Featured

View all posts

45 jaar geleden: White Light/White Heat van The Velvet Underground uitgebracht

Precies 45 jaar geleden verscheen White Light/White Heat, het tweede album van The Velvet Underground

Het debuut van The Velvet Underground met zangeres Nico uit 1967 is een mijlpaal in de rockgeschiedenis en ontbreekt bijna in geen enkel lijstje van de beste albums ooit gemaakt. Nico’s spookachtige stemgeluid en John Cale’s experimentele instrumentatie maken kleine kunstwerken van de geniale songs van Lou Reed, waaronder I’ll Be Your Mirror, Heroin en I’m Waiting For The Man, zoals Svenskkasinon casino gokgids beweert.

Zo’n historisch eerste album kun je niet overtreffen. Wel zijn de drie volgende Velvet Underground-platen allemaal klassiekers geworden, waaronder de op 30 januari 1968 uitgebrachte tweede lp White Light/White Heat. Zonder Nico maar nog wel met John Cale in de band maakte The Velvet Underground een plaat die minstens zo experimenteel en – in tekstueel opzicht – gewaagd was als de voorganger.
Continue reading “45 jaar geleden: White Light/White Heat van The Velvet Underground uitgebracht” »

Read More

Extra concerten Adele ook binnen half uur uitverkocht

Wegens overweldigende vraag naar tickets voor de concerten van Adele waren er twee extra concerten in de ZiggoDome toegevoegd. De voorverkoop van deze kaarten voor 4 en 6 juni gingen vanmorgen in de  voorverkoop en grepen de meeste de fans wederom naast de felbegeerde kaarten. Alle kaarten waren binnen 30 minuten uitverkocht.

Helaas waren de kaarten binnen mum van tijd wel weer te koop op diverse websites waar handelaars ongepast een slaatje willen slaan uit de populariteit van Adele. Er werden kaarten aangeboden voor de belachelijke prijs €749,- op bijvoorbeeld seatwave. Het zal ongetwijfeld weer een discussie opleveren hoe deze zwarthandel tegen te gaan, want de echte fans zitten wederom met lege handen thuis.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Rock Facts

View all posts

20 jaar geleden: Rod Stewart treedt op met Faces tijdens Brit Awards

Rod Stewart mocht op 16 februari 1993 de prestigieuze Lifetime Achievement Award in ontvangst nemen tijdens de uitreiking van de Brit Awards. De zanger trad die dag ook op met enkele bekende gezichten, namelijk zijn oude Faces-collega’s Ron Wood, Ian McLagan en Kenny Jones. 

Een ander oorspronkelijk bandlid, bassist Ronnie Lane, leed al meer dan vijftien jaar aan multiple sclerose en was niet van de partij. Zijn vervanger was Bill Wyman. De Rolling Stones-basman had in 1986 ook al opgetreden tijdens een reünie van de originele Faces. Dat gebeurde aan het einde van een concert van Rod Stewart in het Wembley stadion. Lane bleek ook in 1986 niet in staat om de basgitaar te spelen, maar was wel, in een rolstoel, aanwezig op het podium.

Zoals hieronder te zien is, speelden de overgebleven leden met Wyman natuurlijk de bekendste Faces-hit Stay With Me tijdens de Brit Awards. Een sterke uitvoering, al werd Ronnie Lane natuurlijk nog altijd gemist. De bassist die voor de oprichting van Faces een belangrijk lid van de Small Faces was, overleed op 4 juni 1997 aan de gevolgen van zijn ziekte.

De overige bandleden werkten in latere jaren nog af en toe samen, en er zou sprake zijn van een reünietour. Daar kwam het niet meer van. Althans, niet met Rod Stewart als zanger. Simply Red-voorman Mick Hucknall nam recentelijk de vocalen voor zijn rekening, ook toen de band vorig jaar werd ingehuldigd in de Rock & Roll Hall Of Fame.

Ondanks de afwezigheid van Ronnie Lane is het Brit Awards-optreden dus best bijzonder, aangezien Stewart daarna nooit meer deel uitmaakte van een Faces-reünie.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

35 jaar geleden: Debuutplaat The Kick Inside van Kate Bush uitgebracht

Slechts 19 jaren jong was Kate Bush ten tijde van de release van haar debuutalbum The Kick Inside op 17 februari 1978. Opmerkelijk genoeg was ze zelfs nog veel jonger toen ze de oudste songs op deze fantastische lp schreef. Met Bush’s bijzonder aandoenlijke, engelachtige stem en onmiskenbare schrijfkunsten introduceerde The Kick Inside een van de grootste en meest onderscheidende talenten die de Britse muziek ooit heeft voortgebracht.

Een handje geholpen door niemand minder dan Pink Floyd-gitarist David Gilmour, werd de zestienjarige Kate Bush gecontracteerd door EMI Records. Die platenmaatschappij gaf haar de tijd om zich verder te ontwikkelen. Met sessiemuzikanten als gitarist David Paton en bassist Andrew Powell (beiden eerder te horen op onder meer het meesterwerk Tales Of Mystery And Imagination van The Alan Parsons Project) dook ze uiteindelijk de studio in voor de opnames van haar vandaag de dag nog altijd ongelooflijk goed klinkende debuut-lp.

De dertien songs op The Kick Inside waren allemaal eigen composities van Bush. De single Wuthering Heights werd natuurlijk de grootste hit van de plaat (nummer 1 in Engeland, top 3 in Nederland) en is het bekendste lied uit haar hele carrière. Deze zonder meer geniale track verscheen een maand voor de release van het album. De platenmaatschappij wilde eigenlijk het minder pakkende James And The Cold Gun uitbrengen als single, maar de ambitieuze zangeres bleef volhouden dat Wuthering Heights een betere keuze was.

Eveneens succesvol was de mysterieuze single The Man With The Child In His Eyes, in een iets andere versie dan de albumtrack, naar verluidt door Kate op slechts 13-jarige leeftijd geschreven. David Gilmour werd vermeld als uitvoerend producent van dat lied en The Saxophone Song, beide al in juni 1975 opgenomen. Zelf was Gilmour niet te horen op The Kick Inside (overigens leverde hij wel een vocale bijdrage aan The Dreaming, 1982).

Natuurlijk heeft het debuutalbum veel meer te bieden dan alleen die hits. Het melodieuze Moving en de ingetogen titeltrack grijpen naar de keel, maar de plaat kent ook stevigere momenten in bijvoorbeeld Kite en James And The Cold Gun. Andere, vaak over het hoofd geziene, hoogtepunten zijn het korte en catchy L’Amour Looks Something Like You en Feel It, beide met seksueel getinte songteksten (“After the party, you took me back to your parlour/A little nervous laughter, locking the door/My stockings fall onto the floor, desperate for more”, zingt ze in Feel It).

The Kick Inside werd een fabuleus debuut, al deed de plaat weinig in de States. De Britse schone zou in de jaren tachtig experimenteler en misschien ook wel nog beter werk leveren op The Dreaming en Hounds Of Love. Toch blijft The Kick Inside het ideale vertrekpunt voor wie deze muzikale kunstenares wil leren kennen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Vandaag in 1990: Freddie Mercury’s laatste publieke optreden

Het is 18 februari 1990 als de Brit Awards worden uitgereikt. BBC-presentator Terri Ellis mag de Award uitreiken aan Queen, de beste Britse popgroep van dat moment. Op het podium verschijnen de vier mannen van de band.

Eén van hen is Freddie Mercury, gehuld in een lichtblauw pak. Hij is als enige gekleed in een lichtere kleur, zijn collega’s Brian May, John Deacon en Roger Taylor zijn in het zwart gekleed. Mercury, de extravagante frontman van Queen, doet niet het woord bij het bedankje. Dat laat hij over aan de immer sympathieke gitarist May over.

Na de korte toespraak zegt Mercury nog: “Thank you, good night”, en steekt even zijn hand nog op en zwaait. Het is zijn laatste directe contact met zijn fans. Niets lijkt op de man die vijf jaar eerder nog hele stadions toonladders liet zingen.

De regisseur brengt Mercury een aantal keer in beeld. Te zien is dat het lichtblauwe pak van de entertainer ruimschoots om zijn lichaam valt. Het pak is niet eens een groot pak. Het optreden bij de Brit Awards bevestigt wat veel journalisten en muziekliefhebbers vermoeden, maar niet hopen: dat Freddie Mercury inderdaad ernstig ziek is en lijdt aan het aidsvirus.

Naar de buitenwereld ontkennen alle betrokkenen en vrienden rondom Mercury elk gerucht. De zanger is niet ziek, hoewel de band al vijf jaar geen optredens meer doet en Mercury steeds minder in het openbaar verschijnt. Als hij al verschijnt, is hij steeds magerder.

In de herfst van 1991 kan de zanger de druk niet meer aan: 23 november laat hij een persbericht uitgaan en bevestigt hij alsnog zijn ziekte. Binnen vierentwintig uur sterft hij aan een longontsteking. Mercury’s lichaam is op.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Vandaag 67 geworden: Focus-drummer Pierre van der Linden

Hij speelde bij Brainbox en zat samen met achterneef en Ekseption-toetsenist Rick van der Linden in Trace, maar het bekendst is drummer Pierre van der Linden toch geworden als onderdeel van de klassieke bezetting van Focus.

Van der Linden speelde in de jaren ’60 in verschillende jazz- en rockbandjes, maar begon pas echt op te vallen toen Jan Akkerman hem vroeg zich bij Brainbox te voegen. In deze oorspronkelijke bezetting maakte de band in 1969 zijn legendarische titelloze debuutalbum alsmede singles als Down Man en Summertime. Niet veel later vertrok Akkerman bij Brainbox (naar eigen zeggen omdat hij werd ontslagen) en voegde zich bij het Thijs van Leer Trio, dat al snel zou worden omgedoopt tot Focus. Na het eerste album Focus Plays Focus haalde Akkerman de inmiddels ook bij Brainbox vertrokken Van der Linden bij de band.

Van der Linden zou vervolgens deel uitmaken van Focus in de periode dat de band zijn grootste successen vierde, zoals met het album Focus II (in het buitenland uitgebracht als Moving Waves) en het livealbum At The Rainbow. Op klassiekers als Hocus Pocus en Sylvia is zijn slagwerk te horen. In 1974 vertrok hij weer bij Focus en sloot zich aan bij supergroep Trace, om een jaar later toch nog kortstondig terug te keren.

Sinds de jaren 80 speelde Van der Linden vooral in experimentele (jazz)groepen, maar in 2005 keerde hij opnieuw terug bij Focus, dat onder leiding van Thijs van Leer inmiddels heropgericht was. In deze bezetting is de band weer actief met tournees en nieuw materiaal, zoals vorig jaar nog de studioplaat Focus X. Sinds enkele jaren is de drummer ook weer actief met het eveneens heropgerichte Brainbox, waarvan met The 3rd Flood uit 2011 ook een nieuwe plaat verscheen. Eén ding lijkt zeker: we hoeven het drumgeluid van Pierre van der Linden voorlopig nog niet te missen!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

40 jaar geleden: Blue Öyster Cult brengt tweede album Tyranny And Mutation uit

In de top tien van beste classic rock-debuutplaten die we gisteren op onze site plaatsten, is het titelloze eerste album van Blue Öyster Cult uit 1972 niet te vinden. Toch is ook die plaat een van de betere debuut-lp’s in de classic rock. Ongeveer even sterk is de opvolger Tyranny And Mutation, die precies veertig jaar geleden uitgebracht werd.

Op de hoes van Tyranny And Mutation wordt de band vreemd genoeg als ‘The Blue Öyster Cult’ vermeld. De plaat bevatte acht tracks, waaronder het meer dan zeven minuten durende hoogtepunt 7 Screaming Diz-Busters en de stomende rocker Hot Rails To Hell. Daarnaast zijn ook The Red And The Black en O.D.’d On Life Itself ijzersterk. Al deze songs worden gedragen door de inventieve riffs van Donald ‘Buck Dharma’ Roeser.

De lp werd verdeeld in ‘The Black’ (kant a) en ‘The Red’ (kant b). Zoals eerder geconstateerd, zijn de beste songs op de eerste plaatkant te vinden, maar ook de overige vier songs zijn van hoge kwaliteit. De tweede helft trapt af met Baby Ice Dog, waaraan ‘Godmother of Punk’ Patti Smith haar eerste bijdrage levert aan een plaat van de band. Smith was destijds de vriendin van toetsenist Allen Lanier en werd later co-auteur van BÖC-favorieten als Career Of Evil (op Secret Treaties, 1974) en The Revenge Of Vera Gemini (Agents Of Fortune, 1976). Andersom speelde Lanier ook mee op Smith’s album Easter (1978).

Ook al is de kwaliteit van Tyranny And Mutation hoog en kent de plaat geen echte inzakmomenten, het commerciële succes liet helaas nog even op zich wachten. De opvolger Secret Treaties (het absolute meesterwerk van BÖC) deed het al iets beter in de charts, maar de echte doorbraak kwam natuurlijk pas met de single (Don’t Fear) The Reaper in 1976. Ondanks het latere succes blijven de eerste drie albums de beste die Blue Öyster Cult ooit heeft opgenomen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Vandaag 63 geworden: gitarist Steve Hackett (ex-Genesis)

Toen Steve Hackett zich in 1970 bij Genesis voegde, had hij weinig podiumervaring. Toch zou hij in de jaren erna uitgroeien tot één van de meest bepalende muzikanten binnen de band. Door zijn bescheiden opstelling op het podium (vaak een beetje verborgen en voorovergebogen, alsof niemand hem mocht zien) kon het contrast met toenmalig frontman Peter Gabriel nauwelijks groter zijn, maar die afwezigheid zat hem enkel in het visuele aspect.

Muzikaal wist Hackett namelijk met zijn gitaargeluid en kenmerkende solo’s (Firth Of Fifth) een duidelijke stempel te drukken op het geluid van Genesis. Hij was bovendien een groot voorvechter van de experimenteerdrift binnen de band, wat al goed te lezen is in de advertentie die hem uiteindelijk zijn plek bij de band bezorgde: “Gitarist zoekt muzikanten die vastbesloten zijn verder te gaan dan de huidige stagnerende vormen”. Zijn speltechniek ‘tapping’ zou van grote invloed zijn op o.a. Eddie Van Halen.

In 1975 werd Hackett met Voyage Of The Acolyte het eerste Genesis-lid met een soloplaat. De creatieve vrijheid die hem dat opleverde beviel zo goed, dat hij maar moeilijk zijn draai in de band weer kon vinden. Volgens geruchten kon hij bovendien steeds minder goed opschieten met toetsenist Tony Banks. In 1977 verliet Hackett Genesis, kort voor de release van het live-album Seconds Out. Banks grapte nog dat Hackett’s partijen na zijn vertrek uit die plaat zouden zijn gemixt, maar daar was natuurlijk niks van waar.

In de jaren na Genesis is Steve Hackett altijd uiterst productief gebleven: van sterkte soloalbums (Spectral Mornings (1979), Beyond The Shrouded Horizon (2011)) tot interessante samenwerkingen (Squackett (2012) met Yes-bassist Chris Squire) en supergroep GTR: Hackett bewijst keer op keer dat hij zijn kunsten nog niet verleerd is. Hopelijk blijft dat nog lang zo!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

I, Valiance blijft verbazen op “I”

I, Valiance blijft verbazen op “I”

Omdat de debuutplaat in drie delen uitkomt, krijgen we nu maar vier nummers voorgeschoteld. Opener “Moon” verwelkomt ons met een elektronische beat, waarbij je al kunt voelen dat er iets duisters aankomt. Na een halve minuut barst het geweld los. Vooral de grunts van Mark Poida klinken verschrikkelijk ruig. Dat komt deels door de effecten die over zijn stem te horen zijn, maar vooral door zijn eigen keelgeluid.

The Witches Den” is een track van ruim zeven minuten, waarin we bijna alles horen wat I, Valiance te bieden heeft. De band laat voornamelijk horen dat hij verschrikkelijk harde deathcore kan maken, maar het experimentele geluid van de Australiërs geeft de muziek iets extra. De trapbeat in het midden die als bridge dient is goed verzonnen en past perfect. De bijna valse synthesizers geven het nummer iets engs.

Vanaf “Mind Speaks Aloud” gaan de mannen uit Melbourne helemaal los. Het nummer ramt er keihard in. Vooral de onvermijdelijke kermisinvloeden die I, Valiance in het verleden ook al ten gehore heeft gebracht, geven de track iets unieks. Je verwacht gewoon geen kermisorgel te horen bij de opbouw naar een verschrikkelijk harde breakdown. De, in positieve zin, ongelofelijk smerige trapbeat met orgel als slot van het nummer maakt het helemaal af.

Dan breekt het slot van “I” aan met “I Am Free“. Van deze track was al een deel te horen in het eerder genoemde “I Am Free / Three Daggers“. Mark Poida blijkt opeens ook te kunnen rappen en wanneer hij dit afwisselt met grunts en screams geeft dit een gaaf contrast. “I Am Free” is een vrij doorsnee deathcoretrack totdat het einde aanbreekt. Met een circusachtige instrumentatie wordt de opzet voor de laatste breakdown gemaakt en het kermisorgel tijdens die breakdown is geniaal.

I, Valiance is waarschijnlijk geen band voor iedereen. De invloeden die de groep in zijn muziek laat horen zijn soms idioot te noemen. Voor de liefhebber van een experimenteel geluid is “I” een plaat die bewijst dat een genre niet altijd hetzelfde moet klinken. Door de fans werd de muziek van de Australiërs al ‘clowncore’ genoemd. Hopelijk kan de sterke start op “I” op de resterende twee delen van de plaat doorgezet worden.

Beoordeling: 9/10
Releasedatum: 3 maart 2018
Label: Eigen beheer

Deel dit bericht met je vrienden op WhatsApp:

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More