Featured

View all posts

45 jaar geleden: White Light/White Heat van The Velvet Underground uitgebracht

Precies 45 jaar geleden verscheen White Light/White Heat, het tweede album van The Velvet Underground

Het debuut van The Velvet Underground met zangeres Nico uit 1967 is een mijlpaal in de rockgeschiedenis en ontbreekt bijna in geen enkel lijstje van de beste albums ooit gemaakt. Nico’s spookachtige stemgeluid en John Cale’s experimentele instrumentatie maken kleine kunstwerken van de geniale songs van Lou Reed, waaronder I’ll Be Your Mirror, Heroin en I’m Waiting For The Man, zoals Svenskkasinon casino gokgids beweert.

Zo’n historisch eerste album kun je niet overtreffen. Wel zijn de drie volgende Velvet Underground-platen allemaal klassiekers geworden, waaronder de op 30 januari 1968 uitgebrachte tweede lp White Light/White Heat. Zonder Nico maar nog wel met John Cale in de band maakte The Velvet Underground een plaat die minstens zo experimenteel en – in tekstueel opzicht – gewaagd was als de voorganger.
Continue reading “45 jaar geleden: White Light/White Heat van The Velvet Underground uitgebracht” »

Read More

Jaaroverzicht 2015: Juni

Ter ere van het twintigjarig bestaan van dancefestival Extrema Outdoor kwam Extrema in juni met een jubileumboek over haar geschiedenis. Het boek draagt de titel 20+4 Years of Love en werd gepresenteerd in de Business Lounge van het Philips Stadion.

In het 10-jarige jubileumjaar is het bijna onmogelijk om de heren van De Jeugd Van Tegenwoordig te ontlopen. In mei en juni gaf De Jeugd Van tegenwoordig een reeks concerten in TivoliVredenburg. Op elke avond werd een ander album integraal gespeeld: ‘Parels Voor de Zwijnen’, ‘De Machine’, ‘De Lachende Derde’ en ‘Ja Natúúrlijk’.

Zanger Albert West is begin juni in het bijzijn van zijn familie overleden. Bij het krieken van de dag, juist terwijl de vogels rond het St. Elisabeth Ziekenhuis met hun eerste lied begonnen, sloot “onze Appie”, die grote hits scoorde als ‘Cha-La-La I Need You’, ‘Give A Little Love’ en ‘Amarillo’, daar voorgoed de ogen.

De beroemde Duitse orkestleider James Last is in juni in de Amerikaanse staat Florida overleden. Last heeft meer dan tweehonderd gouden en zeventien platina platen in ontvangst kunnen nemen voor een verkoop van 80 miljoen albums in 150 landen. Ook werkte hij samen met o.a. pianist Richard Clayderman, Berdien Stenberg en Harry van Hoof. James Last is 86 jaar oud geworden.

Dave Grohl van de Foo Fighters is tijdens een festival in Gotenburg van het podium gevallen en heeft zijn been gebroken. Daardoor heeft de band het optreden op Pinkpop, enkele dagen later, moeten cancelen. Het concert zelf maakte hij nog wel af: met een in het gips gezet been, zittende op een stoel. Rock ‘n Roll baby!

95 jaar is hij geworden… de Zwitserse Heinz Hermann Polzer, in Nederland woonachtig en beter bekend onder de naam Drs. P. Drs. P werd in Nederland bekend met zijn absurdistische teksten en liedjes als ‘De Dodenrit’, ‘Veerpont (Heen en weer)’, ‘Knolraap en lof, schorseneren en prei’, ‘Sneker café’ en ‘De zusters Karamazov’.

TivoliVredenburg bestond in juni 1 jaar, en wie jarig is trakteert! Het 1-jarig bestaan van het culturele centrum werd groots gevierd en voor de gelegenheid waren alle zalen toegankelijk met één toegangsbewijs. Optredens waren er van De Jeugd van Tegenwoordig, Triggerfinger, Mister & Mississippi, Handsome Poets, Extince, Giovanca, Fresku, Navarone & nog veel meer.

Singer-songwriter Maaike Ouboter kwam in juni eindelijk met haar langverwachte debuutalbum. ‘En hoe het dan ook weer dag wordt’ kwam op 19 juni uit en werd een groot succes. Twee weken op 1 in de Nederlandse albumlijsten en een vijfde plek in Vlaanderen.

Het kwam niet geheel onverwacht, maar toch stond heel Nederland even stil, toen de zanger van The Scene en schrijver Thé Lau overleed. In april 2014 werd bekend dat hij ongeneeslijk ziek was. Met The Scene deed hij nog een aantal afscheidsconcerten. Thé Lau is 62 jaar geworden.

Blur kwam weer bij elkaar. De band van Gorillaz-frontman Damon Albarn trad voor het eerst in jaren op tijdens een concert in het Londense Hyde Park. Album ‘The Magic Whip’ viel wat tegen,toch waren de verwachtingen van deze comeback show hoog, maar Blur heeft het absoluut waargemaakt.

Net voor het einde van juni overleed Yes-bassist Chris Squire. Squire, geboren te Londen in 1948, was in 1968 een van de oprichters van Yes en was de enige muzikant die speelde op al hun albums. Chris Squire is 67 jaar geworden.

 

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Rock Facts

View all posts

20 jaar geleden: Rod Stewart treedt op met Faces tijdens Brit Awards

Rod Stewart mocht op 16 februari 1993 de prestigieuze Lifetime Achievement Award in ontvangst nemen tijdens de uitreiking van de Brit Awards. De zanger trad die dag ook op met enkele bekende gezichten, namelijk zijn oude Faces-collega’s Ron Wood, Ian McLagan en Kenny Jones. 

Een ander oorspronkelijk bandlid, bassist Ronnie Lane, leed al meer dan vijftien jaar aan multiple sclerose en was niet van de partij. Zijn vervanger was Bill Wyman. De Rolling Stones-basman had in 1986 ook al opgetreden tijdens een reünie van de originele Faces. Dat gebeurde aan het einde van een concert van Rod Stewart in het Wembley stadion. Lane bleek ook in 1986 niet in staat om de basgitaar te spelen, maar was wel, in een rolstoel, aanwezig op het podium.

Zoals hieronder te zien is, speelden de overgebleven leden met Wyman natuurlijk de bekendste Faces-hit Stay With Me tijdens de Brit Awards. Een sterke uitvoering, al werd Ronnie Lane natuurlijk nog altijd gemist. De bassist die voor de oprichting van Faces een belangrijk lid van de Small Faces was, overleed op 4 juni 1997 aan de gevolgen van zijn ziekte.

De overige bandleden werkten in latere jaren nog af en toe samen, en er zou sprake zijn van een reünietour. Daar kwam het niet meer van. Althans, niet met Rod Stewart als zanger. Simply Red-voorman Mick Hucknall nam recentelijk de vocalen voor zijn rekening, ook toen de band vorig jaar werd ingehuldigd in de Rock & Roll Hall Of Fame.

Ondanks de afwezigheid van Ronnie Lane is het Brit Awards-optreden dus best bijzonder, aangezien Stewart daarna nooit meer deel uitmaakte van een Faces-reünie.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

35 jaar geleden: Debuutplaat The Kick Inside van Kate Bush uitgebracht

Slechts 19 jaren jong was Kate Bush ten tijde van de release van haar debuutalbum The Kick Inside op 17 februari 1978. Opmerkelijk genoeg was ze zelfs nog veel jonger toen ze de oudste songs op deze fantastische lp schreef. Met Bush’s bijzonder aandoenlijke, engelachtige stem en onmiskenbare schrijfkunsten introduceerde The Kick Inside een van de grootste en meest onderscheidende talenten die de Britse muziek ooit heeft voortgebracht.

Een handje geholpen door niemand minder dan Pink Floyd-gitarist David Gilmour, werd de zestienjarige Kate Bush gecontracteerd door EMI Records. Die platenmaatschappij gaf haar de tijd om zich verder te ontwikkelen. Met sessiemuzikanten als gitarist David Paton en bassist Andrew Powell (beiden eerder te horen op onder meer het meesterwerk Tales Of Mystery And Imagination van The Alan Parsons Project) dook ze uiteindelijk de studio in voor de opnames van haar vandaag de dag nog altijd ongelooflijk goed klinkende debuut-lp.

De dertien songs op The Kick Inside waren allemaal eigen composities van Bush. De single Wuthering Heights werd natuurlijk de grootste hit van de plaat (nummer 1 in Engeland, top 3 in Nederland) en is het bekendste lied uit haar hele carrière. Deze zonder meer geniale track verscheen een maand voor de release van het album. De platenmaatschappij wilde eigenlijk het minder pakkende James And The Cold Gun uitbrengen als single, maar de ambitieuze zangeres bleef volhouden dat Wuthering Heights een betere keuze was.

Eveneens succesvol was de mysterieuze single The Man With The Child In His Eyes, in een iets andere versie dan de albumtrack, naar verluidt door Kate op slechts 13-jarige leeftijd geschreven. David Gilmour werd vermeld als uitvoerend producent van dat lied en The Saxophone Song, beide al in juni 1975 opgenomen. Zelf was Gilmour niet te horen op The Kick Inside (overigens leverde hij wel een vocale bijdrage aan The Dreaming, 1982).

Natuurlijk heeft het debuutalbum veel meer te bieden dan alleen die hits. Het melodieuze Moving en de ingetogen titeltrack grijpen naar de keel, maar de plaat kent ook stevigere momenten in bijvoorbeeld Kite en James And The Cold Gun. Andere, vaak over het hoofd geziene, hoogtepunten zijn het korte en catchy L’Amour Looks Something Like You en Feel It, beide met seksueel getinte songteksten (“After the party, you took me back to your parlour/A little nervous laughter, locking the door/My stockings fall onto the floor, desperate for more”, zingt ze in Feel It).

The Kick Inside werd een fabuleus debuut, al deed de plaat weinig in de States. De Britse schone zou in de jaren tachtig experimenteler en misschien ook wel nog beter werk leveren op The Dreaming en Hounds Of Love. Toch blijft The Kick Inside het ideale vertrekpunt voor wie deze muzikale kunstenares wil leren kennen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Vandaag in 1990: Freddie Mercury’s laatste publieke optreden

Het is 18 februari 1990 als de Brit Awards worden uitgereikt. BBC-presentator Terri Ellis mag de Award uitreiken aan Queen, de beste Britse popgroep van dat moment. Op het podium verschijnen de vier mannen van de band.

Eén van hen is Freddie Mercury, gehuld in een lichtblauw pak. Hij is als enige gekleed in een lichtere kleur, zijn collega’s Brian May, John Deacon en Roger Taylor zijn in het zwart gekleed. Mercury, de extravagante frontman van Queen, doet niet het woord bij het bedankje. Dat laat hij over aan de immer sympathieke gitarist May over.

Na de korte toespraak zegt Mercury nog: “Thank you, good night”, en steekt even zijn hand nog op en zwaait. Het is zijn laatste directe contact met zijn fans. Niets lijkt op de man die vijf jaar eerder nog hele stadions toonladders liet zingen.

De regisseur brengt Mercury een aantal keer in beeld. Te zien is dat het lichtblauwe pak van de entertainer ruimschoots om zijn lichaam valt. Het pak is niet eens een groot pak. Het optreden bij de Brit Awards bevestigt wat veel journalisten en muziekliefhebbers vermoeden, maar niet hopen: dat Freddie Mercury inderdaad ernstig ziek is en lijdt aan het aidsvirus.

Naar de buitenwereld ontkennen alle betrokkenen en vrienden rondom Mercury elk gerucht. De zanger is niet ziek, hoewel de band al vijf jaar geen optredens meer doet en Mercury steeds minder in het openbaar verschijnt. Als hij al verschijnt, is hij steeds magerder.

In de herfst van 1991 kan de zanger de druk niet meer aan: 23 november laat hij een persbericht uitgaan en bevestigt hij alsnog zijn ziekte. Binnen vierentwintig uur sterft hij aan een longontsteking. Mercury’s lichaam is op.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Vandaag 67 geworden: Focus-drummer Pierre van der Linden

Hij speelde bij Brainbox en zat samen met achterneef en Ekseption-toetsenist Rick van der Linden in Trace, maar het bekendst is drummer Pierre van der Linden toch geworden als onderdeel van de klassieke bezetting van Focus.

Van der Linden speelde in de jaren ’60 in verschillende jazz- en rockbandjes, maar begon pas echt op te vallen toen Jan Akkerman hem vroeg zich bij Brainbox te voegen. In deze oorspronkelijke bezetting maakte de band in 1969 zijn legendarische titelloze debuutalbum alsmede singles als Down Man en Summertime. Niet veel later vertrok Akkerman bij Brainbox (naar eigen zeggen omdat hij werd ontslagen) en voegde zich bij het Thijs van Leer Trio, dat al snel zou worden omgedoopt tot Focus. Na het eerste album Focus Plays Focus haalde Akkerman de inmiddels ook bij Brainbox vertrokken Van der Linden bij de band.

Van der Linden zou vervolgens deel uitmaken van Focus in de periode dat de band zijn grootste successen vierde, zoals met het album Focus II (in het buitenland uitgebracht als Moving Waves) en het livealbum At The Rainbow. Op klassiekers als Hocus Pocus en Sylvia is zijn slagwerk te horen. In 1974 vertrok hij weer bij Focus en sloot zich aan bij supergroep Trace, om een jaar later toch nog kortstondig terug te keren.

Sinds de jaren 80 speelde Van der Linden vooral in experimentele (jazz)groepen, maar in 2005 keerde hij opnieuw terug bij Focus, dat onder leiding van Thijs van Leer inmiddels heropgericht was. In deze bezetting is de band weer actief met tournees en nieuw materiaal, zoals vorig jaar nog de studioplaat Focus X. Sinds enkele jaren is de drummer ook weer actief met het eveneens heropgerichte Brainbox, waarvan met The 3rd Flood uit 2011 ook een nieuwe plaat verscheen. Eén ding lijkt zeker: we hoeven het drumgeluid van Pierre van der Linden voorlopig nog niet te missen!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

40 jaar geleden: Blue Öyster Cult brengt tweede album Tyranny And Mutation uit

In de top tien van beste classic rock-debuutplaten die we gisteren op onze site plaatsten, is het titelloze eerste album van Blue Öyster Cult uit 1972 niet te vinden. Toch is ook die plaat een van de betere debuut-lp’s in de classic rock. Ongeveer even sterk is de opvolger Tyranny And Mutation, die precies veertig jaar geleden uitgebracht werd.

Op de hoes van Tyranny And Mutation wordt de band vreemd genoeg als ‘The Blue Öyster Cult’ vermeld. De plaat bevatte acht tracks, waaronder het meer dan zeven minuten durende hoogtepunt 7 Screaming Diz-Busters en de stomende rocker Hot Rails To Hell. Daarnaast zijn ook The Red And The Black en O.D.’d On Life Itself ijzersterk. Al deze songs worden gedragen door de inventieve riffs van Donald ‘Buck Dharma’ Roeser.

De lp werd verdeeld in ‘The Black’ (kant a) en ‘The Red’ (kant b). Zoals eerder geconstateerd, zijn de beste songs op de eerste plaatkant te vinden, maar ook de overige vier songs zijn van hoge kwaliteit. De tweede helft trapt af met Baby Ice Dog, waaraan ‘Godmother of Punk’ Patti Smith haar eerste bijdrage levert aan een plaat van de band. Smith was destijds de vriendin van toetsenist Allen Lanier en werd later co-auteur van BÖC-favorieten als Career Of Evil (op Secret Treaties, 1974) en The Revenge Of Vera Gemini (Agents Of Fortune, 1976). Andersom speelde Lanier ook mee op Smith’s album Easter (1978).

Ook al is de kwaliteit van Tyranny And Mutation hoog en kent de plaat geen echte inzakmomenten, het commerciële succes liet helaas nog even op zich wachten. De opvolger Secret Treaties (het absolute meesterwerk van BÖC) deed het al iets beter in de charts, maar de echte doorbraak kwam natuurlijk pas met de single (Don’t Fear) The Reaper in 1976. Ondanks het latere succes blijven de eerste drie albums de beste die Blue Öyster Cult ooit heeft opgenomen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Vandaag 63 geworden: gitarist Steve Hackett (ex-Genesis)

Toen Steve Hackett zich in 1970 bij Genesis voegde, had hij weinig podiumervaring. Toch zou hij in de jaren erna uitgroeien tot één van de meest bepalende muzikanten binnen de band. Door zijn bescheiden opstelling op het podium (vaak een beetje verborgen en voorovergebogen, alsof niemand hem mocht zien) kon het contrast met toenmalig frontman Peter Gabriel nauwelijks groter zijn, maar die afwezigheid zat hem enkel in het visuele aspect.

Muzikaal wist Hackett namelijk met zijn gitaargeluid en kenmerkende solo’s (Firth Of Fifth) een duidelijke stempel te drukken op het geluid van Genesis. Hij was bovendien een groot voorvechter van de experimenteerdrift binnen de band, wat al goed te lezen is in de advertentie die hem uiteindelijk zijn plek bij de band bezorgde: “Gitarist zoekt muzikanten die vastbesloten zijn verder te gaan dan de huidige stagnerende vormen”. Zijn speltechniek ‘tapping’ zou van grote invloed zijn op o.a. Eddie Van Halen.

In 1975 werd Hackett met Voyage Of The Acolyte het eerste Genesis-lid met een soloplaat. De creatieve vrijheid die hem dat opleverde beviel zo goed, dat hij maar moeilijk zijn draai in de band weer kon vinden. Volgens geruchten kon hij bovendien steeds minder goed opschieten met toetsenist Tony Banks. In 1977 verliet Hackett Genesis, kort voor de release van het live-album Seconds Out. Banks grapte nog dat Hackett’s partijen na zijn vertrek uit die plaat zouden zijn gemixt, maar daar was natuurlijk niks van waar.

In de jaren na Genesis is Steve Hackett altijd uiterst productief gebleven: van sterkte soloalbums (Spectral Mornings (1979), Beyond The Shrouded Horizon (2011)) tot interessante samenwerkingen (Squackett (2012) met Yes-bassist Chris Squire) en supergroep GTR: Hackett bewijst keer op keer dat hij zijn kunsten nog niet verleerd is. Hopelijk blijft dat nog lang zo!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Casey toont rauwe emoties op “Where I Go When I Am Sleeping”

Casey toont rauwe emoties op “Where I Go When I Am Sleeping”

De Britse melodische hardcoreband Casey is een opvallende verschijning in de muziekscene. Toen de band nog maar vier singles online had staan, bracht hij al zijn debuutalbum “Love Is Not Enough” uit. Deze emotionele plaat veroverde al snel een een bijzondere plek in de harten van fans van melodische hardcore. Zal “Where I Go When I Am Sleeping” ook zo een grote indruk achterlaten?

Langzame gitaren en de breekbare stem van frontman Tom Weaver openen op “Making Weight” de plaat op een wat stille manier. “Wavering” stopt deze rust meteen. Een ontploffing aan emoties barst los door middel van vol klinkende gitaarakkoorden, snelle drums en schrille, emotionele screams. De cleans worden gecombineerd met ingewikkelde gitaarpatronen, waardoor dit even interessant klinkt. Deze twee tracks laten meteen zien dat de band zowel rustige als harde tracks met gemak kan leveren.

Casey praat op “Where I Go When I Am Sleeping” over heftige onderwerpen. Zo is depressie een terugkerend thema. “It seems the only solace I’m afforded is now instead of wanting to kill myself I just sleep“, schreeuwt Weaver met een overslaande stem op “Phosphenes“. Ook de ziektes waar Weaver in zijn leven mee heeft gekampt en het bijkomende gevoel van hopeloosheid, komen aan bod. Op “Fluorecents” zingt hij: “In a hospital bed I wither away. Behind the curtains I’ve been crying almost every night, I don’t want to ache like this for the rest of my life.” De manier waarop rauwe vocalen en melancholische instrumentatie deze grimmige onderwerpen en pure gevoelens neer weten te zetten, is kippenvelwaardig.

Eigenlijk is het enige minpunt dat genoemd kan worden, dat deze plaat iets meer harder materiaal had mogen hebben. Een groot deel is namelijk wat rustiger dan we van Casey gewend zijn. Zo heeft “Needlework” een emo-achtige sfeer die ergens bijna aan Turnover doet denken. Ook de intermezzo’s, zoals “Morphine” en “&“, zijn compleet anders dan we van deze band gewend zijn. Strijkinstrumenten en lang uitgerekte gitaartonen zorgen voor een serene sfeer. Desondanks passen ook de rustige momenten goed op dit album.

The Funeral” lijkt in het begin een zachter nummer, maar de uit het niets komende snoeiharde gitaren bewijzen het tegendeel. Cleans vloeien op deze track naadloos over in screams: een nagenoeg perfect contrast tussen luid en timide. “Wound” sluit de plaat af. Explosief gitaarwerk en raspende vocalen beginnen deze track, tot de band plotseling gas terugneemt. Dat is niet voor niets, want de luisteraar heeft zijn aandacht nodig voor een zwaarmoedig, maar prachtig einde. Tom Weaver houdt een gesproken monoloog over de keer dat zijn broer hem in de badkamer vond toen hij op het punt stond zelfmoord te ondernemen. Daarna reflecteert hij op zijn huidige staat en eindigt hij op een hoopvolle noot: “In all the ways that I am weak, I am also strong: learning how to speak gave me the strength to carry on.

Where I Go When I Am Sleeping” is allesbehalve makkelijk luistermateriaal. Juist dat is wat deze plaat zo krachtig maakt, want de pure, sombere emoties laten de luisteraar zoveel voelen dat het soms overweldigend is. Er zijn maar weinig bands die dat voor elkaar weten te krijgen, maar Casey is daar één van. Klasse.

Beoordeling: 9/10
Releasedatum: 16 maart 2018
Platenlabel: Hassle Records/Rise Records

Deel dit bericht met je vrienden op WhatsApp:

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More