Posts From Sander Adelbert

Sander Adelbert

Sander Adelbert

20 jaar geleden: Rod Stewart treedt op met Faces tijdens Brit Awards

Rod Stewart mocht op 16 februari 1993 de prestigieuze Lifetime Achievement Award in ontvangst nemen tijdens de uitreiking van de Brit Awards. De zanger trad die dag ook op met enkele bekende gezichten, namelijk zijn oude Faces-collega’s Ron Wood, Ian McLagan en Kenny Jones. 

Een ander oorspronkelijk bandlid, bassist Ronnie Lane, leed al meer dan vijftien jaar aan multiple sclerose en was niet van de partij. Zijn vervanger was Bill Wyman. De Rolling Stones-basman had in 1986 ook al opgetreden tijdens een reünie van de originele Faces. Dat gebeurde aan het einde van een concert van Rod Stewart in het Wembley stadion. Lane bleek ook in 1986 niet in staat om de basgitaar te spelen, maar was wel, in een rolstoel, aanwezig op het podium.

Zoals hieronder te zien is, speelden de overgebleven leden met Wyman natuurlijk de bekendste Faces-hit Stay With Me tijdens de Brit Awards. Een sterke uitvoering, al werd Ronnie Lane natuurlijk nog altijd gemist. De bassist die voor de oprichting van Faces een belangrijk lid van de Small Faces was, overleed op 4 juni 1997 aan de gevolgen van zijn ziekte.

De overige bandleden werkten in latere jaren nog af en toe samen, en er zou sprake zijn van een reünietour. Daar kwam het niet meer van. Althans, niet met Rod Stewart als zanger. Simply Red-voorman Mick Hucknall nam recentelijk de vocalen voor zijn rekening, ook toen de band vorig jaar werd ingehuldigd in de Rock & Roll Hall Of Fame.

Ondanks de afwezigheid van Ronnie Lane is het Brit Awards-optreden dus best bijzonder, aangezien Stewart daarna nooit meer deel uitmaakte van een Faces-reünie.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

35 jaar geleden: Debuutplaat The Kick Inside van Kate Bush uitgebracht

Slechts 19 jaren jong was Kate Bush ten tijde van de release van haar debuutalbum The Kick Inside op 17 februari 1978. Opmerkelijk genoeg was ze zelfs nog veel jonger toen ze de oudste songs op deze fantastische lp schreef. Met Bush’s bijzonder aandoenlijke, engelachtige stem en onmiskenbare schrijfkunsten introduceerde The Kick Inside een van de grootste en meest onderscheidende talenten die de Britse muziek ooit heeft voortgebracht.

Een handje geholpen door niemand minder dan Pink Floyd-gitarist David Gilmour, werd de zestienjarige Kate Bush gecontracteerd door EMI Records. Die platenmaatschappij gaf haar de tijd om zich verder te ontwikkelen. Met sessiemuzikanten als gitarist David Paton en bassist Andrew Powell (beiden eerder te horen op onder meer het meesterwerk Tales Of Mystery And Imagination van The Alan Parsons Project) dook ze uiteindelijk de studio in voor de opnames van haar vandaag de dag nog altijd ongelooflijk goed klinkende debuut-lp.

De dertien songs op The Kick Inside waren allemaal eigen composities van Bush. De single Wuthering Heights werd natuurlijk de grootste hit van de plaat (nummer 1 in Engeland, top 3 in Nederland) en is het bekendste lied uit haar hele carrière. Deze zonder meer geniale track verscheen een maand voor de release van het album. De platenmaatschappij wilde eigenlijk het minder pakkende James And The Cold Gun uitbrengen als single, maar de ambitieuze zangeres bleef volhouden dat Wuthering Heights een betere keuze was.

Eveneens succesvol was de mysterieuze single The Man With The Child In His Eyes, in een iets andere versie dan de albumtrack, naar verluidt door Kate op slechts 13-jarige leeftijd geschreven. David Gilmour werd vermeld als uitvoerend producent van dat lied en The Saxophone Song, beide al in juni 1975 opgenomen. Zelf was Gilmour niet te horen op The Kick Inside (overigens leverde hij wel een vocale bijdrage aan The Dreaming, 1982).

Natuurlijk heeft het debuutalbum veel meer te bieden dan alleen die hits. Het melodieuze Moving en de ingetogen titeltrack grijpen naar de keel, maar de plaat kent ook stevigere momenten in bijvoorbeeld Kite en James And The Cold Gun. Andere, vaak over het hoofd geziene, hoogtepunten zijn het korte en catchy L’Amour Looks Something Like You en Feel It, beide met seksueel getinte songteksten (“After the party, you took me back to your parlour/A little nervous laughter, locking the door/My stockings fall onto the floor, desperate for more”, zingt ze in Feel It).

The Kick Inside werd een fabuleus debuut, al deed de plaat weinig in de States. De Britse schone zou in de jaren tachtig experimenteler en misschien ook wel nog beter werk leveren op The Dreaming en Hounds Of Love. Toch blijft The Kick Inside het ideale vertrekpunt voor wie deze muzikale kunstenares wil leren kennen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag in 1990: Freddie Mercury’s laatste publieke optreden

Het is 18 februari 1990 als de Brit Awards worden uitgereikt. BBC-presentator Terri Ellis mag de Award uitreiken aan Queen, de beste Britse popgroep van dat moment. Op het podium verschijnen de vier mannen van de band.

Eén van hen is Freddie Mercury, gehuld in een lichtblauw pak. Hij is als enige gekleed in een lichtere kleur, zijn collega’s Brian May, John Deacon en Roger Taylor zijn in het zwart gekleed. Mercury, de extravagante frontman van Queen, doet niet het woord bij het bedankje. Dat laat hij over aan de immer sympathieke gitarist May over.

Na de korte toespraak zegt Mercury nog: “Thank you, good night”, en steekt even zijn hand nog op en zwaait. Het is zijn laatste directe contact met zijn fans. Niets lijkt op de man die vijf jaar eerder nog hele stadions toonladders liet zingen.

De regisseur brengt Mercury een aantal keer in beeld. Te zien is dat het lichtblauwe pak van de entertainer ruimschoots om zijn lichaam valt. Het pak is niet eens een groot pak. Het optreden bij de Brit Awards bevestigt wat veel journalisten en muziekliefhebbers vermoeden, maar niet hopen: dat Freddie Mercury inderdaad ernstig ziek is en lijdt aan het aidsvirus.

Naar de buitenwereld ontkennen alle betrokkenen en vrienden rondom Mercury elk gerucht. De zanger is niet ziek, hoewel de band al vijf jaar geen optredens meer doet en Mercury steeds minder in het openbaar verschijnt. Als hij al verschijnt, is hij steeds magerder.

In de herfst van 1991 kan de zanger de druk niet meer aan: 23 november laat hij een persbericht uitgaan en bevestigt hij alsnog zijn ziekte. Binnen vierentwintig uur sterft hij aan een longontsteking. Mercury’s lichaam is op.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag 67 geworden: Focus-drummer Pierre van der Linden

Hij speelde bij Brainbox en zat samen met achterneef en Ekseption-toetsenist Rick van der Linden in Trace, maar het bekendst is drummer Pierre van der Linden toch geworden als onderdeel van de klassieke bezetting van Focus.

Van der Linden speelde in de jaren ’60 in verschillende jazz- en rockbandjes, maar begon pas echt op te vallen toen Jan Akkerman hem vroeg zich bij Brainbox te voegen. In deze oorspronkelijke bezetting maakte de band in 1969 zijn legendarische titelloze debuutalbum alsmede singles als Down Man en Summertime. Niet veel later vertrok Akkerman bij Brainbox (naar eigen zeggen omdat hij werd ontslagen) en voegde zich bij het Thijs van Leer Trio, dat al snel zou worden omgedoopt tot Focus. Na het eerste album Focus Plays Focus haalde Akkerman de inmiddels ook bij Brainbox vertrokken Van der Linden bij de band.

Van der Linden zou vervolgens deel uitmaken van Focus in de periode dat de band zijn grootste successen vierde, zoals met het album Focus II (in het buitenland uitgebracht als Moving Waves) en het livealbum At The Rainbow. Op klassiekers als Hocus Pocus en Sylvia is zijn slagwerk te horen. In 1974 vertrok hij weer bij Focus en sloot zich aan bij supergroep Trace, om een jaar later toch nog kortstondig terug te keren.

Sinds de jaren 80 speelde Van der Linden vooral in experimentele (jazz)groepen, maar in 2005 keerde hij opnieuw terug bij Focus, dat onder leiding van Thijs van Leer inmiddels heropgericht was. In deze bezetting is de band weer actief met tournees en nieuw materiaal, zoals vorig jaar nog de studioplaat Focus X. Sinds enkele jaren is de drummer ook weer actief met het eveneens heropgerichte Brainbox, waarvan met The 3rd Flood uit 2011 ook een nieuwe plaat verscheen. Eén ding lijkt zeker: we hoeven het drumgeluid van Pierre van der Linden voorlopig nog niet te missen!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: The Troggs-zanger Reg Presley (1941-2013)

Reg Presley van garagerockband The Troggs is gisteren op 71-jarige leeftijd overleden. De zanger leed al lange tijd aan longkanker.

Presley werd geboren als Reginald Maurice Ball. De metselaar was in 1964 een van de oprichters van de Britse formatie The Troggs. Daarmee schreef hij in 1966 rockgeschiedenis toen de hitversie van Wild Thing verscheen, een van de beroemdste songs uit de sixties en van grote invloed op latere garagebands. Mede dankzij de bekende riff is deze ondeugende bewerking vanaf de eerste paar seconden herkenbaar. Het lied was niet van de band zelf, maar werd wel een klassieker in handen van The Troggs. Een eveneens onsterfelijke versie door Jimi Hendrix volgde in 1967, tijdens een van de meest memorabele momenten van het beroemde Monterey Pop Festival.

Met Wild Thing, de tweede single na het geflopte Lost Girl, bereikte The Troggs ook in Nederland de top vijf, maar de band wist dat succes hetzelfde jaar nog te overtreffen met de vrolijke nummer 1-hit With A Girl Like You. Ook met de volgende reeks singles bleef The Troggs de hitlijst bereiken, waaronder het door Presley geschreven I Can’t Control Myself en Any Way That You Want Me (opnieuw van de hand van Wild Thing-schrijver Chip Taylor).

Presley schreef ook de mierzoete ballad Love Is All Around een hit in 1967 voor The Troggs en in de jaren negentig voor popgroep Wet Wet Wet. Eind jaren zestig nam het succes van de band af en de in de jaren zeventig uitgebrachte singles (waaronder covers van The Beach Boys’ Good Vibrations en Satisfaction van de Stones) deden weinig tot niets. Reg Presley bracht ook enkele solosingles uit, waaronder Lucinda Lee (1969) en een nieuwe versie van Wild Thing met glamrocker Suzi Quatro.

Berucht zijn de Troggs Tapes, waarop twaalf minuten lang hevig geruzie tussen de bandleden te horen was (een officiële release volgde in 1992, op de compilatie Archeology 1966-1976). In 1976 bracht de band zelf ook een album uit met de titel The Trogg Tapes, maar dan met echte songs.

De invloed van The Troggs op latere acts was groot. Zo nam ook R.E.M. een cover van Love Is All Around op, uitgebracht als b-kant van de single Radio Song (1991). Leden van R.E.M. werkten zelfs met The Troggs samen aan het album Athens Andover (1992). The Troggs bleef voortbestaan, zelfs nadat Presley in 2010 een beroerte kreeg. Hij kreeg er nog een te verduren in december 2011, en dat deed hem beslissen te stoppen als zanger bij de band.

Hoewel het succes niet lang mocht duren, is de bijdrage van The Troggs met vooral Wild Thing van onschatbare waarde voor de rockgeschiedenis. Voormalig Rolling Stones-manager en producer Andrew Loog Oldham bracht een passende ode op Twitter: “R.I.P. Reg Presley of The Troggs. A long time served in the rock trenches. Always innovative.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

40 jaar geleden: Blue Öyster Cult brengt tweede album Tyranny And Mutation uit

In de top tien van beste classic rock-debuutplaten die we gisteren op onze site plaatsten, is het titelloze eerste album van Blue Öyster Cult uit 1972 niet te vinden. Toch is ook die plaat een van de betere debuut-lp’s in de classic rock. Ongeveer even sterk is de opvolger Tyranny And Mutation, die precies veertig jaar geleden uitgebracht werd.

Op de hoes van Tyranny And Mutation wordt de band vreemd genoeg als ‘The Blue Öyster Cult’ vermeld. De plaat bevatte acht tracks, waaronder het meer dan zeven minuten durende hoogtepunt 7 Screaming Diz-Busters en de stomende rocker Hot Rails To Hell. Daarnaast zijn ook The Red And The Black en O.D.’d On Life Itself ijzersterk. Al deze songs worden gedragen door de inventieve riffs van Donald ‘Buck Dharma’ Roeser.

De lp werd verdeeld in ‘The Black’ (kant a) en ‘The Red’ (kant b). Zoals eerder geconstateerd, zijn de beste songs op de eerste plaatkant te vinden, maar ook de overige vier songs zijn van hoge kwaliteit. De tweede helft trapt af met Baby Ice Dog, waaraan ‘Godmother of Punk’ Patti Smith haar eerste bijdrage levert aan een plaat van de band. Smith was destijds de vriendin van toetsenist Allen Lanier en werd later co-auteur van BÖC-favorieten als Career Of Evil (op Secret Treaties, 1974) en The Revenge Of Vera Gemini (Agents Of Fortune, 1976). Andersom speelde Lanier ook mee op Smith’s album Easter (1978).

Ook al is de kwaliteit van Tyranny And Mutation hoog en kent de plaat geen echte inzakmomenten, het commerciële succes liet helaas nog even op zich wachten. De opvolger Secret Treaties (het absolute meesterwerk van BÖC) deed het al iets beter in de charts, maar de echte doorbraak kwam natuurlijk pas met de single (Don’t Fear) The Reaper in 1976. Ondanks het latere succes blijven de eerste drie albums de beste die Blue Öyster Cult ooit heeft opgenomen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Hawkwind-gitarist Huw Lloyd-Langton (1951-2012)

Nadat eerder dit jaar medeoprichter en bassist John Harrison overleed, is spacerockband Hawkwind opnieuw een belangrijk bandlid verloren. Afgelopen donderdag stierf gitarist Huw Lloyd-Langton na een lang gevecht tegen kanker.

Op veel van de klassieke Hawkwind-albums, zoals Doremi Fasol Latido (1972) en Space Ritual (1973), is Lloyd-Langton niet te horen. Wel speelde hij op kwalitatief zeer hoogstaande latere albums als Levitation (1980) en The Chronicle Of The Black Sword (1985).

Toch gaat de geschiedenis van Lloyd-Langton met Hawkwind verder terug dan de jaren tachtig. De band debuteerde in 1970 met een titelloos album waarop Langton gitaar speelt. Hoewel dat album niet de status heeft van de eerder genoemde prachtplaten, is de lp – met onder meer de uitstekende openingstrack Hurry On Sundown – alleen al van historisch belang omdat het een van de eerste in het genre ‘space rock’ was.

Kort nadat een combinatie van sinaasappelsap en lsd tijdens het historische Isle Of Wight Festival in 1970 nare gevolgen had voor Lloyd-Langton (“Ik heb mazzel dat ik er nog over kan praten”, zegt hij in het boek Hawkwind: Sonic Assassins), stapte hij uit de band. Terwijl Hawkwind in kwalitatief opzicht een gouden periode tegemoet ging – waaraan ook Lemmy van Motörhead bijdroeg – speelde Lloyd-Langton onder meer in de band van popzanger Leo Sayer.

In 1979 kwam Lloyd-Langton terug bij Hawkwind. Hij maakte het livealbum Live Seventy Nine en de studioklassieker Levitation, beide verschenen in 1980. Op laatstgenoemde speelde niemand minder dan Ginger Baker van Cream drums. In de daaropvolgende jaren speelde Lloyd-Langton mee op de albums Sonic Attack (1981), Church Of Hawkwind (1982), Choose Your Masques (1983), This Is Hawkwind: Do Not Panic (1984), The Chronicle Of The Black Sword (1985), Live Chronicles (1986) en The Xenon Codex (1988). Ook als liedschrijver droeg hij bij aan diverse tracks op deze albums.

Naast zijn werk met Hawkwind richtte de uiterst getalenteerde gitarist in de jaren tachtig zijn Lloyd-Langton Group op. In 1988 verliet hij Hawkwind opnieuw, maar in de eenentwintigste eeuw deed hij nog korte tijd mee met zijn oude band.

Na een twee jaar durende strijd tegen zijn ziekte, overleed Lloyd-Langton donderdag op 61-jarige leeftijd. Op de officiële website van Hawkwind werd op 7 december het volgende bericht geplaatst:

“Met immens verdriet willen we jullie laten weten dat onze goede vriend en collegamuzikant Huw Lloyd Langton gisteren vredig is gestorven. Huw vocht de afgelopen jaren moedig tegen kanker, maar was vastberaden de strijd geen effect te laten hebben op zijn dagelijkse leven. Hij bleef gitaar spelen, lachen, grappen maken en de liefde in zijn hart delen met iedereen die hem kende. Zoals hij het wilde, was hij thuis op het moment van zijn overlijden, met zijn constant sterke en liefdevolle vrouw Marion aan zijn zijde. Huw was een van de gitaristen met een individuele stijl en karakter. Hij is niet meer onder ons maar we zullen hem nooit vergeten. Hij leeft voort in onze muziek en in onze harten.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag 63 geworden: gitarist Steve Hackett (ex-Genesis)

Toen Steve Hackett zich in 1970 bij Genesis voegde, had hij weinig podiumervaring. Toch zou hij in de jaren erna uitgroeien tot één van de meest bepalende muzikanten binnen de band. Door zijn bescheiden opstelling op het podium (vaak een beetje verborgen en voorovergebogen, alsof niemand hem mocht zien) kon het contrast met toenmalig frontman Peter Gabriel nauwelijks groter zijn, maar die afwezigheid zat hem enkel in het visuele aspect.

Muzikaal wist Hackett namelijk met zijn gitaargeluid en kenmerkende solo’s (Firth Of Fifth) een duidelijke stempel te drukken op het geluid van Genesis. Hij was bovendien een groot voorvechter van de experimenteerdrift binnen de band, wat al goed te lezen is in de advertentie die hem uiteindelijk zijn plek bij de band bezorgde: “Gitarist zoekt muzikanten die vastbesloten zijn verder te gaan dan de huidige stagnerende vormen”. Zijn speltechniek ‘tapping’ zou van grote invloed zijn op o.a. Eddie Van Halen.

In 1975 werd Hackett met Voyage Of The Acolyte het eerste Genesis-lid met een soloplaat. De creatieve vrijheid die hem dat opleverde beviel zo goed, dat hij maar moeilijk zijn draai in de band weer kon vinden. Volgens geruchten kon hij bovendien steeds minder goed opschieten met toetsenist Tony Banks. In 1977 verliet Hackett Genesis, kort voor de release van het live-album Seconds Out. Banks grapte nog dat Hackett’s partijen na zijn vertrek uit die plaat zouden zijn gemixt, maar daar was natuurlijk niks van waar.

In de jaren na Genesis is Steve Hackett altijd uiterst productief gebleven: van sterkte soloalbums (Spectral Mornings (1979), Beyond The Shrouded Horizon (2011)) tot interessante samenwerkingen (Squackett (2012) met Yes-bassist Chris Squire) en supergroep GTR: Hackett bewijst keer op keer dat hij zijn kunsten nog niet verleerd is. Hopelijk blijft dat nog lang zo!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Spirit-drummer Ed Cassidy (1923-2012)

Meer treurig classic rocknieuws. Invloedrijk drummer Ed Cassidy, alias Mr. Skin, is afgelopen donderdag overleden op 89-jarige leeftijd aan kanker. Cassidy was een van de oprichters van de psychedelische rockband Spirit. Mark Andes, bassist van die band, op Facebook: “RIP Ed Cassidy, one of the world’s greatest drummers… loved you Cass.”

Spirit was een van de meest ongewone bands van de jaren zestig. Al op het eerste album Spirit (1968) bewees de psychedelische rockformatie zich een zeer vernieuwende act. Beroemd is bijvoorbeeld de instrumentale track Taurus van deze lp, waarvan Jimmy Page later de gitaarakkoorden zou lenen voor Led Zeppelins meesterstuk Stairway To Heaven. Overigens zouden de rockgoden van het op dat moment nog onbekende Led Zep in 1969 zelfs nog even in het voorprogramma van Spirit staan.

De altijd in het zwart geklede Ed Cassidy, die Mr. Skin werd genoemd vanwege zijn kaalschoren hoofd, was rond de tijd waarin Spirit debuteerde opmerkelijk genoeg al halverwege de veertig. Hij had echter al vele jaren ervaring opgedaan bij jazzlegendes als Roland Kirk en Chet Baker, en met muziek voor films. De jazzinvloeden in de muziek van Spirit waren dan ook vooral aan Cassidy te danken.

Interessant is de in 1964 opgerichte bluesband Rising Sons, waarin behalve Cassidy onder anderen de legendarische bluesman Taj Mahal en latere gitaargrootheid Ry Cooder speelden. Opnames van deze groep verschenen pas in 1992 op het album Rising Sons Featuring Taj Mahal And Ry Cooder.

Na Rising Sons richtte Cassidy met gitarist Randy California (zijn stiefzoon), zanger Jay Ferguson en bassist Mark Andes de groep Red Roosters op. Met de toevoeging van toetsenist John Locke werd de naam veranderd in Spirit. Hoewel deze band niet bijzonder veel commercieel succes oogstte, werden de eerste albums sixtiesklassiekers. Het debuut kreeg in hetzelfde jaar het even indrukwekkende The Family That Plays Together (toepasselijke titel gezien de band tussen Cassidy en California) als vervolg. Daarop staat de Amerikaanse hitsingle I Got A Line On You. Producer van de eerste drie Spirit-lp’s was niemand minder dan Lou Adler, bekend van o.a. het legendarische Carole King-album Tapestry.

Het absolute meesterwerk van Spirit volgde in 1970. Het stilistisch diverse vierde album Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus geldt als een absoluut hoogtepunt binnen de progressieve rock van de vroege jaren zeventig. Cassidy tegen Los Angeles Times in 1991: “Wat ik wilde was een band zonder categorieën die alles kon proberen, iedere stijl, en deze helemaal eigen kon maken.”

De creatieve mijlpaal die Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus was, werd echter niet meer geëvenaard door de band. Cassidy hield de naam Spirit levend, tot aan de tragische verdrinkingsdood van Randy California in 1997.

Mr. Skin was overigens ook de titel van een track op Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus. Hieronder een liveversie daarvan uit 1978, die de grote klasse van Cassidy’s drumspel nog maar eens benadrukt:

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag in 1970: Black Sabbath brengt invloedrijk debuutalbum uit

Onlangs publiceerden we onze top tien van beste classic rock-debuutplaten, met natuurlijk ook een plaatsje voor het gigantisch invloedrijke eerste album van Black Sabbath. De plaat verscheen vandaag in 1970, op vrijdag de 13e.

Of Black Sabbath echt de eerste heavy metal-lp was, daar kun je over discussiëren. Er waren natuurlijk eerder bands als Blue Cheer, Vanilla Fudge, Steppenwolf en Iron Butterfly die met hun hardrock de nodige invloed hadden op het genre. Toch is het niet vreemd dat de eerste Sabbath bestempeld wordt als de eerste metalplaat. Luister alleen al naar de donderende riff en de duistere tekst in de titeltrack.

Het in slechts enkele dagen opgenomen album verraadt – meer dan iedere andere Sabbath-plaat – de bluesrockroots van de band. Zo zijn er de covers Evil Woman, tevens de eerste single van de band, en The Warning, waarin ‘Riffmeister’ Tony Iommi schittert. Naast de slome en erg macabere titeltrack (“Satan’s sitting there, he’s smiling/Watches those flames get higher and higher”) is ook N.I.B. een absoluut prijsnummer en een favoriet tijdens shows van de band. Aan latere cd-edities werd ook de uitstekende b-kant Wicked World toegevoegd.

De invloed van het in Groot-Brittannië succesvolle Black Sabbath op de verschillende latere metalstromingen en stonerrock is natuurlijk onbetaalbaar. De zeven tracks op het eerste album zijn allemaal krachtig, maar de band wist dit meesterwerk in latere jaren te evenaren en soms zelfs te overtreffen. Opvolger Paranoid verscheen hetzelfde jaar en was dus de tweede in een reeks van liefst zes fantastische Sabbath-platen.

Bassist Geezer Butler gaf in recente interviews aan dat de band op het comebackalbum (met de voorlopige titel 13) terugkeert naar de donkere sound van de eerste drie platen. De verwachtingen zijn natuurlijk hooggespannen voor het eerste album met Ozzy sinds 1978, hoewel we niet kunnen verwachten dat Black Sabbath het behoorlijke niveau van dat oudere werk weer kan bereiken.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More