All Right Now van Free een van mijn all-time favoriete zangers is. The Royal Sessions is pas de vijfde solo-studioplaat van Paul, de eerste (Cut Loose) stamt uit 1983, terwijl de vorige (Electric) in 2000 uitkwam. Met Queen maakte hij het album The Cosmos Rocks (2008), wat niet het beste uit het oeuvre van zowel Queen als Paul Rodgers is, al staan er zeker een paar uitstekende songs op.

Vorig jaar nam Rodgers in de Royal Studios in Memphis, waar in het verleden diverse soulklassiekers (vooral voor het Hi Records label) zijn opgenomen, samen met producer Perry A. Margouleff de songs voor dit album op. Diverse gerenommeerde muzikanten die vaak ook op de originele songs speelden, werken mee aan het album – dat overigens analoog is opgenomen. Volgens het cd-boekje is met het maken van dit album een levenslange wens in vervulling gegaan.

Veel van de elf songs op het album (op de Deluxe Edition staan er nog drie meer) zijn bij velen bekend, zoals I Can’t Stand The Rain, I’ve Been Loving You Too Long (To Stop Now), Walk On By en Born Under A Bad Sign. Al deze songs zijn in de loop van de tijd door veel uiteenlopende artiesten gecoverd.

De meeste uitvoeringen van Paul Rodgers wijken niet veel af van de (mij) bekende uitvoeringen, al blijft het elf songs lang een genot om zijn stem te horen. Vocaal is het dan ook dik in orde. Wel moet ik bekennen dat ik de instrumentatie op verschillende songs niet bijzonder vind. Ik hoor weinig verschil met de originele/bekende versies en wat dat betreft vind ik het een ‘gewoon coveralbum’. Maar over het algemeen zijn er lekkere Hammond- en Wurlitzersounds, fijne gitaar- en strijkerspartijen, heerlijke blazers en mooie dameskoortjes aanwezig.

Erg mooi vind ik That’s How Strong My Love Is (ook bekend van The Rolling Stones) en afsluiter I’ve Got Dreams To Remember (al is de originele versie van Otis Redding toch net iets mooier). De drie tracks op de Deluxe Edition zijn Shake, Walk In My Shadow en Wonderful World, die overigens probleemloos op de ‘gewone’ cd hadden gepast. Hoe dan ook, The Royal Sessions is een zeer luisterwaardig album met hoorbaar veel plezier en respect gemaakte uitvoeringen van Rodgers’ favoriete soulnummers. Wie weet gaan na het beluisteren van deze cd veel meer classic rockers ook eens naar de originele versies van deze soulklassiekers luisteren. Zou ik zéker doen!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Miss May I – Shadows Inside

Miss May I – Shadows Inside

Het is inmiddels tien jaar geleden dat Miss May I voor het eerst het levenslicht zag. In die tien jaar is het snel gegaan met de band. Een jaar na het oprichten tekende hij al bij een platenlabel en in de tussentijd heeft de band niet stilgezeten. “Shadows Inside” is het zesde album en betekent weer een nieuw hoofdstuk voor de band.

Dit nieuwe hoofdstuk van Miss May I bestaat uit tien nummers. Tracks die stuk voor stuk heerlijk zijn opgebouwd. Opener en titeltrack Shadows Inside” laat meteen zien dat de mannen iets van zich af moeten zetten. Een agressieve gitaarriff die wordt ondersteund door de rauwe vocals van Levi Benton, zorgen voor een opgefokt gevoel. Als luisteraar kun je moeilijk stil blijven zitten. Je wilt gaan bewegen om dezelfde agressie kwijt te kunnen.

De band weet hoe hij het album op een goede manier moet afwisselen. “Never Let Me Stay” is namelijk totaal anders. Waar “Shadows Inside” meer een metalcore nummer is, begint het derde nummer als een rocknummer. De enige hints naar metal zijn de backing vocals, die als stemmen in je hoofd achter de hoofdlijnen aanzingen. De klank van Miss May I komt terug in de refreinen. Nog steeds is het meer een ballad, maar door de rauwe vocals blijft de band trouw aan zichzelf.

Met “My Destruction” is er even de angst dat de rest van het album akoestisch is. Gelukkig drijft de band deze gedachte snel weg. Door dit nummer wordt het wel duidelijk dat de band een persoonlijke kant wil laten zien. Na een gevoelig uitstapje is het tijd om weer keihard terug te komen. “Casualties” is daar het beste voorbeeld van. Rammende instrumenten met goed getimede pauzes tussen het geweld door. Hierdoor komt het gevoel van agressie weer terug. Hier brengen de heren rust in het refrein: harmonie in de vocals, rustige gitaren en een ritmesectie die een stapje terug neemt. Dit wordt compleet overhoop gehaald in de coupletten. Dat zorgt er vooral voor dat je iets voelt bij dit nummer.

En dat is precies de kern van “Shadows Inside”. Het weet je te raken. Het is vaak zo dat bands een album maken wat je leuk vindt of niet. Miss May I weet dit om te toveren naar muziek die je aandacht vast weet te houden en waarbij je hetzelfde voelt als de band die het uitvoert. Iets dat niet veel muzikanten tegenwoordig weten te doen. Helaas is het na tien nummers alweer gedaan, maar gelukkig bestaat er de repeatknop.

Beoordeling: 8,5/10
Releasedatum: 2 juni 2017
Label: Sharptone Records

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Albumrecensie: Mike Oldfield – Man On The Rocks (2014)

De verwarring was groot toen Mike Oldfield vorig jaar aankondigde een nieuw album uit te brengen, helemaal toen hij liet weten dat het ook nog eens een rockplaat zou worden. Moesten we hier nou naar uitkijken, of er met ’s mans werk van de afgelopen decennia in gedachten toch met een grote boog omheen lopen? Classic Rock Mag luisterde naar Man On The Rocks om die vraag te beantwoorden.

Eén ding is in ieder geval duidelijk: Oldfield heeft niet gelogen toen hij zei dat Man On The Rocks een rockplaat zou worden. Van al het vreselijks waar hij zich vanaf de jaren 90 mee bezighield, zoals het zweverige geneuzel op Tr3s Lunas (2002) of de quasi-hippe house van Tubular Bells III (1998), is hier gelukkig geen sprake meer. En ook niet onbelangrijk: dat heerlijke herkenbare gitaargeluid van de Brit is op Man On The Rocks weer in bijna elk nummer met een prachtige solo te horen.

Rock dus. Maar dan wel een gepolijste variant zonder enige ruwe randjes. Is dat erg? Wij vinden eigenlijk van niet en hadden ook niet anders verwacht van een 60-jarige multimiljonair die al jaren op de Bahama’s woont. Oldfield hoeft nu eenmaal niets meer te bewijzen en maakt op Man On The Rocks eenvoudigweg lekker in het gehoor liggende luisterrock. Dat werd met de eerste single Sailing al duidelijk, een track waar velen nogal van schrokken vanwege het wat simpele karakter. Dat lag nog niet eens aan het op zichzelf prima arrangement dat ergens tussen Moonlight Shadow en Tom Petty verkeert, maar vooral aan de nogal flauwe melodie. Een grote geruststelling is dat het merendeel van Man On The Rocks in dat opzicht een stuk sterker is.

Het zijn met name de langzamere liedjes die dit album de moeite waard maken. Tracks als het titelnummer en Castaway zijn wonderschoon en behoren zonder twijfel tot de beste ballads die Oldfield ooit maakte. Hier komen ook de vocalen van de jonge Luke Spiller, die het hele album heeft volgezongen, het best tot hun recht. Dat terwijl hij op andere momenten (Moonshine, Minutes) juist iets te generiek en onherkenbaar klinkt. Het zijn die momenten waarop maar weer eens duidelijk wordt hoe belangrijk Maggie Reilly in de jaren 80 was voor het geluid van de liedjesmakende Oldfield.

Luke Spiller is niet de enige gast op Man On The Rocks. Sterker nog: het merendeel van de muziek is door sessiemuzikanten ingespeeld. En hoewel daarvoor niet de minste namen zijn opgetrommeld (Leland Sklar, Michael Thompson) is het toch wat teleurstellend dat multi-instrumentalist Oldfield niet zelf meer partijen voor zijn rekening heeft genomen. Het is wellicht daarom dat dit album op die immer heerlijke gitaarsolo’s na niet nadrukkelijk zijn handtekening draagt. Wie daarnaar op zoek is, doet er verstandig aan de meest luxe 3cd-boxset aan te schaffen: dan krijg je naast een volledig instrumentale versie van de plaat namelijk ook een schijf waarop alle nummers als demo staan, en daarop zijn wél alle instrumenten door Oldfield gespeeld. Sterker nog: hij verzorgt zelfs de leadzang. Dat laatste is echter niet voor de gevoelige oortjes, want wie Heaven’s Open (1991) heeft gehoord weet dat de beste man geen geweldige vocalist is. Desalniettemin een meer dan aardig extraatje voor de fans.

Is dit nou dé rockplaat van 2014? Natuurlijk niet. Maar Mike Oldfield zet hier wél een album neer dat van begin tot eind genietbaar is, en dat is al duizendmaal meer dan wij ooit nog van hem verwacht hadden. Daarmee is Man On The Rocks met afstand het beste album dat hij in de laatste twintig jaar gemaakt heeft.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Seether – Poison the Parish

Seether – Poison the Parish

In 2002 brak de Zuid-Afrikaanse band Seether door met de plaat “Disclaimer“. Sindsdien leverde de band, met zijn kenmerkende metal-meets-grunge-sound, nog eens vijf iconische langspelers. Seether belooft zijn fans op de zevende plaat, “Poison the Parish”, terug te keren naar zijn duistere en agressieve sound.

Zo bijna halverwege de plaat wordt het weer hoog tijd voor wat pit. Dat komt er in de vorm van de single “Let You Down”. De krachtige vibe in dit nummer doet alles op zijn grondvesten schudden. Je kan het niet laten om met je hoofd mee te knikken en met je voet op het aanstekelijke ritme mee te tikken. Elke zanglijn en elk aangeslagen akkoord klopt. “Let You Down” steekt tot dusver met kop en schouders boven de andere tracks uit.

Je bent helemaal opgefokt, je zit lekker in het ritme. Het is dan ook een teleurstelling dat Seether er na deze knaller voor kiest om verder te gaan met een set rustigere tracks. Zo is “Against the Wall” een prachtige track, maar staat compleet op de verkeerde plek. De ballad had veel beter qua plek kunnen wisselen met “Nothing Left“, een track die uit zijn voegen barst van agressie en energie. De plaat werkt daarna naar het einde toe en sluit af met het fenomenale “Sell My Soul”. Het gaat hier wederom om een ballad, maar deze keer grijpt hij je van begin tot eind bij je strot.

Beoordeling: 8/10
Releasedatum: 12 mei 2017
Label: Concord Bicyle Music

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Albumrecensie: The Robert Cray Band – In My Soul (2014)

In My Soul is het zeventiende album van de zestigjarige Amerikaanse gitarist/zanger Robert Cray. In ons land werd hij vooral bekend door de hitsingle Right Next Door (Because Of Me) van het album Strong Persuader (1986), die de tweede plaats in de hitparade behaalde en ieder jaar in de Radio 2 Top 2000 staat. In thuisland Amerika is hij al jaren een grote ster en werkte hij met grootheden als Stevie Ray Vaughan, John Lee Hooker, Bonnie Raitt, Tina Turner en Eric Clapton.  

Het handelsmerk van Robert Cray is zijn soulvolle stem gecombineerd met zijn prachtige bluesy en veelal vlijmscherpe gitaarwerk, vooral op de Fender Stratocaster en Telecaster. Op In My Soul is dit weer goed te horen. Het is een gevarieerd album, maar wellicht voor de bluespuristen niet blues genoeg, want alle songs klinken erg clean en beschaafd. Maar zo is Robert Cray nu eenmaal! Naast prachtig gitaarwerk (in elke song zit wel een solo) moet ook zeker de rest van de instrumentatie genoemd worden, want naast een geweldige ritmesectie en prachtig orgelwerk is er ook een uitstekende blazerssectie aanwezig, die de songs naar een nog hoger niveau tilt. The Robert Cray Band is overigens van samenstelling veranderd ten opzichte van de vorige cd Nothin’ But Love (2012). Bassist Richard Cousins, die van 1979-1991 in de band speelde, kwam in 2007 terug. Toetsenist Dover Weinberg keerde na zo’n twintig jaar terug en drummer Les Falconer is het nieuwe bandlid.

Het album opent met een typische Robert Cray-song, You Move Me, meteen gevolgd door de Otis Redding-cover Nobody’s Fault But Mine en het soulvolle Fine Yesterday. Als je deze drie songs hebt beluisterd, ben je als het ware al betoverd door de prachtige muziek op deze cd. Robert Cray is duidelijk beïnvloed door de muziek van de legendarische platenlabels Stax en Chess, dus muziek uit (vooral) de jaren vijftig en zestig, maar toch klinkt het geen moment als oud. Mede door de productie klinkt het voor mij fris en levendig. Mijn hoogtepunt van In My Soul is What Would You Say, wat door de akoestische feel heel anders klinkt dan de rest van het album. Het instrumentale Hip Tight Onions is, zoals je wellicht aan de titel kunt zien, een ode aan Booker T. & The MG’s.

In My Soul is geproduceerd door Steve Jordan, die eerder een Grammy Award won met zijn productie van Robert Cray’s album Take Your Shoes Off uit 1999. Jordan produceerde verder albums voor uiteenlopende artiesten als Alicia Keys, Los Lonely Boys, John Mayer en Bozz Scaggs. Robert Cray heeft tot nu toe vijf Grammy’s ontvangen en werd vijftien keer genomineerd voor de belangrijkste Amerikaanse muziekprijs.

Na het coveralbum van Paul Rodgers alweer een prachtige bluesy soulplaat, die ik zeer kan aanbevelen. Eind mei is The Robert Cray Band voor twee optredens in ons land: 23 mei Paradiso, Amsterdam en 24 mei Hedon, Zwolle.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Linkin Park – One More Light

Linkin Park – One More Light

Linkin Park kennen we van de geweldige live optredens, ladingen bekende nummers en muzikale ontwikkelingen. Tussen “Hybrid Theory” en het nieuwe “One More Light” zit ook een wereld van muzikaal verschil. Is dat verschil zo groot dat het trouwe fans zal afschrikken, spreekt Linkin Park hier een nieuwe doelgroep aan of is iedereen blij met het nieuwe album van de mannen?

Een geluid dat veel meer richting de pop neigt dan dat de band ooit heeft gemaakt. De grote vraag is natuurlijk of dat een goed of slecht teken is. We kunnen namelijk nog steeds luisteren naar kenmerken van de band. De raps van Mike Shinoda komen namelijk in “Good Goodbye” gewoon terug. Daarnaast doet het intro van “Talking To Myself” denken aan “What I’ve Done”. In dit nummer hoor je ook voor het eerst op het album een duidelijke gitaar naar voren komen. Toch blijf je het hele nummer lang wachten op de climax die Linkin Park zo goed kan brengen. Helaas blijf je tot de laatste seconde wachten, maar komt het hoogtepunt niet. Battle Symphony” hebben we al eerder kunnen horen en was inderdaad een goed voorbeeld voor het hele album. Het kabbelt wat voort, het is een totaal nieuw geluid voor Linkin Park en het is voor sommige fans even slikken.

One More Light” is meer pop dan de band ooit heeft gemaakt. Aan de andere kant is het totaal geen verrassing dat Linkin Park iets totaal anders doet. Hij maakt niet voor niets al eerder een album met Jay-Z en een compleet mixalbum. En toch is het even slikken. Je mist wel een rauwe schreeuw van Chester Bennington of een opbouw met de gitaren. Voor een band als Linkin Park is “One More Light” een logische stap. Het is alleen te hopen dat de band goed gaat luisteren naar de feedback die de fans geven. Een stroom van kritiek op dit album is namelijk prima te begrijpen. Het is anders en het is pop, maar dat betekent niet dat het meteen ontzettend slechte muziek is geworden. Linkin Park slaat met “One More Light” een nieuwe weg in en we hopen allemaal dat deze weg niet doodloopt.

Beoordeling: 7/10
Releasedatum: 19 mei 2017
Label: Warner Bros. Records

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder