Archive

At the Drive In’s EP “Diamanté” smaakt naar meer

At the Drive In’s EP “Diamanté” smaakt naar meer

De opener van deze speciale EP heet “Amid Ethics“. Zoals je gewend bent van de heren, kun je weer een bak experimentele en rauwe punkrock verwachten. De track opent met een prettig drumloopje. Daar legt Cedric Bixler zijn typische, cynisch klinkende punkvocals overheen. Een eenvoudige baslijn bepaalt het tempo, en dat ligt niet bijster hoog. Toch klinkt het helemaal prima. We zijn op een derde en tot dusver is er geen vuiltje aan de lucht.

De laatste track op de EP draagt de naam “Point of Demarkation“. Die begint met een gruwelijk chill loopje op de basgitaar. Door dat loopje zit er meteen ook een heerlijk tempo in het nummer. Het voelt zelfs een beetje hobbelig aan. Naar het einde toe wordt het nummer een stuk experimenteler. Er worden steeds meer instrumenten aan toegevoegd, maar het wordt op geen enkel punt echt chaotisch. De perfecte balans is hier tussen experimenteel en lekker luisterbaar gevonden.

En daarna is het over met de pret. De plaat is immers slechts 11 minuten lang. Met slechts drie nummers weten de heren van At the Drive In een lekker sfeertje neer te zetten. Gun “Diamanté” daarom zeker die 11 minuten van je leven. Het is absoluut geen verspilde tijd.

Beoordeling: 8,5/10
Releasedatum: 24 november
Label: Rise Records

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Jess Glynne brengt debuutalbum in september uit

Het debuutalbum van Jess Glynne komt uit op 11 september. De Britse singer-songwriter, die haar internationale doorbraak had met ‘Rather Be’, heeft de treffende titel ‘I Cry When I Laugh’ uitgekozen als albumnaam. Naast haar eigen song ‘Hold My Hand’ heeft Jess al vier enorme hits op haar naam staan met nummers als Route 94’s ‘My Love’, Clean Bandit’s ‘Real Love’ en ‘Rather Be’. Op dit moment scoort ze samen met Tinie Tempah een grote hit in de UK met het nummer ‘Not Letting Go’. ‘Hold My Hand’ stond maar liefst drie weken op nummer 1 in de hitlijsten in de UK en is in Nederland al met drie keer goud bekroond.

Gemengde gevoelens

Jess Glynne beschreef de dag dat ze haar platencontract ondertekende als “the happiest and saddest day of my life” omdat ze eindelijk de plek in de muziekindustrie verworven heeft waar ze zo hard voor heeft gevochten. Tegelijkertijd was ze gebroken van het liefdesverdriet dat haar laatste relatie heeft opgeleverd. Dit heeft haar geïnspireerd om een album te schrijven wat niet vol staat met de tegenwoordig populaire pianoballads, maar met krachtige en op zichzelf staande songs als ‘Gave Me Something’, ‘Hold My Hand’ en Tinie Tempah’s ‘Not Letting Go’. Een samenwerking met Emeli Sandé resulteerde in het prachtige duet ‘Saddest Vanilla’.

‘I Cry When I Laugh’ is een album geworden waar Jess Glynne het resultaat laat horen van de invloed die een relatie (en het beëindigen ervan) kan hebben op een persoon. ‘‘I needed the record to tell a story” zegt de zangeres. “This album is about a girl who was a happy-go-lucky person, a bit of trouble, got her heart-broken and found her way through that not by being sad but by seeing hope and not letting it overtake her.’’ Jess Glynne zal medio september in Nederland aanwezig zijn voor een promodag.

Tracklist I Cry When I Laugh:1. Gave Me Something2. Hold My Hand3. Ain’t Got Far To Go4. Take Me Home5. Don’t Be So Hard On Yourself6. No Rights No Wrongs7. You Can Find Me8. Love Me (Acoustic)9. Rather Be (feat. Jess Glynne)10. Saddest Vanilla (feat. Emili Sande)11. Why Me12. Real Love13. Not Letting Go (feat. Jess Glynne)

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Vandaag 63 geworden: gitarist Steve Hackett (ex-Genesis)

Toen Steve Hackett zich in 1970 bij Genesis voegde, had hij weinig podiumervaring. Toch zou hij in de jaren erna uitgroeien tot één van de meest bepalende muzikanten binnen de band. Door zijn bescheiden opstelling op het podium (vaak een beetje verborgen en voorovergebogen, alsof niemand hem mocht zien) kon het contrast met toenmalig frontman Peter Gabriel nauwelijks groter zijn, maar die afwezigheid zat hem enkel in het visuele aspect.

Muzikaal wist Hackett namelijk met zijn gitaargeluid en kenmerkende solo’s (Firth Of Fifth) een duidelijke stempel te drukken op het geluid van Genesis. Hij was bovendien een groot voorvechter van de experimenteerdrift binnen de band, wat al goed te lezen is in de advertentie die hem uiteindelijk zijn plek bij de band bezorgde: “Gitarist zoekt muzikanten die vastbesloten zijn verder te gaan dan de huidige stagnerende vormen”. Zijn speltechniek ‘tapping’ zou van grote invloed zijn op o.a. Eddie Van Halen.

In 1975 werd Hackett met Voyage Of The Acolyte het eerste Genesis-lid met een soloplaat. De creatieve vrijheid die hem dat opleverde beviel zo goed, dat hij maar moeilijk zijn draai in de band weer kon vinden. Volgens geruchten kon hij bovendien steeds minder goed opschieten met toetsenist Tony Banks. In 1977 verliet Hackett Genesis, kort voor de release van het live-album Seconds Out. Banks grapte nog dat Hackett’s partijen na zijn vertrek uit die plaat zouden zijn gemixt, maar daar was natuurlijk niks van waar.

In de jaren na Genesis is Steve Hackett altijd uiterst productief gebleven: van sterkte soloalbums (Spectral Mornings (1979), Beyond The Shrouded Horizon (2011)) tot interessante samenwerkingen (Squackett (2012) met Yes-bassist Chris Squire) en supergroep GTR: Hackett bewijst keer op keer dat hij zijn kunsten nog niet verleerd is. Hopelijk blijft dat nog lang zo!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

In memoriam: Spirit-drummer Ed Cassidy (1923-2012)

Meer treurig classic rocknieuws. Invloedrijk drummer Ed Cassidy, alias Mr. Skin, is afgelopen donderdag overleden op 89-jarige leeftijd aan kanker. Cassidy was een van de oprichters van de psychedelische rockband Spirit. Mark Andes, bassist van die band, op Facebook: “RIP Ed Cassidy, one of the world’s greatest drummers… loved you Cass.”

Spirit was een van de meest ongewone bands van de jaren zestig. Al op het eerste album Spirit (1968) bewees de psychedelische rockformatie zich een zeer vernieuwende act. Beroemd is bijvoorbeeld de instrumentale track Taurus van deze lp, waarvan Jimmy Page later de gitaarakkoorden zou lenen voor Led Zeppelins meesterstuk Stairway To Heaven. Overigens zouden de rockgoden van het op dat moment nog onbekende Led Zep in 1969 zelfs nog even in het voorprogramma van Spirit staan.

De altijd in het zwart geklede Ed Cassidy, die Mr. Skin werd genoemd vanwege zijn kaalschoren hoofd, was rond de tijd waarin Spirit debuteerde opmerkelijk genoeg al halverwege de veertig. Hij had echter al vele jaren ervaring opgedaan bij jazzlegendes als Roland Kirk en Chet Baker, en met muziek voor films. De jazzinvloeden in de muziek van Spirit waren dan ook vooral aan Cassidy te danken.

Interessant is de in 1964 opgerichte bluesband Rising Sons, waarin behalve Cassidy onder anderen de legendarische bluesman Taj Mahal en latere gitaargrootheid Ry Cooder speelden. Opnames van deze groep verschenen pas in 1992 op het album Rising Sons Featuring Taj Mahal And Ry Cooder.

Na Rising Sons richtte Cassidy met gitarist Randy California (zijn stiefzoon), zanger Jay Ferguson en bassist Mark Andes de groep Red Roosters op. Met de toevoeging van toetsenist John Locke werd de naam veranderd in Spirit. Hoewel deze band niet bijzonder veel commercieel succes oogstte, werden de eerste albums sixtiesklassiekers. Het debuut kreeg in hetzelfde jaar het even indrukwekkende The Family That Plays Together (toepasselijke titel gezien de band tussen Cassidy en California) als vervolg. Daarop staat de Amerikaanse hitsingle I Got A Line On You. Producer van de eerste drie Spirit-lp’s was niemand minder dan Lou Adler, bekend van o.a. het legendarische Carole King-album Tapestry.

Het absolute meesterwerk van Spirit volgde in 1970. Het stilistisch diverse vierde album Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus geldt als een absoluut hoogtepunt binnen de progressieve rock van de vroege jaren zeventig. Cassidy tegen Los Angeles Times in 1991: “Wat ik wilde was een band zonder categorieën die alles kon proberen, iedere stijl, en deze helemaal eigen kon maken.”

De creatieve mijlpaal die Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus was, werd echter niet meer geëvenaard door de band. Cassidy hield de naam Spirit levend, tot aan de tragische verdrinkingsdood van Randy California in 1997.

Mr. Skin was overigens ook de titel van een track op Twelve Dreams Of Dr. Sardonicus. Hieronder een liveversie daarvan uit 1978, die de grote klasse van Cassidy’s drumspel nog maar eens benadrukt:

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More