Revue

Albumrecensie: Bertus Borgers & The Young Retro’s – Eindhoven (2016)

Bertus Borgers, wie kent deze vaderlandse topsaxofonist niet? Bekend geworden met Mr. Albert Show in 1970, beroemd geworden met Sweet d’Buster (van halverwege tot eind jaren zeventig) en als regelmatige gast van Herman Brood, Raymond van het Groenewoud en vooral bij Golden Earring – zowel op albums (o.a. op Radar Love is hij te horen) als bij concerten.

De inmiddels 69-jarige geboren Brabander (Vessem) is een van de oprichters van de Rockacademie in Tilburg en werd daar in 1999 directeur van. In 2012 stopte hij met het onderwijs en ging hij verder met zijn grote passie: muziek maken. Met zijn band The Young Retro’s maakte hij in 2015 het debuutalbum Legacy en ging hij regelmatig optreden. Deze maand ligt het tweede album in de winkels, met als titel Eindhoven. Dit is de stad waar Bertus en zijn uit ‘jonge honden’ bestaande bandleden elkaar hebben ontmoet. Deze muzikanten zijn Gio Sliwa (gitaar), Maurice Christian George (basgitaar) en Wouter ‘Bertho’ Mollen (drums). Allemaal verzorgen zij ook de achtergrondzang, terwijl Bertus naast het bespelen van zijn sax ook de leadzang voor zijn rekening neemt. Bertho is tevens verantwoordelijk voor de opnames en de mixage in Studio Bosrand.

Het lekker gevarieerde en stevige album Eindhoven bevat tien songs, waarvan drie nieuwe die hij samen met Bertho (twee) en de andere Young Retro’s schreef; de rest bestaat uit nieuwe versies van Sweet d’Buster-klassiekers, enkele b-kantjes en een paar nooit uitgebrachte songs van deze legendarische  band. Met name de 2016-uitvoeringen van Bread, Nightcat, Stir Up The Fire en het ook door Herman Brood tot een hit gemaakte Still Believe klinken heel overtuigend en geen moment gedateerd. Het enige dat ik af en toe mis is die heerlijke bassound van Herman Deinum. Maurice Christian George is echter ook een prima bassist. Dit album is een regelrechte aanrader en een mooie aanleiding om de band eens live te zien!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

PVRIS – All We Know of Heaven, All We Need of Hell

PVRIS – All We Know of Heaven, All We Need of Hell

Het lijkt wel alsof PVRIS er ineens was. De band bracht in 2014 zijn debuutalbum  uit. Sindsdien zijn de Amerikanen niet meer weg te denken uit de scene en verkopen ze zaal na zaal uit. Ook in Nederland timmert de band flink langs de weg. De verwachtingen voor “” zijn dan ook torenhoog. Zet de band hier een waardige opvolger neer, of bezwijkt hij onder die druk? 

Het album wordt geopend met de heldere stem van zangeres Lynn Gunn. De track bouwt langzaam op en werkt duidelijk toe naar een krachtig refrein. Wanneer deze aanbreekt, vallen de drums, bas en gitaarpartij de krachtige vocalen bij van de frontvrouw. De afwisseling tussen het atmosferische couplet en het sterke refrein is een geweldige manier om de plaat mee te openen. De plaat vervolgt met ““. Het blijkt een sterk vervolg op de al zo sterke opener.

“” voelt daarentegen als een veredelde interlude, die een opmaat moet vormen naar het middenstuk van de plaat. De spanning wordt langzamerhand opgebouwd. De ijzig hoge, mysterieuze uithalen van Gunn geven je per direct kippenvel. De track is doordrenkt met elektronische invloeden, waardoor het een hoog dromerig gehalte heeft. Dan breekt het krachtigere “” aan. De opbouw is fenomenaal: snelle, opzwepende drums, met atmosferische invloeden op de achtergrond. De opgefokte stem van Gunn vormt het krachtige refrein. Dat wordt vervolgens in de coupletten weer afgewisseld met een zeer breekbaar, lieflijk geluid. Wat een range heeft deze vrouw.

De veelzijdigheid van PVRIS blijkt wederom bij ““. Het nummer heeft een lekkere vibe, en is iets lichtvoetiger dan de tracks eerder op de plaat. Het is overbodig om erbij te vermelden dat, alweer, de stem van Gunn het hele nummer draagt. Wanneer ” aanbreekt ben je al bijna aan het einde van het album aangekomen. Het nummer heeft verreweg de meest ruige drum- en gitaarpartijen van het hele schijfje. De plaat wordt afgesloten met “” en ““. Het tempo ligt beduidend lager, maar dat maakt niet dat je er minder van geniet. Eerstgenoemde is een mooie, rustige ballad. Daar waar “” wat minder zwaar is en echt naar het einde toewerkt. Niet de meest spannende songs van de plaat, maar simpelweg een mooi einde van een lekker album.

Als er dan toch kritiekpuntjes moeten worden genoemd, dan is het dat het album met tien tracks toch wel aan de korte kant is. Niet elke track is een kraker, maar alles steekt goed in elkaar en vormt een logisch geheel. Wat is de band volwassen geworden en wat een grootse sound laat PVRIS horen op ““. Het is een kwestie van tijd voor deze plaat zo iconisch is als zijn voorganger. Dit album kan alleen maar iets goeds voor de band doen.

Beoordeling: 9/10
Releasedatum: 25 augustus 2017
Label: Rise Records

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Albumrecensie: Uriah Heep – Salisbury (deluxe edition)

De tweede in de reeks van in een speciale uitvoering uit te brengen klassieke albums van Uriah Heep is de tweede langspeler van de band, Salisbury uit 1970. In deze serie worden alle studioplaten van de band tot 1990 dit jaar en volgend jaar uitgebracht. Debuut “…very ‘eavy …very ‘umble” kwam in september uit, naast een dubbel-cd met een overzicht van alle eerder genoemde albums. Deze reissue is ook geremastered door Andy Pearce (o.m. Lou Reed en Black Sabbath).

Ook dit album verschijnt in een mooie digipack-verpakking, met een uitgebreid boekje met veel informatie over de inhoud van de cd’s, veel illustraties (zoals foto’s, single-hoesjes en posters) en toelichtingen van oprichter en gitarist Mick Box en toetsenist Ken Hensley. Die laatste was verantwoordelijk voor het schrijven en componeren van de helft van de songs op Salisbury, in tegenstelling tot het debuutalbum, waarop de meeste tracks door gitarist Mick Box en zanger David Byron zijn geschreven.

Disc 1 bevat het originele album, zij het geremasterd. De bekendste songs zijn opener Bird Of Prey, de hit Lady In Black (die i.t.t. de rest werd gezongen door Ken Hensley) en het lange (16:03) titelstuk Salisbury, dat gerust in het hokje progrock geplaatst kan worden. Bijzonder is dat in deze song gebruikgemaakt wordt van een 27-koppige brassband, wat samen met de gebruikelijk gitaar-keyboard-bas-drums tot een bijzondere sound leidde. Na het succes van de debuutplaat kreeg Uriah Heep alle vrijheid om te doen wat de band (en producer/manager Gerry Bron) wilde en dus was dit snel geregeld. Lady In Black werd zeven jaar later een gigantische hit in Duitsland, waar de single maar liefst dertien weken op nummer één van de hitparade stond en waarvoor de band een onderscheiding kreeg: de Gouden Leeuw.

Op disc 2 staan alle songs van het album in andere, alternatieve versies. Ook staat de B-kant van Lady In Black erop, Simon The Bullet Freak getiteld. Een andere en iets langere mix van Salisbury (16:24) plus een live-versie (17:34) hiervan besluiten het album. Die live-uitvoering had men beter achterwege kunnen laten, want de geluidskwaliteit hiervan is echt belabberd! Het klinkt als een matige bootleg. Overigens is er geen brass-sectie te horen op deze opname.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Lowlands 2017: vrijdag 18 augustus

Lowlands 2017: vrijdag 18 augustus

Al maanden keken festivalgangers uit naar de 25ste verjaardag van het fenomeen dat Lowlands heet. Drie dagen lang worden bezoekers getrakteerd op live muziek, entertainment, theater, maar ook twee spraakmakende nieuwe tenten: Alpha en Bravo. Op vrijdag hebben we een kijkje genomen bij onder andere Architects, Iggy Pop en – ach, waarom ook niet – Sean Paul.

Te vroeg op de dag, maar niet minder krachtig
Een paar dagen eerder was het nog de vraag of Nothing But Thieves zou komen. Frontman Mason Conor had een stukje van een mes in zijn oog gekregen. Tóch staat de band op Lowlands 2017. Op vrijdag om 15:15 uur exact begint de band in Alpha. Met wat opstartproblemen in Conor zijn stem, lijkt het begin toch tegen te vallen. Nothing But Thieves staat er namelijk om bekend dat de frontman een fluweel gouden strotje heeft. Na zo een twee nummers klinkt hij weer als vanouds en kunnen we met zekerheid zeggen dat het weer een heerlijke show is. Lowlands mag Nothing But Thieves de volgende keer gerust later op de dag plannen.

Grote hype, maar daar blijft het bij
Glass Animals staat om 15:20 uur in Heineken. Een vrij grote tent, met dus ook veel bezoekers. De hype was dan ook al groot, want op bepaalde festivals was het zelfs verboden om ananassen mee te nemen naar het festivalterrein: te veel mensen zouden deze namelijk meenemen omdat Glass Animals dit zou verzoeken. De frontman van Glass Animals, Dave Bayley, gaat helemaal los. De rest van de band doet rustig zijn ding achter de instrumenten. Al met al was het gerust een leuke show, de bandleden waren vooral silhouetten en er waren te weinig ananassen te vinden.

Het mag niet, maar fuck it, we doen het
Sean Paul op Lowlands 2017 om 16:00 uur. Is het de grootste schrik van de festivalliefhebbers of niet? Als metalhead-Lowlandsbezoeker krijg je bij het idee al kippenvel. Je zou er niet heen gaan en je wilt het al helemaal niet horen. Maar fuck it. Sterker nog: je gaat er toch met je vrienden op dansen. Het was zeker niet de beste show van heel Lowlands 2017, maar ook als metalhead kun je genieten van de razendpopulaire dancehallkoning.

Groots in Nederland en welverdiend
In Nederland kennen we verschillende grote bands. Denk aan Doe Maar, Kensington en Chef’Special. De heren van Chef’Special staan om 17:45 uur in Alpha. Het is de eerste band van de dag die in deze vernieuwde, achterlijk grote, tent goed gebruik maakt van de ledverlichting achter op het grote podium. Chapeau. Zoals we Joshua Nolet en zijn vrienden kennen, staat er muzikaal gewoon wéér een super set als een huis.

Sterker dan ooit tevoren
Lowlands omschreef PVRIS als . Misschien wist de organisatie zelf niet wat ze met PVRIS in huis haalde, maar in ieder geval geen posthardcore. Geen enkel probleem verder, want PVRIS zet zijn sterkste Nederlandse set tot nu toe neer. Zangeres Lynn Gunn komt altijd goed over, maar zelden hebben we haar zo zelfverzekerd zien zingen, schreeuwen en opjutten op Nederlandse bodem. Gelukkig maar, want veel aanwezige in de Indiatent waren op dit moment nog niet bekend met de band. Een hoop nieuwe fans voor PVRIS.

Hardste van het hele weekend en direct viral
Om 18:25 uur staat Architects een uur lang in India. Nog voordat de set voorbij is, weet de hele wereld hoe de hardste band van de 25ste verjaardag van Lowlands de fans om zijn vingers windt. Als frontman Sam Carter een speech houdt over dat je met je fucking poten van een vrouw haar borsten afblijft tijdens het crowdsurfen, juicht niet alleen het aanwezige publiek. Binnen no time gaan de beelden viral over de hele wereld en bereikt het zelfs verschillende journalen op televisie. De hardste band van het hele festival weet direct ook de hele wereld te laten zien dat je verder moet kijken dan enkel vooroordelen in de metalwereld. Daarnaast zette Architects ook nog eens een – om nogmaals in Carter zijn woorden te schrijven – fucking goede show neer. Misschien had de geluidsman iets minder enthousiast moeten doen met de bas, maar alsnog was het in één woord geweldig.

Oud. Heel oud. Goed. Heel goed.
We hoeven natuurlijk niet uit te leggen over wie we het nu hebben. De 70-jarige Iggy Pop weet op vrijdag het meeste publiek in een te kleine tent te krijgen. De bezoekers kennen hier de term  niet. Aan de achterkant van het podium puilde het uit tot de overheerlijke limonadetent, die door maar weinig mensen gevonden werd – of overgeslagen werd omdat er geen alcohol in zit. Ach, maakt ook niets uit. Iggy Pop staat op zijn manier te swingen en dat is op dit moment het belangrijkste. Springend en dansend komt hij het podium op, zonder shirt, met een afzakkende broek: zoals we Iggy Pop kennen. The Godfather of Punk loopt altijd mank, omdat hij een hele hoop lichamelijke klachten heeft. Dit weerhoudt hem er niet van om gewoon nog het podium af te springen en voor de eerste rij fans te zingen. Heel goed bezig, Iggy!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Albumrecensie: Joe Bonamassa – Live At Carnegie Hall (2017)

De nieuwe live-dubbelaar van bluesrockgitarist/zanger Joe Bonamassa ligt vandaag in de winkel! Wil je ‘m liever op vinyl? Dat kan, evenals met (nemen we aan) prachtig beeld en geluid op dvd en blu-ray. Voor deze recensie beperken we ons echter tot de 2cd-versie.

Alwéér een nieuw album van Bonamassa?, denk je misschien. Inderdaad is deze veelgeprezen muzikant (kortgeleden ontving hij in Bergen op Zoom de SENA Guitar Award 2017) niet alleen veel geroemd, maar ook ontzettend productief! Naast twaalf studioalbums heeft hij inmiddels ook al zo’n veertien (deze meegerekend) live-albums uitgebracht, naast zijn twee studioplaten en een live-dubbelaar met Beth Hart. En dat allemaal sinds het jaar 2000… en dan rekenen we zijn platen met Bloodline en Black Country Communion nog niet eens mee!

Maar de liefhebber van zijn werk weet dat al deze albums stuk voor stuk van hoge kwaliteit zijn, zowel qua spel, zang en songmateriaal als ook qua geluidskwaliteit. Dit is ook nu weer het geval op deze dubbelaar, die als ondertitel An Acoustic Evening meekrijgt. De productie is weer in de vertrouwde handen van Kevin Shirley, terwijl Roy Weisman de uitvoerend producent is. In 2013 bracht Bonamassa een vergelijkbaar dubbelalbum uit, onder de titel An Acoustic Evening At The Vienna Opera House. Ja, er zijn een paar songs die op beide albums staan, maar het grootste gedeelte is anders. Ook de muzikanten zijn grotendeels andere dan op het Weense concert, tijdens de korte akoestische tournee voorafgaand aan en tijdens de twee opgenomen concerten in januari 2016, had Joe de volgende musici bij zich: de beroemde Chinese celliste Tina Guo, de Egyptische percussionist Hossam Ramzy, pianist Reese Wynans, drummer Anton Fig, multi-instrumentalist (mandoline, draailier, saxofoon, akoestische gitaar en zang) Eric Bazilian en drie Australische achtergrondvocalisten, Mahalia Barnes, Juanita Tippins en Gary Pinto.

Naast bekende Bonamassa-songs als This Train, Dust Bowl, Woke Up Dreaming, Blue And Evil en Get Back My Tomorrow, worden ook enkele mooie covers gespeeld. Mijn hoogtepunt is de folkklassieker How Can A Poor Man Stand Such Times And Live?, die we ook kennen van Bruce Springsteens Seeger Sessions en dat werd geschreven tijdens en over de Grote Depressie in 1929, door Blind Alfred Reed. Deze versie gaat door merg en been, vooral als duetpartner Mahalia Barnes (dochter van de Australische brulboei Jimmy Barnes!) de zang overneemt. Echt kippenvel! De drie achtergrondvocalisten spelen sowieso een hoofdrol op het album, naast de geweldige instrumentatie – en dan heb ik het heus niet alleen over het zoals altijd superieure gitaarspel van Joe Bonamassa… Als afsluiter wordt The Rose gespeeld, geschreven door Amanda McBroom, die we vooral kennen in de versie van Bette Midler in de gelijknamige film (over Janis Joplin); ook weer een prachtige uitvoering!

Live At Carnegie Hall wordt uitgebracht door het Nederlandse Provogue-label en is verkrijgbaar op dubbel-cd, vinyl (drie lp’s), dvd en blu-ray.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Lowlands 2017: zondag 20 augustus

Lowlands 2017: zondag 20 augustus

De 25ste verjaardag van Lowlands wordt gevierd op vrijdag 18, zaterdag 19 en zondag 20 augustus. Onze review over de acts op vrijdag vind je hier en hier kun je de review van de zaterdag lezen. Nu is het tijd voor de zondag, met onder andere Billy Talent, At the Drive-In en The Pretty Reckless.

Eén van de laatst overgebleven pure rockbands
De Canadese punkrockers van Billy Talent mogen om 13:00 uur beginnen met een set in Bravo. Het is vroeg. Veel te vroeg. Dat is ook te zien in de tent. Te weinig mensen hebben de weg naar Billy Talent gevonden. Wat zonde is! De band klinkt heerlijk om je dag mee te beginnen. Heel scherp meldt frontman Benjamin Kowalewicz dat zijn band één van de weinige overgebleven rock-‘n-roll bands is: “We zijn één van de laatste rock-‘n-roll bands in een stervend ras“. Kowalewicz heeft daar helemaal gelijk in, maar laat zien waarom zij nog wél bestaan. Met volle energie loopt de vocalist heen en weer, rockt erop los en klinkt alsnog zeker aardig. Een puik optreden dat werd afgesloten met drie kneiterhits waar Bravo én omstreken op losgingen: “Red Flag“, “Fallen Leaves” en “Viking Death March“!

Waarom zou je ook je apparatuur heel houden
We blijven nog even een potje rocken in Bravo. Na Billy Talent en Triggerfinger gaan we in deze tent gewoon door met de legendarische At the Drive-In. Als je nog nooit de band live hebt gezien, staat er een heerlijke act op het menu. Frontman Cedric Bixler Zavala gaat al richting de 45. Doet dit ook maar iets af aan zijn stageperformance? Fuck, nee! Kun je ergens op klimmen en er daarna vanaf springen? Kun je dingen omgooien? Kun je in dingen gaan zitten waar de meeste mensen niet in gaan zitten? Dan staat Cedric vooraan in de rij. Zijn vocalen lijden hier wel onder, maar dat hebben we helemaal over voor zo een memorabele show. Je wilt tijdens een gig tenslotte dingen zien gebeuren. Dit optreden staat met stip in de top drie van dit jaar.

Muzikaal heel erg sterk, maar verder goed verstopt
Er zijn jammer genoeg weinig zangeressen in de rockwereld. De zangeres van The Pretty Reckless, Taylor Momsen, is daar één van. De band draait volledig om Momsen en lijkt wel een soloproject te zijn. Volledig verstopt achter haar dikke bos krullen, een donkere zonnebril en een lange, dikke, zwarte, leren jas zingt ze haar liedjes. Menig Lowlandsganger die onbekend is met de band staat nogal verschrikt te kijken tijdens het intro. Met luid gekreun komen de bandleden de planken op. The Pretty Reckless laat een hoop tevreden mensen achter, zeker nadat megahit “Make Me Wanna Die” gespeeld wordt.

Bass, beukende herrie, muzikale mix en een hoop kabaal
Death Grips is een vrij onbekende band. Drie leden vind je op het podium: een toetsenist, drummer en vocalist. Er is heel weinig interactie te bespeuren, maar frontman Stefan Burnett maakt de meest opmerkelijke bewegingen en zweept via deze manier het al losgaande publiek nog meer op. Burnett lijkt dit onbedoeld te doen waardoor er echt een aangename en ongedwongen sfeer ontstaat. Death Grips weet dat hij niet de bekendste act is op Lowlands 2017 en wil daarom juist een positieve indruk achterlaten. Het trio gaat helemaal op in de muziek en lijkt wel een oefensessie te houden, zo aangenaam is het om deze drie heren bezig te zien, zo ongestoord!

Vooral leuk door de meezingers
Het is aan de Britse folkrockband Mumford & Sons om het festival af te sluiten. De band verkoopt elke show die hij in Nederland speelt binnen een mum van tijd uit, dus het is niet verrassend dat Alpha zo ongeveer uit zijn voegen barst. Vanaf het begin van de set klinkt de stem van zanger Marcus Mumford ontzettend sterk en lijkt de hele band er veel zin in te hebben. Daarnaast ziet het podium er door middel van een rookmachine die op de grond gericht staat, adembenemend mooi uit. Vooral klassieke meezingers als “Little Lion Man” en “I Will Wait” weten de vele festivalgangers aan het dansen en zingen te krijgen. Helaas heeft de band niet enorm veel hits en is zijn muziek voor het grootste deel relatief kalm, waardoor het publiek zich tijdens onbekende nummers toch behoorlijk begint te vervelen. Leuk was het zeker, maar of het echt een knallende manier was om Lowlands mee af te sluiten? Dat valt te betwijfelen.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

August Burns Red in Melkweg

August Burns Red in Melkweg

Het is donderdag 24 augustus 2017: een zonnige dag in Amsterdam. Deze avond staat in het teken van het tienjarige bestaan van de legendarische plaat “Messengers“. Voor veel fans reden om naar de hoofdstad af te reizen: de Oude Zaal van Melkweg is namelijk stijf uitverkocht.

De heren die het publiek mogen opwarmen luisteren naar de naam Oceans Ate Alaska. De zaal is redelijk gevuld wanneer de band aan zijn set begint. Wanneer zanger Jake Noakes gedurende de set vraagt de zaal te splitsen, wordt hier goed gehoor aan gegeven. Maar de reactie in de pit zelf is toch nog wat voorzichtig. Alsof het doodnormaal is, zet Oceans Ate AlaskaDrunk In Love” in, origineel van Beyoncé. Echter speelt de band natuurlijk zijn Punk Goes Pop-versie en snijden de donkere screams regelrecht door je heen. Er ontstaat een pit met een stuk of twintig man. Men staat vooral met het hoofd te knikken, maar geniet aan het applaus te horen wel. Hoewel de clean vocals en screams moeiteloos in elkaar overgaan, zijn de cleans niet altijd even zuiver. Dat Oceans Ate Alaska dankbaar is om te mogen optreden, zie je aan hoe de band straalt. Een positieve opwarmer voor August Burns Red!

Na het opwarmen van het publiek is het tijd voor de hoofdact van de avond: August Burns Red. Zodra het intro en de eerste klanken van “The Truth of a Liar” starten, wordt het publiek meteen laaiend enthousiast. De fans beginnen flink mee te bewegen op de screams van zanger Jake Luhrs. Er ontstaat, gedurende de tracklist van “Messengers” vordert, een pit die continu aanblijf. Er wordt gemosht, gecrowdsurft, gestagedived, danspasjes opgevoerd en noem het maar op. Vooral bij het explosieve “Composure” komt er een hele bult energie vrij. Wat daarnaast duidelijk wordt tijdens het optreden, is dat Luhrs één van de weinigen in de metalscene is met danslessen achter de kiezen. Soepeltjes schudt hij wat danspasjes uit zijn mouw tussen al dat gebeuk door.

Halverwege het optreden neemt August Burns Red toch even een klein momentje om eindelijk tijd te maken om even kort wat tegen de aanwezigen te zeggen. Gitarist JB Brubaker bedankt de fans voor hun komst om samen het tienjarige bestaan van het iconische “Messengers” te vieren. Luhrs haakt hier nog even op in door de vele crowdsurfers te vragen rekening te houden met de kleine mensen om hen heen. De vloedgolf van crowdsurfers blijft namelijk gedurende de hele show gaan. Als de laatste klanken van “Redemption” klinken, verdwijnen de mannen achter de coulissen. Gelukkig kunnen de fans nog op een toegift rekenen, die al heerlijk begint met een drumsolo. De band sluit af met het recentere “Ghosts” en het legendarische “White Washed“.

Wat een beestachtig optreden zetten de heren hier neer. Het is mooi om te horen hoe Luhrs van highs naar lows wisselt: kippenvel met zweet op je rug. Het is bovendien waanzinnig hoe magisch drummer Matt Greiner, gitaristen Brent Rambler en JB Brubaber en basgitarist Dustin Davidson hun instrumenten bespelen. Niet alleen de performance van de mannen, de interactie en de activiteit van het publiek was positief aan de show: ook het geluid was fantastisch. De stem van Luhrs en de instrumenten waren goed van elkaar te onderscheiden. August Burns Red walst als een bulldozer door de uitverkochte Oude Zaal heen. Deze avond hebben de mannen weer laten zien een de Oude Zaal meer dan waard te zijn: op naar The Max!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Mutemath in TivoliVredenburg

Mutemath in TivoliVredenburg

Een energieke rockshow staat voorgeschoteld op dinsdag 29 augustus in de Utrechtse TivoliVredenburg. Deze avond staan Mutemath en The Lightning Year in Ronda. Onlangs verliet de meer dan herkenbare drummer, Darren King, Mutemath. Zal de show nog even energiek zijn zonder King? We weten in ieder geval dat Paul Meany ook wel eens van het podium afstapt.

De zaal is hooguit voor een kwart gevuld als The Lightning Year start, maar aan het eind van de set is de zaal lekker gevuld. De heren maken vrolijke poprock dat zo nu en dan toch erg aanstekelijk is. Soms pik je zelfs een snufje Coldplay op. Tussen de nummers door probeert de band wat interactie te krijgen met het best schuwe publiek. Alleen zodra er gevraagd wordt om te klappen doet men dat een beetje. Daarna zie je een enkeling knikken met het hoofd. Muzikaal doet The Lightning Year het gerust prima, maar de stem van de frontman is niet altijd even zuiver. Soms tijdens het praten slaat zijn stem ook over. Behoorlijk vervelend voor de vocalist zelf. De zanger lijkt qua performance erg afhankelijk van de bassist en gitarist te zijn. Hij blijft naar hen toe trekken en stapt vrij onzeker weg zodra ze niet doorhebben dat hij contact zoekt. Nummers zoals “The Needle” en “Endless Memory” klinken daarentegen best wel lekker. Maar het is nu wel echt tijd voor Mutemath.

Bijna drie kwartier nadat The Lightning Year het podium heeft verlaten, is het dan tijd voor het hoofdprogramma. Vrij snel is duidelijk dat de band niet voor de volle honderd procent op het imago van Darren King leunde. King en Meany lijken achteraf altijd de frontman positie te hebben gedeeld. Sterker nog: Meany benoemt hem ook nog even tijdens de show. De gehele show wordt gedragen door Meany. Het lijkt meer een soloproject te zijn met een ondersteunende live band. De vocalist weet het publiek om zijn hand te winden. Letterlijk. Tijdens het tweede nummer van de set, “Changes“, ligt hij al aan de rand van het podium en rolt met de fans om hem heen die hem even willen aanraken.

Ook de hitsingle “Used To” weet het publiek te raken. Tijdens iedere klap doet het publiek enthousiast mee. Op sommige momenten lijken de fans en de band één te zijn. Heel knap als je dit voor elkaar krijgt! Maar Meany lijkt dit allemaal zonder problemen voor elkaar te krijgen. Zijn vreemde danspasjes, zijn torenhoge sprongen van zijn keyboard af of zelfs het rondzwaaien van een lamp boven zijn hoofd maken het één geheel. De grootse en aangename ambiance die frontman Meany helemaal alleen neerzet is bewonderenswaardig. Tijdens de ietwat rustigere nummers, bijvoorbeeld “Stall Out” en “Stratosphere“, luistert het publiek naar de songs, maar het lijkt nét niet helemaal te pakken. Mutemath speelt de songs zeker prima, heel goed zelfs, maar het publiek lijkt het deze dag niet goed te verteren.

De show die Mutemath neerzet is eigenlijk niet geschikt voor TivoliVredenburg. De show is zeker een AFAS Live formaat waardig, onder andere dankzij de lichtshow. Met een projector worden er op een groot achtergronddoek verschillend objecten en video’s getoond. Maar ook op de band zelf, die speciaal voor dit effect volledig wit gekleed zijn. Eén minpuntje is het feit dat Meany zijn mond soms te vroeg van zijn microfoon wegdraait, waardoor soms kleine delen van zijn zinnen wegvallen. Maar hoe je het ook bekijkt: de aanwezige fans hebben genoten van een puik optreden van Mutemath.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

ALAZKA – Phoenix

ALAZKA – Phoenix

Er zijn weinig bands die de wereld rondreizen, zonder een volledig album te hebben uitgebracht. Dit voorrecht kennen alleen een aantal grote bands.Een band die dit ook voor elkaar heeft gekregen, is het iets minder bekende ALAZKA. Althans, minder bekend is niet perse waar. De band bestaat namelijk al sinds 2012 en heeft getourd met onder andere Parkway Drive en The Ghost Inside. Toen nog onder de naam Burning Down Alaska. Nu komt ALAZKA met hun eerste album onder deze bandnaam: “Phoenix

De naamsverandering vond begin 2017 plaats en heeft ook te maken met de toevoeging van een zanger die cleane vocals kan inbrengen. Thematisch gezien spreekt de titel van het album boekdelen. Ook in de muziek is te horen dat de Duitse band zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Naast de rauwe zang is de toevoeging van clean vocals een goede beslissing geweest. Dit is vooral terug te horen in “The Witness”. Dit is een nummer waarin de zang precies goed op elkaar is afgestemd en de afwisseling erg prettig luistert.

Verder valt op dat “Phoenix” een behoorlijk oppervlakkig album is gebleven. Voor een eerste album is dit een behoorlijk goed schijfje, maar voor een band die al vijf jaar bestaat, mis je een kers op de taart. Een uitbarsting van de zang of een gitaarsolo. De nummers vloeien net te veel in elkaar over, waardoor de muziek op dit album te veel in een brei van geluid vervalt.

En dat is jammer, want mensen die de band live hebben gezien, weten dat hij zich ontzettend goed staande kan houden op een podium. Wellicht omschrijft het afsluitende nummer dit hele album perfect. “Fading Flame” is namelijk het gevoel dat je overhoudt aan dit album. Alsof je drie kwartier in vlammen hebt gestaard, verbaasd bent dat het is afgelopen, maar toch niet zeker weet of je wel iets hebt meegekregen. Ook dit nummer zit goed in elkaar en heeft het geluid van de band. Dat geluid dat je al een hele tijd hebt gehoord en dat je daarom niet meer weet of dit nu het laatste nummer of het vijfde nummer is.

ALAZKA heeft ontzettend veel potentie. Dat heeft hij live al vele malen bewezen. Toch weet de band op “Phoenix” niet te overtuigen. De nummers lijken teveel op elkaar en weten zich niet te onderscheiden in de gevestigde metalcore wereld.

Beoordeling: 6,5/10
Releasedatum: 1 september 2017
Label: Arising Empire

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More

Uriah Heep – Look At Yourself/Demons And Wizards/The Magician’s Birthday (reissues)

Sinds september 2016 zijn er al twee klassieke Uriah Heep-albums opnieuw uitgebracht als dubbel-cd’s. Na het debuut …very ‘eavy …very ‘umble (en tegelijkertijd verscheen er ook een soort best of-compilatie) en opvolger Salisbury zijn er nu maar liefst drie albums van de Britse (hard)rockband in één keer opnieuw uitgebracht.

Net zoals bij de vorige uitgaven staat er op de eerste disc het originele album in een geremasterde versie en op de tweede een flink aantal niet eerder uitgebrachte ‘alternatieve’ versies van de songs op de plaat, zoals ingekorte singleversies of juist langere versies en songs die uiteindelijk waren afgevallen na de opnames. In de drie cd-boekjes vertelt schrijver Joel McIver over het ontstaan van de albums, onder meer aan de hand van interviews met oud-Heep-toetsenist Ken Hensley en gitarist en enig overgebleven origineel bandlid Mick Box. Geïllustreerd met veel verschillende singlehoesjes en andere memorabilia, zoals foto’s.

Look At Yourself
Het derde album Look At Yourself kwam in 1971 uit, met de bekende lachspiegel-hoes, die in de nieuwe versie nog steeds goed werkt (kwestie van de voorkant iets bewegen). Het geremasterde album klinkt, evenals de andere twee, lekker fris. Dat Ken Hensley aan alle songs heeft meegeschreven is goed te horen, want zijn Hammondorgel en andere keyboards spelen in alle songs een grote rol, naast uiteraard het gitaarwerk van Mick Box en de zang van David Byron. Naast de titelsong ken je vast ook wel July Morning.

Op de ‘alternatieve’ cd zijn dus andere versies van de songs van het album te horen, waarbij ondergetekende zich soms afvroeg waarom indertijd juist voor een andere versie werd gekozen. Er staan ook een paar songs op die het album niet haalden, soms begrijpelijk, soms ook niet. Maar goed, in 1971 had men te maken met de beperkingen van de 33-toerenplaten, m.a.w. het zou misschien niet op twee plaatkanten gepast hebben. Helaas is er, net als bij Salisbury, ook nu een qua geluidskwaliteit, inferieure live-opname toegevoegd, van July Morning in dit geval. Voor een bootleg uit 1971 klinkt het wel goed hoor, maar in vergelijking met de andere songs was dit beter  weggelaten.

Demons And Wizards
Dit vierde Uriah Heep-studioalbum kwam in mei 1972 uit en werd een groot succes, mede door de singlehit Easy Livin’. Ook The Wizard werd op single uitgebracht en werd een bescheiden hit. Andere hoogtepunten op het album zijn Traveler In Time, Circle Of Hands, All My Life en The Spell. De veertien alternatieve versies van songs op de disc zijn ook zeer de moeite waard. Ook hier geldt dat sommige van deze versies net zo goed gekozen hadden kunnen worden om op het originele album gezet te worden, maar goed, indertijd is door producer Gerry Bron en de band anders beslist. Gelukkig staat er geen slecht klinkende live-opname op deze disc!

The Magician’s Birthday
1972 was een productief jaar voor de band, want de vijfde langspeler kwam in november van dat jaar uit. Evenals bij Demons And Wizards was het hoesontwerp ook van de hand van Roger Dean, waarbij het natuurlijk jammer is dat dit in de cd-versie maar 24×12 cm groot is, i.t.t. zo’n mooie klaphoes als waarin het origineel werd uitgebracht. Op The Magician’s Birthday staan naast de ruim tien minuten klokkende afsluitende titelsong ook bekende songs als Sunrise, Spider Woman en Sweet Lorraine. Ook aan deze geremasterde nieuwe versie mankeert helemaal niets! Hetzelfde geldt voor de vijftien alternatieve tracks, waarvan een aantal (zoals Silver White Man en Crystal Ball) zeker niet had misstaan op het originele album. Van beide genoemde songs staan er zelfs twee verschillende versies op, waaronder een instrumentale (“no vox”) van Silver White Man.

Conclusie: een zeer gerechtvaardigde herintroductie van het werk van Uriah Heep met David Byron als zanger. Ondanks dat deze drie albums al respectievelijk 46 en 45 jaar oud zijn, hoor je dat er niet aan af!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Read More