Wende wordt huiskunstenaar van Carré

Vanaf dit seizoen gaan Carré en multi-talent Wende Snijders een artistiek huwelijk aan. Wende wordt huiskunstenaar van het gerenommeerde theater aan de Amstel. Ze betrekt een eigen werkplek in het theater en geeft er op 17, 18 en 19 mei 2018 volgend jaar een exclusieve reprise van haar bejubelde en uitverkochte voorstelling ‘Mens’.

‘Mens’ staat tot en met eind 2017 door het hele land in uitverkochte zalen. In 2018 speelt Wende deze voorstelling daarom op 17, 18 en 19 mei speciaal in Carré. Deze special is het eerste resultaat van het huiskunstenaarschap dat Wende dit seizoen start bij Carré. Ze betrekt haar eigen werkplek in het theater, direct naast de zaal die haar zo dierbaar is. Er liggen ideeën voor gezamenlijke projecten in de toekomst en Wende wordt betrokken bij de programmering. Carré wordt voor Wende haar creatieve thuis. Natuurlijk blijft Wende ook in andere zalen in Nederland en Amsterdam spelen.

Madeleine van der Zwaan, directeur van Carré: “Wende en Carré passen bijzonder goed bij elkaar. Elke dag van het jaar ontvangen we artiesten en brengen we hun werk en het publiek samen. Maar er zijn ook andere manieren om de creatieve dialoog tussen Carré en haar artiesten te intensiveren. Tijdens één van onze inspirerende gesprekken is het idee ontstaan om Wende een eigen werkplek, een thuis, te geven waar ze haar eigen projecten ontwikkelt en van waaruit ze naar buiten gaat. Wende is net zo veelzijdig en multidisciplinair als Carré. Een vakmens met een waanzinnige eigen energie; intens en authentiek. Een kunstenaar in huis creëert een permanent gesprek over kunst en kwaliteit. De scheiding tussen het maakproces en het tonen wordt kleiner en dat vind ik belangrijk. Wende is een verbinder en inspireert de mensen buiten en nu ook binnen Carré.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

35 jaar geleden: Van Halen brengt het album Diver Down uit

Na de commercieel en muzikaal succesvolle albums Van Halen (Runnin’ With The Devil), Van Halen II (Dance The Night Away), Women And Children First (Everybody Wants Some!!) en Fair Warning (So This Is Love?) was het moeilijk voor Van Halen om met een even zo goede, of nog betere, opvolger te komen. Diver Down, het vijfde studioalbum, verscheen in 1982 en ondanks het feit dat er geen hits op stonden, verbleef de plaat maar liefst 65 weken in de Amerikaanse charts.

Het album ging vier miljoen keer over de toonbank in Amerika. Toch is Diver Down is niet echt een populair Van Halen-album bij de fans en dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat vijf van de twaalf songs op het album covers zijn.

Diver Down leverde maar liefst vijf singles op, waarvan er drie covers zijn, namelijk Dancing In The Street (Marvin Gaye, William Stevenson en Ivy Jo Hunter), Pretty Woman (Roy Orbison) en Where Have All The Good Times Gone, dat natuurlijk oorspronkelijk van The Kinks is.

Diver Down bevat verder de drie korte instrumentale nummers Cathedral (1:20), Intruder (1:39) en Little Guitar Intro (0:42) en daarin spelen vooral de vaak onnavolgbare gitaarriffs, hooks en solo’s van Eddie Van Halen de hoofdrol. Helaas halen deze zeer korte gitaarstukken niet het niveau van een song als Eruption van het debuutalbum.

Van Halens zwakste album, volgens een aantal critici en fans, bevat dus slechts vier originele composities en dat zijn Hang ‘Em High, Secrets, Little Guitars en The Full Bug; deze nummers zijn allemaal gecomponeerd door alle vier de bandleden, dus David Lee Roth, Michael Anthony en de Van Halen broers Alex en Eddie. The Full Bug is waarschijnlijk nog wel de beste eigen compositie op Diver Down en dat nummer werd ook nog wel regelmatig live gespeeld, dit in tegenstelling tot de andere tracks, die niet of nauwelijks op de setlist terecht kwamen.

Diver Down is zeker geen slecht rockalbum, maar voor Van Halen-begrippen is het toch wel een beetje mager en ontbreekt de passie en het enthousiasme, dat trouwens op de opvolger 1984 wel weer aanwezig was. Denk maar aan fantastische nummers als Jump, Panama en Hot For Teacher.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

25 jaar geleden: The Freddie Mercury Tribute vindt plaats in Wembley Stadium

Op maandag 20 april 1992 was het Tweede Paasdag, of zoals de Britten het noemen Easter Monday of ‘boxing day’, met ongekend prachtig weer in deze tijd van het jaar in Londen: zonnig en ver boven de twintig graden. Perfect dus voor een grotendeels openluchtconcert in het oude Wembley Stadium, ter ere van de op 24 november 1991 aan aids overleden Queen-zanger Freddie Mercury.

Onder de titel The Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness werd dit evenement door Brian May en Roger Taylor tijdens de uitreiking van de jaarlijkse Brit Awards in februari 1992 aangekondigd. Het concert was in zeer korte tijd volledig uitverkocht (72.000 kaarten!), terwijl nog niet bekend was welke artiesten en bands zouden optreden en dat in een tijd dat er nog geen sprake was van internet!

Het concert werd wereldwijd rechtstreeks op radio en televisie uitgezonden en de opbrengst van de tickets en de uitzendrechten ging naar de kort daarvoor opgerichte Mercury Phoenix Trust, een stichting die het bewustzijn over de ziekte aids en hiv wil vergroten en geld inzamelen voor aidsonderzoek. Ondergetekende was aanwezig bij dit evenement (na cash-betaling van een duur persticket in het Londense Queen-kantoor in een achteraf driehoog achtergebouw) en bezocht de avond ervoor een concert van Rush in de naastgelegen Wembley Arena (als je er toch bent… en er zijn nog kaarten, dan laat je dit natuurlijk niet voorbij gaan).

Paasmaandag begon dus zonnig en warm en alle metro’s, bussen, trams en straten waren vol concertbezoekers. Zoals het in het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk is, stond overal iedereen keurig in de rij voor de ingangen van het stadion. Het concert bestond uit twee delen. Het eerste deel bestond uit korte optredens van vooral heavy bands die duidelijk beïnvloed waren door de muziek van Queen in de beginjaren, hardrock dus.

Eerste helft
De opener, na een korte introductie door de drie overgebleven Queen-muzikanten Brian May, Roger Taylor en (haast onverstaanbaar) John Deacon, was het Metallica dat met een korte set van drie inmiddels bekende songs (Enter Sandman, Sad But True en Nothing Else Matters) opende en daarmee ongetwijfeld veel tv-kijkers liet schrikken, zo heeft ondergetekende in de dagen erna van veel mensen gehoord (‘wat een pokkeherrie!’, was dan vaak de opmerking die ik te horen kreeg). Hierna was het de beurt aan Extreme, die een mooie Queen-medley speelde en hun grote hit More Than Words, waarna Def Leppard de hits Animal en Let’s Get Rocked speelde en daarna samen met Brian May op gitaar Now I’m Here.

Live Aid-organisator Bob Geldof mocht zijn Too Late God zingen (géén hardrocksong), waarna de mannen van Spinal Tap hun The Majesty Of Rock (kan natuurlijk maar over één band gaan) speelden en tenslotte was het de beurt aan Guns N’ Roses met Paradise City en hun cover van Dylans Knocking On Heaven’s Door. De clip van deze uitvoering werd nadien heel veel vertoond, toen deze live-versie op single uitkwam en een grote wereldhit werd. Hierna volgde een toespraak van actrice Elisabeth Taylor en werden er op de grote videoschermen veel beelden van Freddie Mercury vertoond.

Tweede helft
Na de korte pauze begon het tweede gedeelte, waarin alle gastzangers en –muzikanten werden begeleid door de overgebleven Queen-muzikanten, aangevuld met extra muzikanten (o.m. vaste begeleider Spike Edney, Josh Macrae en Mike Moran) en een achtergrondkoor (o.m. Chris Thompson, bekend van Manfred Mann’s Earth Band). Tussen de optredens werd het podium door de hardwerkende roadies omgebouwd voor de volgende act, terwijl het publiek naar videobeelden kon kijken, uiteraard steeds met Mercury in de hoofdrol. De opzet was dat er Queen-songs werden gespeeld en gezongen door verschillende vocalisten die in 1992 in Engeland heel bekend waren, maar van sommige zal de naam anno 2017 niet veel of zelfs niets zeggen.

Het hoofdprogramma begon ook lekker stevig met Tie Your Mother Down, gezongen door Joe Elliott van Def Leppard en als extra gitarist Slash van Guns N’ Roses. De tweede vocalist kent vast iedereen: Roger Daltrey van The Who, die Black Sabbath-gitarist Tony Iommi bij zich had. Deze speelde eerst een stukje van Heaven And Hell en daarna het intro van Pinball Wizard, gevolgd door I Want It All. De derde act was de Italiaanse zanger Zucchero, die de ballad Las Palabras De Amor zong. Hierna werd het weer heavy (Queen is immers als hardrockband begonnen), met eerst Gary Cherone van Extreme met Hammer To Fall en daarna Metallica’s James Hetfield met Stone Cold Crazy. Beide werden op gitaar bijgestaan door Iommi. Een andere hardrocklegende kwam hierna, Led Zeppelins Robert Plant, die Innuendo zong met stukjes uit Led Zep-songs Kashmir en Thank You en daarna Crazy Little Thing Called Love.

Dan was het de beurt aan Brian May en vaste Queen-toetsenist Spike Edney, die de enige nieuwe song speelden: het ontroerende Too Much Love Will Kill You, dat een lang applaus opleverde. Paul Young deed hierna Radio Ga Ga, waarbij het hele stadion synchroon meeklapte. Who Wants To Live Forever werd vervolgens gezongen door Seal, die werd gevolgd door Lisa Stansfield die I Want To Break Free zong. David Bowie was de volgende ster die het podium betrad, samen met Annie Lennox (Eurythmics) zong hij het duet Under Pressure, waarbij Queens Roger Taylor als derde stem fungeerde. Bowie bleef staan en werd vergezeld door Ian Hunter en Mick Ronson èn Joe Elliott en Phil Collen van Def Leppard. Gezamenlijk werd All The Young Dudes gespeeld, de song die Bowie ooit schreef voor Mott The Hoople. Samen met Ronson zong Bowie zijn eigen Heroes, waarna hij midden op het podium knielde en daar het Onze Vader (The Lord’s Prayer) bad.

De volgende sterzanger was George Michael, die begon met de song ’39, wat altijd een meezinger bij Queen-concerten was tijdens het akoestische intermezzo. Samen met Lisa Stansfield zong hij de volgende song van het Innuendo-album, het ontroerende These Are The Days Of Our Lives. Zijn optreden besloot hij met een gospelachtige uitvoering van Somebody To Love. Natuurlijk kon Bohemian Rhapsody niet ontbreken en hiervoor was Elton John aangetrokken, die vanaf het heavy gedeelte werd vergezeld door Axl Rose. De lichtshow was identiek aan die tijdens de afgelopen Queen-tournees te zien was. Op de schermen zag en hoorde je Freddie tijdens het ‘operagedeelte’, zoals dat de afgelopen jaren ook het geval was/is bij de concerten van Queen+ Paul Rodgers en Adam Lambert.

Elton John zong hierna The Show Must Go On, begeleid door Tony Iommi op gitaar. Axl Rose deed hierna We Will Rock You. Zoals gebruikelijk werd dit gevolgd door We Are The Champions. Hiervoor was musicaldiva Liza Minelli (een van Mercury’s favoriete artiesten) vanuit Amerika naar Wembley gekomen. Samen met de meeste, zo niet alle, optredende artiesten werd de song wat uitgerekt en luidkeels meegezongen door het publiek. Als je goed keek zag je ook wat artiesten op het podium staan die niet hadden meegedaan. Hierbij doel ik op Klaus Meine en Rudolf Schenker van de Duitse Scorpions, die het vaak voor elkaar kregen om bij dit soort evenementen niet mee te doen en dan toch weer steeds in beeld te komen. Uiteraard was de laatste muziek die te horen was, de Queen-versie van het Britse volkslied God Save The Queen. Hiermee was dit evenement ten einde. Ondanks dat er ruim 72.000 mensen aanwezig waren, duurde het niet erg lang voordat het stadion leeg was en de bussen en metro’s vol. Voor degene die erbij was blijven de herinneringen aan een bijzondere gebeurtenis.

Van het door de BBC vastgelegde concert werd een VHS-videoband uitgebracht. Jaren later kwam er een dvd uit, met alleen het tweede gedeelte plus wat documentairemateriaal. In 2013 kwam er een blu-ray versie uit, op twee discs. Daarop het eerste èn het tweede deel plus documentaires, repetitie-opnames en een fotogalerij.


De tien meest memorabele optredens van de tweede helft, dus met Queen (Brian, John en Roger plus extra muzikanten als Spike Edney) als begeleiders:

10. Queen+ Robert Plant – Innuendo

Zelf was Robert Plant niet tevreden over zijn optreden, waardoor deze niet op de officiële videoband, dvd en (later) blu-ray disc gezet mocht worden. Maar ja, het is wel rechtstreeks op televisie geweest en dus door veel muziekliefhebbers opgenomen en dus gelukkig veelvuldig op YouTube te vinden. Het is de enige keer dat Queen deze prachtige titelsong van het laatste album met Freddie Mercury live uitvoerde. Sindsdien is dit niet gebeurd, dus ook niet met Paul Rodgers en Adam Lambert als leadzangers, maar wie weet verrast de band ons in november door het nu wèl te doen. Als je de versie van The Dutch Queen Tribute hebt gehoord, dan weet je dat dit een geweldig nummer is om live te horen. Want eerlijk is eerlijk, Innuendo behoort tot de allerbeste songs die Queen ooit op plaat zette!

9. Queen+ James Hetfield – Stone Cold Crazy

Metallica coverde deze song van het derde Queen-album Sheer Heart Attack al vaker, nu met Black Sabbath’s Tony Iommi op gitaar.

8. Queen+ Roger Daltrey – I Want It All

De leadzanger van The Who zingt deze Queen-klassieker van het album The Miracle, ook begeleid door Tony Iommi.

7. Brian May – Too Much Love Will Kill You

Ontroerend moment voor de Queen-fans toen Brian deze song voor het eerst zong en speelde. Je kon haast een speld horen vallen in het immense stadion. Iedereen dacht dat de song over Freddie ging, pas later werd bekend dat de huwelijksproblemen van Brian het onderwerp zijn. May bracht de song in een studioversie op single uit en op zijn soloalbum Back To The Light. Freddie heeft de song ook gezongen en deze versie staat op het album Made In Heaven.

6. Queen+ Gary Cherone – Hammer To Fall

Extreme-zanger Gary Cherone mocht samen met Queen èn Tony Iommi deze populaire rocksong van het album The Works zingen. Gary was hier overduidelijk heel enthousiast over.

5. Queen+ David Bowie & Annie Lennox – Under Pressure

De enige single van Queen met een gastzanger was Under Pressure. Het duet van Freddie en David Bowie werd een grote hit en de verrassende keuze om Bowie aan Annie Lennox te koppelen bleek een terechte.

4. Queen+ Lisa Stansfield – I Want To Break Free

Tegenwoordig kent men haar nog amper, maar Lisa Stansfield sloeg zich met verve door deze grote Queen-hit heen.

3. Queen+ Ian Hunter & David Bowie –  All The Young Dudes

De enige niet-Queen song in deze lijst is deze door Bowie voor Mott The Hoople geschreven song. Queen toerde in de beginjaren als voorprogramma met Mott The Hoople en zingt erover in Now I’m Here. Zanger Ian Hunter en schrijver David Bowie worden vergezeld door gitarist Mick Ronson (ex- Spiders From Mars en oud-partner van Hunter in The Hunter-Ronson Band) en door Joe Elliott en Phil Collen van Def Leppard.

2. Queen+ Elton John & Axl Rose – Bohemian Rhapsody

Velen denken dat dit de afsluiter van het concert was, maar dat is niet zo. Dat was, zoals bij alle Queen-concerten sinds de jaren tachtig We Are The Champions (die nu werd uitgevoerd door o.m. Liza Minelli, Elton John en Axl Rose). Elton en Axl hadden volgens diverse bronnen niet gerepeteerd om deze Queen-klassieker te zingen (ze schenen elkaar niet zo te liggen), maar desondanks was het een spectaculaire uitvoering, waarbij ze aan het eind zelfs hand in hand stonden te zingen!

1. Queen+ George Michael – Somebody To Love

Voor velen het onbetwiste hoogtepunt van de dag, deze gospelachtige uitvoering van deze klassieker die ooit op het album A Day At The Races verscheen. Deze versie van Queen+ George Michael en The London Community Gospel Choir werd kort na het concert op single uitgebracht en werd een grote wereldhit. Vandaar de terechte nummer één!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Styx brengt nieuw conceptalbum The Mission uit in juni

Voor het eerst in veertien jaar brengen de arenarockers van Styx een album met nieuw materiaal uit. The Mission verschijnt op 16 juni en het nummer Gone Gone Gone kun je hieronder alvast beluisteren.

The Mission is het eerste Styx-album met volledig nieuw materiaal sinds Cyclorama uit 2003. Twee jaar later verscheen nog wel Big Bang Theory, waarop de band songs van onder anderen Jimi Hendrix, Jethro Tull, The Who en Crosby, Stills, Nash & Young coverde. De mannen pakten het voor het komende werkstuk ambitieus aan: The Mission is een conceptalbum met een sciencefictionverhaal dat zich afspeelt in het jaar 2033, over de bandleden van Styx die een ruimtevoertuig met de naam Khedive bemannen en op weg zijn naar Mars.

Zanger/gitarist Tommy Shaw is blij met het resultaat: “Ik kon niet trotser zijn. Het is ons meest gedurfde en emblematische album sinds Pieces Of Eight uit 1978.” Styx bestaat anno 2017 verder uit gitarist/zanger James Young, toetsenist/zanger Lawrence Gowan, drummer Todd Sucherman en bassisten Ricky Phillips en Chuck Panozzo. De komende maanden toeren de Amerikanen met REO Speedwagon en ex-Eagle Don Felder. Optredens in Nederland zijn (nog) niet aangekondigd.

Het nummer Gone Gone Gone kun je hieronder alvast beluisteren. Bekijk ook onze lijst met de tien beste songs van Styx.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

35 jaar geleden: Paul McCartney brengt Tug Of War uit

Samen met Flowers In The Dirt is het album Tug of War verreweg het beste wat Paul McCartney in de jaren ’80 heeft uitgebracht. Vandaag is het 35 jaar geleden dat de derde soloplaat van McCartney zonder Wings verscheen. Oorspronkelijk was het nog als een Wings-album bedoeld toen de opnames begonnen in het najaar van 1980. Zo speelde Wings-gitarist Denny Laine nog mee op enkele nummers, maar hij stapt in april 1981 op en dat betekende het einde van Wings.

Voor het album vroeg McCartney niemand minder dan ‘vijfde Beatle’ George Martin als producer. De sessies begonnen met de opnames van een nummer dat pas in 1984 werd uitgebracht als titelsong voor de animatiefilm Rupert And The Frog Song: We All Stand Together. De opnames voor het album waren in volle gang toen op 8 december zijn Beatles-collega John Lennon in New York werd vermoord. Op de dag dat zijn overlijden bekend werd, 9 december, namen McCartney en Martin nog het nummer Rainclouds op (dat als b-kantje van de single Ebony & Ivory verscheen), maar ze besloten uiteindelijk om even een adempauze te nemen vanwege de moord op Lennon. Pas twee maanden later, in februari 1981, werden de opnames voor het album weer hervat. Het overlijden van Lennon had een duidelijke invloed op het album. Als eerbetoon aan zijn vroegere schrijverspartner schreef McCartney het indrukwekkende Here Today.

Voor de sessies nodigde McCartney een keur aan artiesten uit. Hij nam twee nummers op met Stevie Wonder, waarvan Ebony & Ivory een wereldwijde hit werd. Jaren later wordt die song echter gezien als één van de minste nummers van beide artiesten. Het andere nummer met Wonder is geslaagder: het funky What’s That You’re Doing. Een ander duet op het album is het rockabillylied Get It met zijn oude rock & roll-held Carl Perkins.

Het album toont vooral de veelzijdigheid aan van de artiest Paul McCartney. Het bevat typische akoestische McCartney-ballads als het eerder genoemde Here Today, Somebody Who Cares en The Pound Is Sinking. Maar er zijn ook poppy tracks als Take It Away en Ballroom Dancing, en een nummer dat in de jaren ’80 door Harry Vermeegen en Henk Spaan werd gebruikt voor het tv-programma Pisa: Dress Me Up As A Robber. En met Wanderlust bevat het album één van de meest ondergewaardeerde pareltjes van McCartney.

Het album was zeer succesvol en haalde zowel in Groot-Brittannië als Nederland de hoogste positie in de albumlijsten. Afgezien van het mierzoete Ebony & Ivory klinkt het album 35 jaar later nog altijd sterk en fris. Twee jaar geleden verscheen het album opnieuw geremasterd in een deluxe editie met extra’s als demo’s en outtakes.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

45 jaar geleden: Wishbone Ash brengt het album Argus uit

Op 28 april 1972 wordt het album Argus van de Britse rockband Wishbone Ash uitgebracht op het Decca-label in Europa en MCA in de Verenigde Staten. Het is de derde langspeelplaat van de groep en betekende de grote doorbraak. Aan het eind van 1972 werd de plaat door het muziekblad Sounds in het Verenigd Koninkrijk uitgeroepen tot Album Of The Year. Argus werd uitgebracht op vinyl (zowel in een gewone hoes als met klaphoes), muziekcassette en 8-track cassette.

De opnames werden in de maand januari van 1972 gemaakt in de De Lane Lea Studios in Londen, met Derek Lawrence als producer, die dat ook bij de eerste twee albums Wishbone Ash (1970) en Pilgrimage (1971) was. Wishbone Ash bestond in 1972 uit de volgende leden: Martin (Mart) Turner (zang, basgitaar), Andy Powell (elektrische en akoestische gitaren, zang), Ted Turner (gitaren, zang) en Steve Upton (drums, percussie). Op Argus doet ook organist John Tout mee. Voor de duidelijkheid: de beide Turners zijn geen familie van elkaar. De opnametechnicus was Martin Birch, die datzelfde werk ook al deed bij bands als Deep Purple, Black Sabbath en Iron Maiden.

Het album
De titel Argus verwijst naar het gelijknamige mythologische wezen dat met zijn honderd ogen alles in de gaten houdt. Je zou het album gerust een conceptalbum kunnen noemen, zowel voor wat betreft de teksten als de muziek, waarbij meerdere songs in elkaar overlopen, dus zonder pauzes. De bijzondere sound van Wishbone Ash, met wat we maar ‘dubbelloops gitaarwerk’ noemen, inspireerde veel andere bands, zoals Thin Lizzy en Iron Maiden.

Argus telt in totaal zeven songs, in lengte variërend tussen 3:55 en 9:42, de totale speelduur van het originele album is 44:48. Voor de muziek gaan de credits naar de vier bandleden; de meeste teksten zijn geschreven door Mart Turner, behalve opener Time Was (de langste song van het album), geschreven door Ted en Martin Turner en Leaf And Stream door Steve Upton. Kant A opent dus met Time Was, gezongen door Ted en Mart, gevolgd door Sometime World, gezongen door Mart en Andy, Blowin’ Free wordt gezongen door Mart, Andy en Ted. Kant B opent met de voor velen beste Wishbone Ash-song, The King Will Come, gezongen door Mart en Andy, gevolgd door Leaf And Stream, gezongen door Mart. Hierna Warrior, gezongen door Mart en Andy en afsluiter Throw Down The Sword, ook door Mart en Andy gezongen.

In 1991 kwam Argus voor het eerst op cd uit, zonder bonustracks. Op de cd-versie uit 2002 staan drie bonustracks, allemaal afkomstig van de promotie-EP Live From Memphis: Jail Bait (gezongen door Mart), The Pilgrim (gezongen door Mart en Andy) en Phoenix (gezongen door Mart). In 2007 kwam er een Deluxe editie uit op dubbel-cd, met op disc 1 de 2002-versie en op disc 2 acht live voor de BBC opgenomen songs. Argus is het bestverkochte en populairste album van de band die in naam nog wel bestaat, maar in feite in tweeën is gesplitst: Andy Powell’s Wishbone Ash (hij mag de naam na een juridisch gevecht als enige gebruiken) en Martin Turner (Plays Wishbone Ash); beide bands treden nog steeds regelmatig op, ook in Nederland.

In 2008 bracht Martin Turner’s Wishbone Ash een nieuwe studio-opname van Argus uit. Andy Powell’s Wishbone Ash bracht een live-album uit onder de titel Argus ‘Then Again’ Live. Martin Turner’s Wishbone Ash speelde het complete album voor het eerst in februari 2008 tijdens een concert, dit was voor het eerst dat dit door welke samenstelling van de band ook gebeurde. Hierna deed hij hetzelfde tijdens de daaropvolgende lange tournee, zoals begin dit jaar ook in ons land. Andy Powells band kon nu niet achterblijven en speelde Argus volledig tijdens diverse concerten.

Argus bereikte de derde plaats op de Britse albumlijst in 1972, kwam op die positie zelfs binnen en stond uiteindelijk twintig weken in de lijst. In ons land werd de albumlijst niet behaald. Na de release van het album werd Wishbone Ash een van de meest gevraagde live-bands. Het volgende album kwam in mei 1973 uit en was Wishbone Four getiteld.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

20 jaar geleden: Paul McCartney brengt het album Flaming Pie uit

Na een minder creatieve periode in de jaren tachtig vond Paul McCartney zichzelf in 1989 weer terug met het album Flowers In The Dirt. Vervolgens verscheen het eveneens aardige Off The Ground (1993), maar in 1997 leverde hij uiteindelijk zijn beste plaat in jaren af: Flaming Pie.

Het album werd geproduceerd door niemand minder dan Jeff Lynne. Hij had in de jaren daarvoor ook de ‘nieuwe’ Beatles-singles Free As A Bird en Real Love geproduceerd en daaruit ontstond deze samenwerking. Het hele Beatles Anthology-project gaf McCartney weer nieuwe energie en inspiratie voor een nieuwe plaat. Flaming Pie heeft dan ook een aantal Beatles-referenties. De titel is bijvoorbeeld gebaseerd op het verhaal hoe John Lennon ooit op de bandnaam kwam. Hij droomde over een man op een brandende taart die zei: ‘Jullie zijn The Beatles met een A’. De openingstrack Song We Were Singing gaat ook over de tijden dat Lennon en McCartney samen songs schreven. Daarnaast is een andere Beatle, Ringo Starr, te horen in twee nummers: het samen geschreven Really Love You en Beautiful Night. Beatles-producer George Martin schreef voor die track het orkestrale arrangement. Ook de in 1994 overleden ex-vrouw van Ringo, Maureen Starkey Tigrett, kreeg een eerbetoon op het album met de emotionele ballad Little Willow.

Het zijn niet de enige bekende namen die voorbijkomen in het proces van het album. Zo is de rocksong Used To Be Bad een duet met Steve Miller. En in het soulvolle Heaven On A Sunday is voor het eerst McCartney’s zoon James te horen met een gitaarsolo. Zijn vrouw Linda verleende ook haar medewerking aan de plaat. Naast achtergrondzang in een aantal nummers verzorgde zij ook het artwork van het album. Het was het laatste album waar zij aan zou meewerken. Ze overleed bijna een jaar later aan de gevolgen van borstkanker.

McCartney werkte aan het album in de jaren 1995 en 1996, maar een aantal nummers was al afkomstig van voor die periode. Zo waren de akoestische nummers Calico Skies en Great Day al in 1992 opgenomen. Beautiful Night had hij al geschreven in 1986 en toen zelfs al opgenomen. Deze versie verscheen uiteindelijk op de cd-single van het nummer in de zogeheten ‘Oobu Joobu’-track. Oobu Joobu was een radioreeks in 1995 waarin McCartney veel onuitgebracht materiaal liet horen. Delen uit deze shows werden uitgebracht als b-kantjes op de cd-singles van Flaming Pie.

Flaming Pie was McCartney’s succesvolste album in jaren en het leverde hem ook zijn beste recensies in lange tijd op. Twintig jaar na dato klinkt het nog steeds fris en is het één van zijn meest pure en persoonlijke platen. De kwaliteit van het album heeft hij in de twintig jaar daarna vast weten te houden. Want bijna alle langspelers die hij hierna uitbracht waren sterk. Waar in de jaren ’80 zijn werk vaak met de grond gelijk werd gemaakt, sloeg hij in 1997 sterk terug en bewees hij met Flaming Pie dat hij er nog altijd toe deed.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Albumrecensie: Bruce Springsteen – High Hopes (2014)

High Hopes, het nieuwe studioalbum van Bruce Springsteen, was natuurlijk van tevoren al online te beluisteren, maar de officiële releasedatum is vandaag. Hoe goed is deze uit heropnames van eerder verschenen materiaal, covers en outtakes bestaande plaat?

Ik zal het gelijk maar toegeven: na het lezen van Springsteens liner notes over High Hopes waren mijn verwachtingen niet hooggespannen. Natuurlijk, de boxset Tracks (1998) en de Darkness On The Edge Of Town-outtakes op de dubbel-cd The Promise (2010) bevestigden eerder dat The Boss sommige van zijn beste nummers jarenlang op de plank hield, maar voor de opvolger van het ijzersterke Wrecking Ball (2012) vond ik het recyclen van niet gebruikt materiaal en eerder verschenen favorieten als The Ghost Of Tom Joad – aangevuld met een handvol covers – geen al te aantrekkelijk idee.

Gelukkig staat Springsteen bijna altijd garant voor kwaliteit en zo ook op zijn achttiende studioplaat, hoewel High Hopes zeker enkele miskleunen herbergt. Zo wordt het eerder genoemde The Ghost Of Tom Joad – zo mooi ingetogen gebracht op het gelijknamige album uit 1995 en tijdens de opening van zijn concert in Nijmegen vorig jaar – om zeep geholpen in een pompeuze duetversie met Tom Morello. Een vergelijkbare uitvoering was in 2009 te horen tijdens een concert ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige bestaan van de Rock And Roll Hall Of Fame, maar deze studio-opname voegt weinig tot niets toe aan een van de beste songs die Springsteen ooit schreef.

Morello, die ook in enkele tracks van Wrecking Ball meedeed, speelt een vrij grote rol op het album en aan de meeste tracks geven zijn stormachtige solo’s wel degelijk een emotionele lading. Zoals American Skin (41 Shots), een ijzingwekkende compositie die we al kennen van het livealbum Live In New York City (2001). Van die plaat was overigens ook het voor Wrecking Ball heropgenomen Land Of Hope And Dreams afkomstig, dus deze studioversie van American Skin voelt als een logisch vervolg.

De uitschieter is voor ondergetekende het stoere Harry’s Place, waarin de saxofoon van wijlen Clarence Clemons sterk bijdraagt aan de Sopranos-achtige sfeer. In sterk contrast met deze heftige gangstersong die The Rising (2002) destijds niet haalde, zijn de wat intiemere composities Down In The Hole en The Wall – die laatste gebaseerd op het verhaal van rockmuzikant en soldaat Walter Cichon, zoals Springsteen al in zijn liner notes uitlegde. Daar tegenover staat weer een net iets te luchtig en wat overdreven gezongen niemendalletje als Frankie Fell In Love.

High Hopes begint en eindigt met nummers van andere artiesten. Zo vormt de titelsong, origineel van The Havalinas, een energieke opener en een prima eerste single. Dit lied is net als sommige andere tracks niet onbekend bij Springsteenfanaten, want een eerdere versie verscheen op de ep Blood Brothers (1996). Het aangrijpende Dream Baby Dream, oorspronkelijk van de band Suicide, sluit de plaat in stijl af. De derde cover, Just Like Fire Would van de Australische band The Saints, klinkt alsof het lied uit zijn eigen pen kwam en zal het ongetwijfeld goed doen tijdens concerten van de onuitputtelijke heartlandrocker.

Hoewel zeker niet de meest consistente Springsteenplaat – moet je misschien ook niet verwachten van een album dat op een dergelijke wijze bij elkaar werd gesprokkeld – is High Hopes opnieuw een bevredigend werk van de 64-jarige superster. Net zoals eerdere releases als Human Touch (1992) en Working On A Dream (2009) duidelijk maakten, bevat een ‘mindere’ Springsteen nog steeds genoeg gloedvolle momenten waarvan veel andere rockartiesten – jong en oud – alleen maar kunnen hopen ooit datzelfde niveau te bereiken.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder