Rock Facts

35 jaar geleden: Van Halen brengt het album Diver Down uit

Na de commercieel en muzikaal succesvolle albums Van Halen (Runnin’ With The Devil), Van Halen II (Dance The Night Away), Women And Children First (Everybody Wants Some!!) en Fair Warning (So This Is Love?) was het moeilijk voor Van Halen om met een even zo goede, of nog betere, opvolger te komen. Diver Down, het vijfde studioalbum, verscheen in 1982 en ondanks het feit dat er geen hits op stonden, verbleef de plaat maar liefst 65 weken in de Amerikaanse charts.

Het album ging vier miljoen keer over de toonbank in Amerika. Toch is Diver Down is niet echt een populair Van Halen-album bij de fans en dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat vijf van de twaalf songs op het album covers zijn.

Diver Down leverde maar liefst vijf singles op, waarvan er drie covers zijn, namelijk Dancing In The Street (Marvin Gaye, William Stevenson en Ivy Jo Hunter), Pretty Woman (Roy Orbison) en Where Have All The Good Times Gone, dat natuurlijk oorspronkelijk van The Kinks is.

Diver Down bevat verder de drie korte instrumentale nummers Cathedral (1:20), Intruder (1:39) en Little Guitar Intro (0:42) en daarin spelen vooral de vaak onnavolgbare gitaarriffs, hooks en solo’s van Eddie Van Halen de hoofdrol. Helaas halen deze zeer korte gitaarstukken niet het niveau van een song als Eruption van het debuutalbum.

Van Halens zwakste album, volgens een aantal critici en fans, bevat dus slechts vier originele composities en dat zijn Hang ‘Em High, Secrets, Little Guitars en The Full Bug; deze nummers zijn allemaal gecomponeerd door alle vier de bandleden, dus David Lee Roth, Michael Anthony en de Van Halen broers Alex en Eddie. The Full Bug is waarschijnlijk nog wel de beste eigen compositie op Diver Down en dat nummer werd ook nog wel regelmatig live gespeeld, dit in tegenstelling tot de andere tracks, die niet of nauwelijks op de setlist terecht kwamen.

Diver Down is zeker geen slecht rockalbum, maar voor Van Halen-begrippen is het toch wel een beetje mager en ontbreekt de passie en het enthousiasme, dat trouwens op de opvolger 1984 wel weer aanwezig was. Denk maar aan fantastische nummers als Jump, Panama en Hot For Teacher.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

25 jaar geleden: The Freddie Mercury Tribute vindt plaats in Wembley Stadium

Op maandag 20 april 1992 was het Tweede Paasdag, of zoals de Britten het noemen Easter Monday of ‘boxing day’, met ongekend prachtig weer in deze tijd van het jaar in Londen: zonnig en ver boven de twintig graden. Perfect dus voor een grotendeels openluchtconcert in het oude Wembley Stadium, ter ere van de op 24 november 1991 aan aids overleden Queen-zanger Freddie Mercury.

Onder de titel The Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness werd dit evenement door Brian May en Roger Taylor tijdens de uitreiking van de jaarlijkse Brit Awards in februari 1992 aangekondigd. Het concert was in zeer korte tijd volledig uitverkocht (72.000 kaarten!), terwijl nog niet bekend was welke artiesten en bands zouden optreden en dat in een tijd dat er nog geen sprake was van internet!

Het concert werd wereldwijd rechtstreeks op radio en televisie uitgezonden en de opbrengst van de tickets en de uitzendrechten ging naar de kort daarvoor opgerichte Mercury Phoenix Trust, een stichting die het bewustzijn over de ziekte aids en hiv wil vergroten en geld inzamelen voor aidsonderzoek. Ondergetekende was aanwezig bij dit evenement (na cash-betaling van een duur persticket in het Londense Queen-kantoor in een achteraf driehoog achtergebouw) en bezocht de avond ervoor een concert van Rush in de naastgelegen Wembley Arena (als je er toch bent… en er zijn nog kaarten, dan laat je dit natuurlijk niet voorbij gaan).

Paasmaandag begon dus zonnig en warm en alle metro’s, bussen, trams en straten waren vol concertbezoekers. Zoals het in het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk is, stond overal iedereen keurig in de rij voor de ingangen van het stadion. Het concert bestond uit twee delen. Het eerste deel bestond uit korte optredens van vooral heavy bands die duidelijk beïnvloed waren door de muziek van Queen in de beginjaren, hardrock dus.

Eerste helft
De opener, na een korte introductie door de drie overgebleven Queen-muzikanten Brian May, Roger Taylor en (haast onverstaanbaar) John Deacon, was het Metallica dat met een korte set van drie inmiddels bekende songs (Enter Sandman, Sad But True en Nothing Else Matters) opende en daarmee ongetwijfeld veel tv-kijkers liet schrikken, zo heeft ondergetekende in de dagen erna van veel mensen gehoord (‘wat een pokkeherrie!’, was dan vaak de opmerking die ik te horen kreeg). Hierna was het de beurt aan Extreme, die een mooie Queen-medley speelde en hun grote hit More Than Words, waarna Def Leppard de hits Animal en Let’s Get Rocked speelde en daarna samen met Brian May op gitaar Now I’m Here.

Live Aid-organisator Bob Geldof mocht zijn Too Late God zingen (géén hardrocksong), waarna de mannen van Spinal Tap hun The Majesty Of Rock (kan natuurlijk maar over één band gaan) speelden en tenslotte was het de beurt aan Guns N’ Roses met Paradise City en hun cover van Dylans Knocking On Heaven’s Door. De clip van deze uitvoering werd nadien heel veel vertoond, toen deze live-versie op single uitkwam en een grote wereldhit werd. Hierna volgde een toespraak van actrice Elisabeth Taylor en werden er op de grote videoschermen veel beelden van Freddie Mercury vertoond.

Tweede helft
Na de korte pauze begon het tweede gedeelte, waarin alle gastzangers en –muzikanten werden begeleid door de overgebleven Queen-muzikanten, aangevuld met extra muzikanten (o.m. vaste begeleider Spike Edney, Josh Macrae en Mike Moran) en een achtergrondkoor (o.m. Chris Thompson, bekend van Manfred Mann’s Earth Band). Tussen de optredens werd het podium door de hardwerkende roadies omgebouwd voor de volgende act, terwijl het publiek naar videobeelden kon kijken, uiteraard steeds met Mercury in de hoofdrol. De opzet was dat er Queen-songs werden gespeeld en gezongen door verschillende vocalisten die in 1992 in Engeland heel bekend waren, maar van sommige zal de naam anno 2017 niet veel of zelfs niets zeggen.

Het hoofdprogramma begon ook lekker stevig met Tie Your Mother Down, gezongen door Joe Elliott van Def Leppard en als extra gitarist Slash van Guns N’ Roses. De tweede vocalist kent vast iedereen: Roger Daltrey van The Who, die Black Sabbath-gitarist Tony Iommi bij zich had. Deze speelde eerst een stukje van Heaven And Hell en daarna het intro van Pinball Wizard, gevolgd door I Want It All. De derde act was de Italiaanse zanger Zucchero, die de ballad Las Palabras De Amor zong. Hierna werd het weer heavy (Queen is immers als hardrockband begonnen), met eerst Gary Cherone van Extreme met Hammer To Fall en daarna Metallica’s James Hetfield met Stone Cold Crazy. Beide werden op gitaar bijgestaan door Iommi. Een andere hardrocklegende kwam hierna, Led Zeppelins Robert Plant, die Innuendo zong met stukjes uit Led Zep-songs Kashmir en Thank You en daarna Crazy Little Thing Called Love.

Dan was het de beurt aan Brian May en vaste Queen-toetsenist Spike Edney, die de enige nieuwe song speelden: het ontroerende Too Much Love Will Kill You, dat een lang applaus opleverde. Paul Young deed hierna Radio Ga Ga, waarbij het hele stadion synchroon meeklapte. Who Wants To Live Forever werd vervolgens gezongen door Seal, die werd gevolgd door Lisa Stansfield die I Want To Break Free zong. David Bowie was de volgende ster die het podium betrad, samen met Annie Lennox (Eurythmics) zong hij het duet Under Pressure, waarbij Queens Roger Taylor als derde stem fungeerde. Bowie bleef staan en werd vergezeld door Ian Hunter en Mick Ronson èn Joe Elliott en Phil Collen van Def Leppard. Gezamenlijk werd All The Young Dudes gespeeld, de song die Bowie ooit schreef voor Mott The Hoople. Samen met Ronson zong Bowie zijn eigen Heroes, waarna hij midden op het podium knielde en daar het Onze Vader (The Lord’s Prayer) bad.

De volgende sterzanger was George Michael, die begon met de song ’39, wat altijd een meezinger bij Queen-concerten was tijdens het akoestische intermezzo. Samen met Lisa Stansfield zong hij de volgende song van het Innuendo-album, het ontroerende These Are The Days Of Our Lives. Zijn optreden besloot hij met een gospelachtige uitvoering van Somebody To Love. Natuurlijk kon Bohemian Rhapsody niet ontbreken en hiervoor was Elton John aangetrokken, die vanaf het heavy gedeelte werd vergezeld door Axl Rose. De lichtshow was identiek aan die tijdens de afgelopen Queen-tournees te zien was. Op de schermen zag en hoorde je Freddie tijdens het ‘operagedeelte’, zoals dat de afgelopen jaren ook het geval was/is bij de concerten van Queen+ Paul Rodgers en Adam Lambert.

Elton John zong hierna The Show Must Go On, begeleid door Tony Iommi op gitaar. Axl Rose deed hierna We Will Rock You. Zoals gebruikelijk werd dit gevolgd door We Are The Champions. Hiervoor was musicaldiva Liza Minelli (een van Mercury’s favoriete artiesten) vanuit Amerika naar Wembley gekomen. Samen met de meeste, zo niet alle, optredende artiesten werd de song wat uitgerekt en luidkeels meegezongen door het publiek. Als je goed keek zag je ook wat artiesten op het podium staan die niet hadden meegedaan. Hierbij doel ik op Klaus Meine en Rudolf Schenker van de Duitse Scorpions, die het vaak voor elkaar kregen om bij dit soort evenementen niet mee te doen en dan toch weer steeds in beeld te komen. Uiteraard was de laatste muziek die te horen was, de Queen-versie van het Britse volkslied God Save The Queen. Hiermee was dit evenement ten einde. Ondanks dat er ruim 72.000 mensen aanwezig waren, duurde het niet erg lang voordat het stadion leeg was en de bussen en metro’s vol. Voor degene die erbij was blijven de herinneringen aan een bijzondere gebeurtenis.

Van het door de BBC vastgelegde concert werd een VHS-videoband uitgebracht. Jaren later kwam er een dvd uit, met alleen het tweede gedeelte plus wat documentairemateriaal. In 2013 kwam er een blu-ray versie uit, op twee discs. Daarop het eerste èn het tweede deel plus documentaires, repetitie-opnames en een fotogalerij.


De tien meest memorabele optredens van de tweede helft, dus met Queen (Brian, John en Roger plus extra muzikanten als Spike Edney) als begeleiders:

10. Queen+ Robert Plant – Innuendo

Zelf was Robert Plant niet tevreden over zijn optreden, waardoor deze niet op de officiële videoband, dvd en (later) blu-ray disc gezet mocht worden. Maar ja, het is wel rechtstreeks op televisie geweest en dus door veel muziekliefhebbers opgenomen en dus gelukkig veelvuldig op YouTube te vinden. Het is de enige keer dat Queen deze prachtige titelsong van het laatste album met Freddie Mercury live uitvoerde. Sindsdien is dit niet gebeurd, dus ook niet met Paul Rodgers en Adam Lambert als leadzangers, maar wie weet verrast de band ons in november door het nu wèl te doen. Als je de versie van The Dutch Queen Tribute hebt gehoord, dan weet je dat dit een geweldig nummer is om live te horen. Want eerlijk is eerlijk, Innuendo behoort tot de allerbeste songs die Queen ooit op plaat zette!

9. Queen+ James Hetfield – Stone Cold Crazy

Metallica coverde deze song van het derde Queen-album Sheer Heart Attack al vaker, nu met Black Sabbath’s Tony Iommi op gitaar.

8. Queen+ Roger Daltrey – I Want It All

De leadzanger van The Who zingt deze Queen-klassieker van het album The Miracle, ook begeleid door Tony Iommi.

7. Brian May – Too Much Love Will Kill You

Ontroerend moment voor de Queen-fans toen Brian deze song voor het eerst zong en speelde. Je kon haast een speld horen vallen in het immense stadion. Iedereen dacht dat de song over Freddie ging, pas later werd bekend dat de huwelijksproblemen van Brian het onderwerp zijn. May bracht de song in een studioversie op single uit en op zijn soloalbum Back To The Light. Freddie heeft de song ook gezongen en deze versie staat op het album Made In Heaven.

6. Queen+ Gary Cherone – Hammer To Fall

Extreme-zanger Gary Cherone mocht samen met Queen èn Tony Iommi deze populaire rocksong van het album The Works zingen. Gary was hier overduidelijk heel enthousiast over.

5. Queen+ David Bowie & Annie Lennox – Under Pressure

De enige single van Queen met een gastzanger was Under Pressure. Het duet van Freddie en David Bowie werd een grote hit en de verrassende keuze om Bowie aan Annie Lennox te koppelen bleek een terechte.

4. Queen+ Lisa Stansfield – I Want To Break Free

Tegenwoordig kent men haar nog amper, maar Lisa Stansfield sloeg zich met verve door deze grote Queen-hit heen.

3. Queen+ Ian Hunter & David Bowie –  All The Young Dudes

De enige niet-Queen song in deze lijst is deze door Bowie voor Mott The Hoople geschreven song. Queen toerde in de beginjaren als voorprogramma met Mott The Hoople en zingt erover in Now I’m Here. Zanger Ian Hunter en schrijver David Bowie worden vergezeld door gitarist Mick Ronson (ex- Spiders From Mars en oud-partner van Hunter in The Hunter-Ronson Band) en door Joe Elliott en Phil Collen van Def Leppard.

2. Queen+ Elton John & Axl Rose – Bohemian Rhapsody

Velen denken dat dit de afsluiter van het concert was, maar dat is niet zo. Dat was, zoals bij alle Queen-concerten sinds de jaren tachtig We Are The Champions (die nu werd uitgevoerd door o.m. Liza Minelli, Elton John en Axl Rose). Elton en Axl hadden volgens diverse bronnen niet gerepeteerd om deze Queen-klassieker te zingen (ze schenen elkaar niet zo te liggen), maar desondanks was het een spectaculaire uitvoering, waarbij ze aan het eind zelfs hand in hand stonden te zingen!

1. Queen+ George Michael – Somebody To Love

Voor velen het onbetwiste hoogtepunt van de dag, deze gospelachtige uitvoering van deze klassieker die ooit op het album A Day At The Races verscheen. Deze versie van Queen+ George Michael en The London Community Gospel Choir werd kort na het concert op single uitgebracht en werd een grote wereldhit. Vandaar de terechte nummer één!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Styx brengt nieuw conceptalbum The Mission uit in juni

Voor het eerst in veertien jaar brengen de arenarockers van Styx een album met nieuw materiaal uit. The Mission verschijnt op 16 juni en het nummer Gone Gone Gone kun je hieronder alvast beluisteren.

The Mission is het eerste Styx-album met volledig nieuw materiaal sinds Cyclorama uit 2003. Twee jaar later verscheen nog wel Big Bang Theory, waarop de band songs van onder anderen Jimi Hendrix, Jethro Tull, The Who en Crosby, Stills, Nash & Young coverde. De mannen pakten het voor het komende werkstuk ambitieus aan: The Mission is een conceptalbum met een sciencefictionverhaal dat zich afspeelt in het jaar 2033, over de bandleden van Styx die een ruimtevoertuig met de naam Khedive bemannen en op weg zijn naar Mars.

Zanger/gitarist Tommy Shaw is blij met het resultaat: “Ik kon niet trotser zijn. Het is ons meest gedurfde en emblematische album sinds Pieces Of Eight uit 1978.” Styx bestaat anno 2017 verder uit gitarist/zanger James Young, toetsenist/zanger Lawrence Gowan, drummer Todd Sucherman en bassisten Ricky Phillips en Chuck Panozzo. De komende maanden toeren de Amerikanen met REO Speedwagon en ex-Eagle Don Felder. Optredens in Nederland zijn (nog) niet aangekondigd.

Het nummer Gone Gone Gone kun je hieronder alvast beluisteren. Bekijk ook onze lijst met de tien beste songs van Styx.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

35 jaar geleden: Paul McCartney brengt Tug Of War uit

Samen met Flowers In The Dirt is het album Tug of War verreweg het beste wat Paul McCartney in de jaren ’80 heeft uitgebracht. Vandaag is het 35 jaar geleden dat de derde soloplaat van McCartney zonder Wings verscheen. Oorspronkelijk was het nog als een Wings-album bedoeld toen de opnames begonnen in het najaar van 1980. Zo speelde Wings-gitarist Denny Laine nog mee op enkele nummers, maar hij stapt in april 1981 op en dat betekende het einde van Wings.

Voor het album vroeg McCartney niemand minder dan ‘vijfde Beatle’ George Martin als producer. De sessies begonnen met de opnames van een nummer dat pas in 1984 werd uitgebracht als titelsong voor de animatiefilm Rupert And The Frog Song: We All Stand Together. De opnames voor het album waren in volle gang toen op 8 december zijn Beatles-collega John Lennon in New York werd vermoord. Op de dag dat zijn overlijden bekend werd, 9 december, namen McCartney en Martin nog het nummer Rainclouds op (dat als b-kantje van de single Ebony & Ivory verscheen), maar ze besloten uiteindelijk om even een adempauze te nemen vanwege de moord op Lennon. Pas twee maanden later, in februari 1981, werden de opnames voor het album weer hervat. Het overlijden van Lennon had een duidelijke invloed op het album. Als eerbetoon aan zijn vroegere schrijverspartner schreef McCartney het indrukwekkende Here Today.

Voor de sessies nodigde McCartney een keur aan artiesten uit. Hij nam twee nummers op met Stevie Wonder, waarvan Ebony & Ivory een wereldwijde hit werd. Jaren later wordt die song echter gezien als één van de minste nummers van beide artiesten. Het andere nummer met Wonder is geslaagder: het funky What’s That You’re Doing. Een ander duet op het album is het rockabillylied Get It met zijn oude rock & roll-held Carl Perkins.

Het album toont vooral de veelzijdigheid aan van de artiest Paul McCartney. Het bevat typische akoestische McCartney-ballads als het eerder genoemde Here Today, Somebody Who Cares en The Pound Is Sinking. Maar er zijn ook poppy tracks als Take It Away en Ballroom Dancing, en een nummer dat in de jaren ’80 door Harry Vermeegen en Henk Spaan werd gebruikt voor het tv-programma Pisa: Dress Me Up As A Robber. En met Wanderlust bevat het album één van de meest ondergewaardeerde pareltjes van McCartney.

Het album was zeer succesvol en haalde zowel in Groot-Brittannië als Nederland de hoogste positie in de albumlijsten. Afgezien van het mierzoete Ebony & Ivory klinkt het album 35 jaar later nog altijd sterk en fris. Twee jaar geleden verscheen het album opnieuw geremasterd in een deluxe editie met extra’s als demo’s en outtakes.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

45 jaar geleden: Wishbone Ash brengt het album Argus uit

Op 28 april 1972 wordt het album Argus van de Britse rockband Wishbone Ash uitgebracht op het Decca-label in Europa en MCA in de Verenigde Staten. Het is de derde langspeelplaat van de groep en betekende de grote doorbraak. Aan het eind van 1972 werd de plaat door het muziekblad Sounds in het Verenigd Koninkrijk uitgeroepen tot Album Of The Year. Argus werd uitgebracht op vinyl (zowel in een gewone hoes als met klaphoes), muziekcassette en 8-track cassette.

De opnames werden in de maand januari van 1972 gemaakt in de De Lane Lea Studios in Londen, met Derek Lawrence als producer, die dat ook bij de eerste twee albums Wishbone Ash (1970) en Pilgrimage (1971) was. Wishbone Ash bestond in 1972 uit de volgende leden: Martin (Mart) Turner (zang, basgitaar), Andy Powell (elektrische en akoestische gitaren, zang), Ted Turner (gitaren, zang) en Steve Upton (drums, percussie). Op Argus doet ook organist John Tout mee. Voor de duidelijkheid: de beide Turners zijn geen familie van elkaar. De opnametechnicus was Martin Birch, die datzelfde werk ook al deed bij bands als Deep Purple, Black Sabbath en Iron Maiden.

Het album
De titel Argus verwijst naar het gelijknamige mythologische wezen dat met zijn honderd ogen alles in de gaten houdt. Je zou het album gerust een conceptalbum kunnen noemen, zowel voor wat betreft de teksten als de muziek, waarbij meerdere songs in elkaar overlopen, dus zonder pauzes. De bijzondere sound van Wishbone Ash, met wat we maar ‘dubbelloops gitaarwerk’ noemen, inspireerde veel andere bands, zoals Thin Lizzy en Iron Maiden.

Argus telt in totaal zeven songs, in lengte variërend tussen 3:55 en 9:42, de totale speelduur van het originele album is 44:48. Voor de muziek gaan de credits naar de vier bandleden; de meeste teksten zijn geschreven door Mart Turner, behalve opener Time Was (de langste song van het album), geschreven door Ted en Martin Turner en Leaf And Stream door Steve Upton. Kant A opent dus met Time Was, gezongen door Ted en Mart, gevolgd door Sometime World, gezongen door Mart en Andy, Blowin’ Free wordt gezongen door Mart, Andy en Ted. Kant B opent met de voor velen beste Wishbone Ash-song, The King Will Come, gezongen door Mart en Andy, gevolgd door Leaf And Stream, gezongen door Mart. Hierna Warrior, gezongen door Mart en Andy en afsluiter Throw Down The Sword, ook door Mart en Andy gezongen.

In 1991 kwam Argus voor het eerst op cd uit, zonder bonustracks. Op de cd-versie uit 2002 staan drie bonustracks, allemaal afkomstig van de promotie-EP Live From Memphis: Jail Bait (gezongen door Mart), The Pilgrim (gezongen door Mart en Andy) en Phoenix (gezongen door Mart). In 2007 kwam er een Deluxe editie uit op dubbel-cd, met op disc 1 de 2002-versie en op disc 2 acht live voor de BBC opgenomen songs. Argus is het bestverkochte en populairste album van de band die in naam nog wel bestaat, maar in feite in tweeën is gesplitst: Andy Powell’s Wishbone Ash (hij mag de naam na een juridisch gevecht als enige gebruiken) en Martin Turner (Plays Wishbone Ash); beide bands treden nog steeds regelmatig op, ook in Nederland.

In 2008 bracht Martin Turner’s Wishbone Ash een nieuwe studio-opname van Argus uit. Andy Powell’s Wishbone Ash bracht een live-album uit onder de titel Argus ‘Then Again’ Live. Martin Turner’s Wishbone Ash speelde het complete album voor het eerst in februari 2008 tijdens een concert, dit was voor het eerst dat dit door welke samenstelling van de band ook gebeurde. Hierna deed hij hetzelfde tijdens de daaropvolgende lange tournee, zoals begin dit jaar ook in ons land. Andy Powells band kon nu niet achterblijven en speelde Argus volledig tijdens diverse concerten.

Argus bereikte de derde plaats op de Britse albumlijst in 1972, kwam op die positie zelfs binnen en stond uiteindelijk twintig weken in de lijst. In ons land werd de albumlijst niet behaald. Na de release van het album werd Wishbone Ash een van de meest gevraagde live-bands. Het volgende album kwam in mei 1973 uit en was Wishbone Four getiteld.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

20 jaar geleden: Paul McCartney brengt het album Flaming Pie uit

Na een minder creatieve periode in de jaren tachtig vond Paul McCartney zichzelf in 1989 weer terug met het album Flowers In The Dirt. Vervolgens verscheen het eveneens aardige Off The Ground (1993), maar in 1997 leverde hij uiteindelijk zijn beste plaat in jaren af: Flaming Pie.

Het album werd geproduceerd door niemand minder dan Jeff Lynne. Hij had in de jaren daarvoor ook de ‘nieuwe’ Beatles-singles Free As A Bird en Real Love geproduceerd en daaruit ontstond deze samenwerking. Het hele Beatles Anthology-project gaf McCartney weer nieuwe energie en inspiratie voor een nieuwe plaat. Flaming Pie heeft dan ook een aantal Beatles-referenties. De titel is bijvoorbeeld gebaseerd op het verhaal hoe John Lennon ooit op de bandnaam kwam. Hij droomde over een man op een brandende taart die zei: ‘Jullie zijn The Beatles met een A’. De openingstrack Song We Were Singing gaat ook over de tijden dat Lennon en McCartney samen songs schreven. Daarnaast is een andere Beatle, Ringo Starr, te horen in twee nummers: het samen geschreven Really Love You en Beautiful Night. Beatles-producer George Martin schreef voor die track het orkestrale arrangement. Ook de in 1994 overleden ex-vrouw van Ringo, Maureen Starkey Tigrett, kreeg een eerbetoon op het album met de emotionele ballad Little Willow.

Het zijn niet de enige bekende namen die voorbijkomen in het proces van het album. Zo is de rocksong Used To Be Bad een duet met Steve Miller. En in het soulvolle Heaven On A Sunday is voor het eerst McCartney’s zoon James te horen met een gitaarsolo. Zijn vrouw Linda verleende ook haar medewerking aan de plaat. Naast achtergrondzang in een aantal nummers verzorgde zij ook het artwork van het album. Het was het laatste album waar zij aan zou meewerken. Ze overleed bijna een jaar later aan de gevolgen van borstkanker.

McCartney werkte aan het album in de jaren 1995 en 1996, maar een aantal nummers was al afkomstig van voor die periode. Zo waren de akoestische nummers Calico Skies en Great Day al in 1992 opgenomen. Beautiful Night had hij al geschreven in 1986 en toen zelfs al opgenomen. Deze versie verscheen uiteindelijk op de cd-single van het nummer in de zogeheten ‘Oobu Joobu’-track. Oobu Joobu was een radioreeks in 1995 waarin McCartney veel onuitgebracht materiaal liet horen. Delen uit deze shows werden uitgebracht als b-kantjes op de cd-singles van Flaming Pie.

Flaming Pie was McCartney’s succesvolste album in jaren en het leverde hem ook zijn beste recensies in lange tijd op. Twintig jaar na dato klinkt het nog steeds fris en is het één van zijn meest pure en persoonlijke platen. De kwaliteit van het album heeft hij in de twintig jaar daarna vast weten te houden. Want bijna alle langspelers die hij hierna uitbracht waren sterk. Waar in de jaren ’80 zijn werk vaak met de grond gelijk werd gemaakt, sloeg hij in 1997 sterk terug en bewees hij met Flaming Pie dat hij er nog altijd toe deed.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

45 jaar geleden: Exile On Main St. van The Rolling Stones verschijnt

Op 7 mei 1972 werd het dubbelalbum Exile On Main St. van The Rolling Stones in de Verenigde Staten uitgebracht op het eigen Rolling Stones Records-label. Vijf dagen later, op 12 mei, waren Europa en de rest van de wereld aan de beurt. Exile, zoals we de plaat verder noemen, is het tiende studioalbum van de band in Groot Brittannië.

De vijf Rolling Stones-leden woonden in deze periode vanwege belastingtechnische redenen allemaal in Frankrijk, omdat de toen in het Verenigd Koninkrijk heersende Labour-regering van Harold Wilson de belastingtarieven voor grootverdieners flink had verhoogd, namelijk naar 93 procent (!); de mannen zouden daarom bijna niets overhouden van hun zuurverdiende geld als ze in het VK zouden blijven wonen en bovendien was er een grote kans dat dan beslag gelegd zou worden op hun onroerend goed. De enige die daar geen last van had was Mick Taylor, omdat hij nog niet zo lang lid van de band was en dus ook nog niet zoveel had verdiend als de rest (met Mick & Keith uiteraard als de grootverdieners, omdat zij vrijwel alle songs hadden geschreven).

Mick Jagger en zijn nieuwe bruid Bianca verhuisden naar Parijs; Bill Wyman, Mick Taylor en Charlie Watts verhuisden naar Zuid-Frankrijk. Keith Richards huurde sinds 1970 een villa, Nellcôte genaamd, in het plaatsje Villefranche-sur-Mer, in de buurt van Nice. Besloten werd om hier, in de kelder (met meerdere ruimten) van de villa, de opnames van de nieuw geschreven songs voor het nieuwe album te maken, met behulp van de eigen mobiele studio van de Stones, The Rolling Stones Mobile, die naast het huis werd geparkeerd.

De opnames 
Vanwege Richards’ steeds erger wordende heroïneverslaving was hij vaak niet of veel te laat aanwezig. Soms sliep hij gewoon meer dan een dag lang en als hij dan wakker werd hoorde hij dat er door een of meer van de anderen in de studio gewerkt werd of dat het stil was. Toen Keith zijn zelf te zingen song Happy wilde opnemen, waren alleen saxofonist Bobby Keys en producer Jimmy Miller aanwezig. Miller (een uitstekend drummer) speelde de drums en Keys op zijn baritonsax. Bill Wyman vond de vanwege de zomerse temperaturen vaak erg vochtige kelderstudio helemaal niets, hij werd op de originele hoes vermeld bij acht songs, maar beweerde zelf in een interview dat hij op meer songs heeft gespeeld. Op de speciale dubbel-cd-versie uit 2010 staat zijn naam overigens bij alle songs vermeld.

Jimmy Miller werd dus opnieuw als producer aangetrokken, wat hij al sinds Their Satanic Majesties Request (1967) deed. Veel van de opnames werden in villa Nellcôte gemaakt, maar tussen 1969 en 1971 ook in de Olympic Studios in Londen en Jaggers toenmalige landhuis Stargroves in Engeland tijdens de sessies voor Sticky Fingers. In de documentaire Stones In Exile (2010) gaan Mick en Charlie Watts terug naar beide locaties, waarbij Jagger veel herinneringen heeft die Watts niet heeft; wel zijn ze er zeker van dat in deze studioruimten van veel songs de basis werd gelegd. Ook werden opnames gemaakt in Sunset Sound Recorders in Los Angeles, hierbij gaat het vooral om overdubs (piano, toetsen, gitaren), achtergrondzang en verschillende leadzangpartijen. De opnamesessies begonnen in oktober 1970 en gingen verder tussen juni 1971 en maart 1972. De opnametechnici waren Andy Johns, Glyn Johns, Jeremy Gee en Joe Zaganno.

Er werden veel meer songs opgenomen dan op het uiteindelijke album terechtkwamen. Keith Richards werkt graag zo: neem twintig versies van een song op, en later doe je hetzelfde en daarna wordt dan bepaald welke take het beste is, die wordt dan verder uitgewerkt. Zowel Keith als Mick bemoeiden zich afzonderlijk met de mix en daarna vochten ze onder elkaar uit welke mix ze het beste vonden, wat niet altijd gemakkelijk ging. In de eerder genoemde documentaire zei Keith het als volgt: “Mick is Rock en ik ben Roll!”.

In totaal bivakkeerden de Stones ongeveer negen maanden op en af in villa Nellcôte. Omdat dit grote huis veel kamers verspreid over meerdere verdiepingen had, konden naast Keith, zijn vriendin Anita Pallenberg en hun zoon Marlon, ook de andere muzikanten met aanhang plus de technici en andere bezoekers zonder problemen verblijven. Door het grootschalige drugsgebruik en de vele voorhanden zijnde drank en etenswaren had de villa een grote aantrekkingskracht op ‘vrienden’. Op een gegeven moment zaten alle aanwezigen gezamenlijk tv te kijken, terwijl niemand merkte dat er toen acht gitaren plus een saxofoon werden gestolen! Zoals gemeld woonden de andere Stones-leden elders, zodat zij niet altijd aanwezig konden zijn. Zo moest Charlie Watts minstens zeven uur rijden om van zijn huis naar Nellcôte te komen. Hij bleef dan ook altijd minstens een paar dagen. Mick Jagger was het vaakst niet aanwezig, dit vooral vanwege de zwangerschap van Bianca.

Studiomuzikanten
Aan de totstandkoming van Exile werkten tal van studiomusici mee, de meeste in L.A.: Nicky Hopkins – piano, Bobby Keys – saxofoon, percussie op Happy, Jim Price – trompet, trombone, orgel op Torn And Frayed, Ian Stewart – piano op Shake Your Hips, Sweet Virginia en Stop Breaking Down, Jimmy Miller – drums op Tumbling Dice (het outro), Happy en Shine a Light, percussie op Sweet Black Angel, Loving Cup, I Just Want To See His Face en All Down The Line, Bill Plummer – contrabas op  Rip This Joint, Turd op the Run, I Just Want To See His Face en All Down The Line, Billy Preston – piano en orgel op Shine A Light, Al Perkins – pedal steel gitaar op Torn And Frayed, Richard Washington – marimba op Sweet Black Angel, Clydie King en Venetta Fields – backing vocals op Tumbling Dice, I Just Want To See His Face, Let It Loose en Shine A Light, Joe Green – backing vocals op Let It Loose en Shine A Light, Gram Parsons – backing vocals op Sweet Virginia, Chris Shepard – tamboerijn op Turd On the Run, Jerry Kirkland – backing vocals op I Just Want To See His Face en Shine A Light, Mac Rebennack (a.k.a. Dr. John), Shirley Goodman en Tami Lynn – backing vocals op Let It Loose, Kathi McDopald – backing vocals op All Down The Line.

Dubbelalbum
Omdat er zoveel nieuw materiaal was geschreven en opgenomen, werd besloten om de uiteindelijk achttien geselecteerde songs op een dubbelalbum te zetten. Vijftien songs werden geschreven door Mick en Keith, eentje (Ventilator Blues) door hen met Mick Taylor en de andere twee zijn covers: Shake Your Hips (geschreven door James Moore, beter bekend als Slim Harpo) en Stop Breaking Down (van blueslegende Robert Johnson).

Voorafgaand aan de albumrelease was in april 1972 de single Tumbling Dice uitgebracht, dat al snel een grote top 10-hit werd aan beide kanten van de oceaan. Het album bevat meerdere muziekstijlen, naast typische Stones-bluesrock ook heavy rock, blues, country en zelfs gospelinvloeden.

Kant A opent met Rocks Off, gevolgd door Rip This Joint, Shake Your Hips, Casino Boogie en Tumbling Dice. Kant B: Sweet Virginia, Torn And Frayed, Sweet Black Angel en Loving Cup. Kant C: Happy, Turd On The Run, Ventilator Blues, I Just Want To See His Face en Let It Loose. Kant D tenslotte: All Down The Line, Stop Breaking Down, Shine A Light en afsluiter Soul Survivor. De totale speelduur is 67:07, wat betekende dat de cd-versie gemakkelijk op één disc past.

Voor het hoesontwerp bezochten de Stones diverse boekwinkels in L.A. om naar geschikt fotomateriaal voor de hoes te zoeken. Mick Jagger wilde dat de hoes duidelijk maakte dat de bandleden als het ware op de vlucht waren, die de blues als middel gebruikten tegen de wereld. Naast foto’s uit fotoboeken (vooral uit de jaren vijftig) werd fotograaf Robert Frank benaderd om de bandleden te fotograferen. Bijzonder is dat hij dit deed met een super-8 filmcamera! Voor het totale hoesontwerp zijn John Van Hamersveld en zijn fotograferende partner Norman Seeff verantwoordelijk.

Exile werd niet alleen op vinyl uitgebracht (de eerste persing inclusief twaalf geperforeerde ansichtkaarten, waarop de bandleden in verschillende poses staan afgebeeld), maar ook op dubbele muziekcassette, dubbele 8-track cassette en dubbele ‘reel to reel’ tapes, zowel in stereo als in mono. In 1986 kwam het album voor het eerst op cd uit, in 1994 gevolgd door een geremasterde versie. Omdat de distributiedeals van Rolling Stones Records na verloop van tijd steeds weer door een andere ‘major’ maatschappij werden overgenomen, kwamen met name de cd-versies uit op labels als CBS/Sony, Virgin, Polydor en Universal. In 2010 kwam er een dubbel-cd-versie uit, met op de tweede disc tien outtakes (zoals Title 5) en niet eerder verschenen versies van songs van Exile, allemaal geschreven door de Glimmer Twins. Ook verscheen een uitgebreide dvd/blu-ray met daarop de eerder genoemde documentaire Stones In Exile.

Ontvangst
De muziekpers was in 1972 niet onverdeeld positief over Exile. Verscheidene recensenten vonden dat de band zich beter tot een enkel album had kunnen beperken en ook werd vaak geschreven dat er teveel muziekstijlen aan bod komen op de plaat. Wellicht door het grote verkoopsucces en de populariteit onder zowel de gewone muziekliefhebbers als de Stones-fans werd het album steeds vaker geroemd en eind zeventiger jaren werd het vrij algemeen beschouwd als het beste album van de band. Een mening die nog steeds veelvuldig wordt verkondigd; Exile staat dan ook niet voor niets hoog in de diverse lijsten van beste albums, zoals nummer zeven in de top 500 van beste albums volgens het blad Rolling Stone.

Exile On Main St. bereikte in veel landen de nummer één positie op de albumlijsten: Groot Brittannië, Verenigde Staten, Canada, Noorwegen, Spanje en Nederland. Nummer twee o.m. in West-Duitsland, Zweden en Australië. De 2010 2cd-versie behaalde nummer één in het VK, Zweden, Schotland en Noorwegen, terwijl nummer twee de hoogste positie was in de VS, Nederland, Frankrijk, Griekenland en Spanje. In het VK, de VS en Australië kreeg de band een platinaonderscheiding voor het album. Goud was er in Italië en Nieuw-Zeeland. Wereldwijd zijn er ruim acht miljoen exemplaren van Exile verkocht. Na de release ging de band uitgebreid toeren door de VS en Canada, waar ze al drie jaar niet geweest waren.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

25 jaar geleden: Iron Maiden brengt Fear Of The Dark uit

Op 11 mei 1992 werd Fear Of The Dark van de Britse heavy metalband Iron Maiden uitgebracht op het EMI-label (wereldwijd) en op Epic in de Verenigde Staten. Het is het negende studioalbum van de band en het laatste met zanger Bruce Dickinson voordat deze met een niet al te succesvolle solocarrière verder ging en mede daarom in 1999 weer terugkeerde. Het was de opvolger van No Prayer For The Dying (1990) en het eerste Iron Maiden-album dat door bassist, bandleider en oprichter Steve Harris werd geproduceerd, overigens samen met Martin Birch.

De opnames werden tussen 1991 en april 1992 gemaakt in de Barnyard Studios, Essex, Engeland, wat een nieuw gebouwde studio was op het terrein van Steve Harris’ huis. De voorloper werd ook opgenomen op dat terrein, maar dan in een schuur bij Steve’s huis en met behulp van The Rolling Stones Mobile-studio. Achteraf waren de bandleden niet zo tevreden over de kwaliteit van de opnames, waarna Steve besloot een ‘echte’ studio te bouwen.

De ruimte bleek echter te klein te zijn, waardoor ook deze opnames dreigden te mislukken; gelukkig werd Martin Birch ingeschakeld en hij kon ervoor zorgen dat de opnamekwaliteit beter werd, al was die volgens de bandleden achteraf gezien toch niet zo goed als de standaard kwaliteit die ze gewend waren. Het was overigens het laatste album waaraan Birch meewerkte, want hierna ging hij rentenieren.

Ten tijde van Fear Of The Dark bestond Iron Maiden uit de volgende muzikanten: Bruce Dickinson op zang, Dave Murray op gitaar, Janick Gers op gitaar, Steve Harris op basgitaar en Nicko McBrain op drums. Aan de opnames werkte ook toetsenist Michael Kenney mee. Steve Harris was naast co-producer ook verantwoordelijk voor de mix.

Het album
Fear Of The Dark bevat twaalf songs, waarvan er zeven door Steve Harris (mede) zijn geschreven, drie door Bruce Dickinson en Janick Gers en twee door Dickinson en Dave Murray. De tracks: opener Be Quick Or Be Dead, gevolgd door From Here to Eternity, Afraid To Shoot Strangers, Fear Is The Key, Childhood’s End, Wasting Love, The Fugitive, Chains Of Misery, The Apparition, Judas Be My Guide, Weekend Warrior en afsluiter Fear Of The Dark. De totale speelduur is 58:31. Het album werd zowel op cd als op dubbel-lp (met klaphoes) uitgebracht en op muziekcassette. De hoes werd ontworpen door Melvyn Grant en voor het eerst niet door vaste ontwerper Derek Riggs. Iron Maidens mascotte Eddie is hierop te zien terwijl hij naar de maan gluurt.

Het album werd door de Iron Maiden-fans niet best ontvangen; vooral vanwege de ietwat verschillende stijl en het kwaliteitsverschil tussen de songs werd het zeker niet een van de populairste studioplaten onder de fans. De plaat bevat zowel gevarieerde epische nummers (zoals Childhood’s End, Afraid To Shoot Strangers en de ruim zeven minuten durende afsluitende titelsong Fear Of The Dark), die veel overeenkomsten hadden met de topsongs van de band uit de jaren ’80, als snelle heavy metalsongs als Be Quick Or Be Dead. De rest van het album bestaat uit vrij simpele hardrocknummers (From Here To Eternity, Weekend Warrior, Chains Of Misery). Overigens werd de ballad Wasting Love door veel fans als Maiden-onwaardig bestempeld. De muziekpers was ook verdeeld, maar echt afgekraakt werd het album niet. Dat slechts twee songs van de plaat na 1993 op de setlist stonden (Afraid To Shoot Strangers en Fear Of The Dark) is ook veelzeggend.

In 1995 kwam een geremasterde versie van de cd uit, met een bonus-cd met zeven songs. Deze disc opent met een nieuwe song, Nodding Donkey Blues getiteld (geschreven door alle bandleden), een cover van Montrose (Space Station No. 5, inclusief een verborgen track: Bayswater Ain’t A Bad Place To B), een Budgie cover (I Can’t See My Feelings) en Roll Over Vic Vella (parodie op Chuck Berry’s Roll Over Beethoven, met nieuwe tekst van Steve Harris). Verder staan er drie live-opnames op.

Drie songs van het album werden op single uitgebracht: Be Quick Or Be Dead (wat een redelijke hit was), From Here To Eternity en Fear Of The Dark. Het album bereikte heel wat albumlijsten, zoals in Australië (nummer 11), Duitsland (5), Finland (4), Japan (11), Nederland (16), Noorwegen (6), Oostenrijk (8), Verenigd Koninkrijk (nummer 1!), Verenigde Staten (12) en Zweden (6).

Wereldtournee
Na de release ging Iron Maiden vanaf begin juni 1992 uitgebreid toeren om het album te promoten. Na een concert in Norwich trok de band naar Reykjavik in IJsland, waarna een uitgebreide serie Amerikaanse en Canadese concerten volgde, die tot 17 juli duurde. Vijf dagen later begon het Zuid-Amerikaanse gedeelte, met optredens in Chili, Uruguay, Argentinië en Brazilië. Per 1 augustus begon het Europese deel, met zowel openluchtconcerten in o.m. Castle Donington en Mannheim, als ook indoor (‘arena’ concerten), zoals in Brussel, Kopenhagen, Helsinki, Stockholm en Oslo. In september was de band ook in ons land te zien, in de Brabanthallen in Den Bosch en daarnaast in Frankrijk, Spanje en Zwitserland. In oktober was Maiden weer terug in Zuid Amerika, met meerdere concerten in Mexico-stad en in Venezuela, waarna Nieuw-Zeeland en Australië werden aangedaan, gevolgd door zeven concerten in Japan.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

50 jaar oud: Are You Experienced? van The Jimi Hendrix Experience

Op 12 mei 1967 werd het debuutalbum van The Jimi Hendrix Experience uitgebracht onder de titel Are You Experienced? op het Track-label in het Verenigd Koninkrijk en de rest van Europa en op 23 augustus op Reprise Records in de Verenigde Staten. Het Amerikaanse-Britse powertrio bestond uit gitarist/zanger Jimi Hendrix, bassist Noel Redding en drummer Mitch Mitchell. Het wordt over het algemeen beschouwd als een van de beste debuutalbums ooit. Are You Experienced? was niet alleen Hendrix’ eerste langspeler, het was tevens de eerste lp op het Track-label.

De opnamesessies waren tussen 23 oktober 1966 en 4 april 1967 in drie verschillende Londense studio’s: De Lane Lea, CBS Studios (Bond Street) en Olympic Studios. Hendrix’ ontdekker en manager Chas Chandler (ex-bassist van The Animals) produceerde het album. Veel van de songs die de band in de beginperiode opnam kwamen niet op het album terecht, maar werden op single uitgebracht. Hierbij gaat het om Hey Joe/Stone Free, Purple Haze/51st Anniversary en The Wind Cries Mary/Highway Chile. Al deze songs kwamen later op Hendrix-albums uit.

Voor de opnametechniek zijn de volgende mannen verantwoordelijk: Dave Siddle (op Manic Depression, Can You See Me, Love Or Confusion, I Don’t Live Today, Fire, Remember, Hey Joe, Stone Free, Purple Haze, 51st Anniversary en The Wind Cries Mary), Eddie Kramer (op The Wind Cries Mary, Are You Experienced? en Red House; aanvullende  opnametechniek op Love Or Confusion, Fire, Third Stone From The Sun en Highway Chile) en Mike Ross (op Foxy Lady, Red House en Third Stone From The Sun).

Verschillende versies
Er zijn twee versies van het album, de Brits/internationale en de Amerikaanse, die dus ruim drie maanden later werd uitgebracht. Op de Amerikaanse versie staan enkele songs die niet op de Britse voorkomen, zoals Hey Joe, Purple Haze en The Wind Cries Mary. Deze drie songs waren in Europa wel als singles uitgebracht en in 1967 was het min of meer gewoon om singles juist niet op de langspeelplaat te zetten.

De originele internationale uitgave bevat de volgende songs, allemaal geschreven door Jimi Hendrix: Kant A opent met Foxy Lady, gevolgd door Manic Depression, Red House, Can You See Me, Love Or Confusion en I Don’t Live Today. Kant B: May This Be Love, Fire, Third Stone From The Sun, Remember en afsluiter Are You Experienced? De totale speelduur is 40:12. De Amerikaanse versie bevat één cover en verder uitsluitend Hendrix-composities. Kant A begint met Purple Haze, gevolgd door Manic Depression, Hey Joe (Billy Roberts), Love Or Confusion, May This Be Love en I Don’t Live Today. Kant B: The Wind Cries Mary, Fire, Third Stone From The Sun, Foxy Lady (ook vaak foutief als Foxey Lady vermeld) en afsluiter Are You Experienced?

Beide versies van AYE werden in eerste instantie in mono uitgebracht, later in ‘enhanced stereo’, wat in feite twee keer mono betekent met een klein beetje vertraging, zodat het wat ruimtelijker klinkt. Deze truc werd in die tijd wel vaker toegepast, ook omdat de meeste platenspelers nog monogeluid produceerden en degene die wel al een stereo pick-up hadden, waren nog niet zo ervaren als de generaties hierna. Tegenwoordig zouden we dit ‘fake stereo’ noemen.

De hoes van de Britse versie werd ontworpen door Chris Stamp; het betreft een kleurenfoto (gemaakt door Bruce Fleming) van de drie muzikanten met Jimi in het midden en de albumtitel zowel links als rechts van Jimi. De bandnaam staat er niet op. Jimi was niet tevreden met deze hoes en wilde voor de Amerikaanse versie een andere, meer psychedelisch uitziende look hebben. Deze hoes is geel van kleur met in het midden een inderdaad psychedelische foto van de bandleden, gemaakt met een fish-eye lens. Hierop staat de bandnaam wel vermeld, samen met de albumtitel in psychedelische lettertypes. Jimi’s toenmalige vriendin had zijn kapsel zodanig aangepast, dat het leek op een afro kapsel, iets wat Noel en Mitch ook graag wilden hebben, vandaar dat ze alle drie met een gelijksoortige haardracht op de foto kwamen.

Op 5 mei 1967 werd de single The Wind Cries Mary uitgebracht, terwijl Purple Haze op dat moment nog stevig in de top drie stond, iets wat erg bijzonder was, want doorgaans werd een nieuwe single op z’n vroegst uitgebracht als de voorgaande gezakt was in de hitparades. Ook bijzonder was dat beide songs erg van elkaar verschillen (een ballad ten opzichte van een rocksong), maar volgens co-manager Chris Stamp deden ze dit expres, om zo te laten ‘zien’ hoe veelzijdig Jimi Hendrix was.

Ontvangst
De muziekpers was heel enthousiast over AYE en tot op de dag van vandaag wordt het album tot een van de allerbeste debuutplaten ooit gerekend. In het Verenigd Koninkrijk werden ruim 100.000 exemplaren verkocht, goed voor een gouden plaat. In de VS gingen er vijf miljoen over de toonbank, wat resulteerde in vijf platinaonderscheidingen.

Are You Experienced? werd oorspronkelijk dus in mono uitgebracht op vinyl, 8-track, ‘reel to reel’ tape en muziekcassette, later dus ook in fake stereo. In 1985 kwam het album voor het eerst op cd uit, in West-Duitsland, op Polydor. In 1990 kwam de Amerikaanse cd uit op Reprise Records, in een geremasterde versie, hetzelfde gebeurde in 1991 met de internationale versie. De geremasterde cd-versies kwamen sindsdien regelmatig uit op verschillende labels, zoals MCA, Universal, Legacy, Sony Music en Experience Hendrix. Sinds 2010 is AYE ook weer op vinyl uitgebracht door onder meer Experience Hendrix (= de erfgenamen van Jimi).

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

45 jaar geleden: Rory Gallagher brengt Live In Europe uit

Op 14 mei 1972 werd het eerste live-album van de Ierse bluesrockgitarist/zanger Rory Gallagher (1948-1995) uitgebracht, onder de titel Live In Europe. De plaat verscheen op het Polydor-label. Het was het derde album van Rory sinds hij in 1970 de band Taste had verlaten.

Rory had al sinds de Taste-jaren een geweldige live-reputatie opgebouwd en het lukte hem maar niet om de energie en sound van die optredens vast te leggen op de twee studioplaten Rory Gallagher en Deuce (beide uit 1971). Vandaar dat besloten werd om meerdere optredens tijdens de Europese tournee in het voorjaar van 1972 op te nemen en uit die opnames de beste songs te selecteren voor de eerste liveplaat. Op het album staan opnames van deze concerten: 5 februari 1972, Luton College, Luton, Engeland, 12 februari 1972, Teatra Lirico, Milaan, Italië, 14 februari 1972, Space Electronic Club, Florence, Italië en 5 maart 1972, Scala Cinema, Ludwigsburg, Duitsland. De muzikanten op Live In Europe zijn Rory Gallagher (elektrische en akoestische gitaren, mondharmonica, mandoline, zang), Gerry McAvoy (basgitaar) en Wilgar Campbell (drums).

Het album
Uit de gemaakte opnames werden zeven songs geselecteerd, waarvan twee door Rory zelf geschreven: Laundromat (van Rory Gallagher) en In Your Town (van Deuce). De andere vijf songs zijn niet eerder door hem op plaat gezette covers. Deze keuze is heel bijzonder, want de meeste artiesten en bands die met een liveplaat kwamen, selecteerden vooral de liveversies van eerder op studioplaten opgenomen songs. Rory zelf verzorgde de productie, terwijl Alan Perkins de techniek deed. Rory’s broer (en sinds zijn overlijden tevens degene die zijn zakelijke belangen behartigt) Donal Gallagher wordt als uitvoerend producent (executive producer) vermeld. De hoesfoto is van de beroemde popfotograaf Mick Rock (wereldberoemd is zijn groepsfoto van Queen, waaruit de videoclip van Bohemian Rhapsody is ontstaan).

Kant A opent met twee rockers, Messin’ With The Kid (geschreven door Junior Wells), gevolgd door Laundromat, hierna de mooie bluesballad I Could’ve Had Religion (traditional) met mooi slide-gitaarwerk en mondharmonicaspel en het akoestische Pistol Slapper Blues (Blind Boy Fuller), waarop hij akoestische gitaar en mondharmonica speelt. Kant B begint met het eveneens akoestische Going To My Hometown (traditional), waarop Rory mandoline speelt en het publiek lekker meedoet, hierna de langste (9:30) song, de rocker In Your Town met opnieuw slide-gitaar en tenslotte de afsluiter Bullfrog Blues (traditional), een song die hij sindsdien bij vrijwel elk optreden speelde. De drie traditionals zijn gearrangeerd door Rory zelf. De totale speelduur is 45:42.

Live In Europe kwam in 1972 uit op vinyl, in sommige landen met klaphoes, in andere als enkele hoes. Ook op muziekcassette kwam het album uit. In 1989 kwam de eerste cd-versie uit, in Japan. Pas tien jaar later kwam de cd in de rest van de wereld uit, in een geremasterde versie, op Capo Records (het eigen label van Rory) en RCA. Op deze uitgave staan twee extra tracks, What In The World en Hoodoo Man (beide door Rory gearrangeerde traditionals), deze versie duurt 59:24. In 1991 werd Live In Europe samen met het live-album Stage Struck (1980) als dubbelalbum uitgebracht. Vreemd genoeg zonder de hiervoor genoemde extra tracks. In 2008 kwam de boxset The Essential Rory Gallagher (BMG) uit, waarin Live In Europe ook is opgenomen. Via Music In Vinyl is het album in 2010 ook weer op vinyl uitgebracht.

De meeste critici waren en zijn enthousiast over het album; het leverde Rory zijn eerste top tien notering op en zijn eerste gouden plaat. Na de release was het succes van zijn solocarrière een feit. Ondanks diverse studioplaten bleek iedere keer weer dat zijn live-albums succesvoller waren. In Gallaghers band zat vrijwel altijd bassist Gerry McAvoy, de man die al enkele jaren met zijn Band Of Friends een eerbetoon brengt aan Rory, samen met oud-Rory drummer Ted McKenna en onze landgenoot Marcel Scherpenzeel op gitaar en zang.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder