Archief

Wende wordt huiskunstenaar van Carré

Vanaf dit seizoen gaan Carré en multi-talent Wende Snijders een artistiek huwelijk aan. Wende wordt huiskunstenaar van het gerenommeerde theater aan de Amstel. Ze betrekt een eigen werkplek in het theater en geeft er op 17, 18 en 19 mei 2018 volgend jaar een exclusieve reprise van haar bejubelde en uitverkochte voorstelling ‘Mens’.

‘Mens’ staat tot en met eind 2017 door het hele land in uitverkochte zalen. In 2018 speelt Wende deze voorstelling daarom op 17, 18 en 19 mei speciaal in Carré. Deze special is het eerste resultaat van het huiskunstenaarschap dat Wende dit seizoen start bij Carré. Ze betrekt haar eigen werkplek in het theater, direct naast de zaal die haar zo dierbaar is. Er liggen ideeën voor gezamenlijke projecten in de toekomst en Wende wordt betrokken bij de programmering. Carré wordt voor Wende haar creatieve thuis. Natuurlijk blijft Wende ook in andere zalen in Nederland en Amsterdam spelen.

Madeleine van der Zwaan, directeur van Carré: “Wende en Carré passen bijzonder goed bij elkaar. Elke dag van het jaar ontvangen we artiesten en brengen we hun werk en het publiek samen. Maar er zijn ook andere manieren om de creatieve dialoog tussen Carré en haar artiesten te intensiveren. Tijdens één van onze inspirerende gesprekken is het idee ontstaan om Wende een eigen werkplek, een thuis, te geven waar ze haar eigen projecten ontwikkelt en van waaruit ze naar buiten gaat. Wende is net zo veelzijdig en multidisciplinair als Carré. Een vakmens met een waanzinnige eigen energie; intens en authentiek. Een kunstenaar in huis creëert een permanent gesprek over kunst en kwaliteit. De scheiding tussen het maakproces en het tonen wordt kleiner en dat vind ik belangrijk. Wende is een verbinder en inspireert de mensen buiten en nu ook binnen Carré.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

35 jaar geleden: Van Halen brengt het album Diver Down uit

Na de commercieel en muzikaal succesvolle albums Van Halen (Runnin’ With The Devil), Van Halen II (Dance The Night Away), Women And Children First (Everybody Wants Some!!) en Fair Warning (So This Is Love?) was het moeilijk voor Van Halen om met een even zo goede, of nog betere, opvolger te komen. Diver Down, het vijfde studioalbum, verscheen in 1982 en ondanks het feit dat er geen hits op stonden, verbleef de plaat maar liefst 65 weken in de Amerikaanse charts.

Het album ging vier miljoen keer over de toonbank in Amerika. Toch is Diver Down is niet echt een populair Van Halen-album bij de fans en dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat vijf van de twaalf songs op het album covers zijn.

Diver Down leverde maar liefst vijf singles op, waarvan er drie covers zijn, namelijk Dancing In The Street (Marvin Gaye, William Stevenson en Ivy Jo Hunter), Pretty Woman (Roy Orbison) en Where Have All The Good Times Gone, dat natuurlijk oorspronkelijk van The Kinks is.

Diver Down bevat verder de drie korte instrumentale nummers Cathedral (1:20), Intruder (1:39) en Little Guitar Intro (0:42) en daarin spelen vooral de vaak onnavolgbare gitaarriffs, hooks en solo’s van Eddie Van Halen de hoofdrol. Helaas halen deze zeer korte gitaarstukken niet het niveau van een song als Eruption van het debuutalbum.

Van Halens zwakste album, volgens een aantal critici en fans, bevat dus slechts vier originele composities en dat zijn Hang ‘Em High, Secrets, Little Guitars en The Full Bug; deze nummers zijn allemaal gecomponeerd door alle vier de bandleden, dus David Lee Roth, Michael Anthony en de Van Halen broers Alex en Eddie. The Full Bug is waarschijnlijk nog wel de beste eigen compositie op Diver Down en dat nummer werd ook nog wel regelmatig live gespeeld, dit in tegenstelling tot de andere tracks, die niet of nauwelijks op de setlist terecht kwamen.

Diver Down is zeker geen slecht rockalbum, maar voor Van Halen-begrippen is het toch wel een beetje mager en ontbreekt de passie en het enthousiasme, dat trouwens op de opvolger 1984 wel weer aanwezig was. Denk maar aan fantastische nummers als Jump, Panama en Hot For Teacher.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

In memoriam: The Doors-toetsenist Ray Manzarek (1939-2013)

Ray Manzarek, door ons in februari nog verkozen tot een van de allerbeste rocktoetsenisten, was mede verantwoordelijk voor het unieke en wereldberoemde geluid van The Doors. De man achter de onsterfelijke orgelklanken in klassiekers als Light My Fire is gisteren op 74-jarige leeftijd overleden.

Manzarek, van Poolse afkomst, richt in 1965 The Doors op, samen met gitarist Robby Krieger, drummer John Densmore en natuurlijk zanger Jim Morrison. Laatstgenoemde is een medestudent van Manzarek aan de filmacademie van Los Angeles. De ontmoeting met Morrison is beroemd: de twee komen elkaar toevallig tegen op een strand in Californiё, waarop de toekomstige ‘Lizard King’ aan Manzarek een vroege versie van de latere Doors-klassieker Moonlight Drive laat horen.

De band bouwt snel na de formatie een behoorlijke live reputatie op en krijgt uiteindelijk een platencontract bij Elektra. Het titelloze debuutalbum uit 1967 geldt als een van de belangrijkste en beste platen uit de popgeschiedenis. De lp bevat historische composities als Light My Fire, Break On Through en The End, allen gedomineerd door de poëtische teksten en magische stem van Morrison, en het kenmerkende, door jazz en klassiek beïnvloedde orgelwerk van Manzarek. Tijdens de optredens van The Doors schittert de toetsenist in lange, wervelende solo’s en hij levert bij gebrek aan een vaste bassist ook de bastonen. In sommige gevallen neemt Manzarek zelfs de leadzang voor zijn rekening (zoals bij het enige optreden in Nederland in 1968).

In de turbulente jaren tot Morrisons overlijden in 1971 drukt Manzarek zijn stempel op fameuze Doors-songs als When The Music’s Over, Touch Me en Riders On The Storm. Na de dood van de leadzanger blijven Densmore, Manzarek en Krieger actief als The Doors. Zo nemen de toetsenist en gitarist de zang voor hun rekening op de niet bijster succesvolle lp’s Other Voices (1971) en Full Circle (1972). Manzarek start ook een solocarrière met het album The Golden Scarab (1973), inclusief gastbijdragen van beroemdheden als Patti Smith en Joe Walsh. In 1975 richt hij de kort bestaande band Nite City op.

In 1991 wordt The Doors ontdekt door een hele nieuwe generatie muziekliefhebbers, dankzij de gelijknamige speelfilm van Oliver Stone (met Val Kilmer als Morrison en Kyle MacLachlan als Manzarek). Achteraf uit de toetsenist flinke kritiek op het volgens hem onjuiste beeld dat Stone van Morrison schetst in zijn succesvolle film: “De film portretteert Jim als een gewelddadige, dronken idioot. Toen ik de bioscoop uitkwam, dacht ik: ‘Tjonge, wie is die eikel?’”

Manzarek staat later in zijn carrière zelf ook achter de camera, als hij de erotisch getinte speelfilm Love Her Madly (2000) regisseert. Ook schrijft hij zijn herinneringen aan zijn oude band op in Light My Fire: My Life With The Doors (1998) en brengt hij een tweetal romans uit. De herinnering aan The Doors wordt levend gehouden door Manzarek en Krieger, die in eerste instantie als The Doors Of The 21st Century toeren met The Cult-zanger Ian Astbury. Omdat ex-collega Densmore niet wil dat de oude bandnaam nog gebruikt wordt, gaan Manzarek en Krieger verder als Riders On The Storm en later Ray Manzarek And Robby Krieger Of The Doors.

Ondertussen blijft Manzarek met veel plezier terugdenken aan zijn tijd met Morrison. Zo zegt hij in een interview met The London Times: “Wat een geweldig gezelschap was hij als je met hem naar de pub ging om een paar biertjes te drinken. Morrison was perfect. Hij bleef me de afgelopen veertig jaar achtervolgen en ik mis hem nog steeds.”

Op maandag 20 mei 2013 overlijdt Manzarek aan de gevolgen van kanker in een ziekenhuis in Duitsland, in het bijzijn van zijn familie. Hij laat zijn vrouw Dorothy, twee broers en een zoon met drie kinderen na. Robby Krieger meldt in een statement: “Ik ben ontzettend verdrietig door het overlijden van mijn goede vriend en collega. Ik ben blij dat ik het afgelopen decennium het Doors-materiaal heb gespeeld met hem. Ray was een groot deel van mijn leven en ik zal hem altijd missen.”

Ook John Densmore reageert op het overlijden: “Er was geen toetsenist op aarde die beter paste bij de woorden van Jim Morrison. Ray, muzikaal klikte het helemaal tussen ons. Het was alsof we hetzelfde dachten terwijl we de basis vormden waarop Robby en Jim konden drijven. Ik zal mijn muzikale broeder missen.”

Een aantal collega-rockers reageert op Twitter op het tragische nieuws. Zo schrijft Aerosmith’s Joe Perry: “Het verlies van Ray Manzarek stemt me droevig. Hij is nu bij Jim. Ze betekenen nog net zo veel voor me als veertig jaar geleden.”

Bekijk ook onze lijst met de tien beste songs van The Doors.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Albumrecensie: Bruce Springsteen – High Hopes (2014)

High Hopes, het nieuwe studioalbum van Bruce Springsteen, was natuurlijk van tevoren al online te beluisteren, maar de officiële releasedatum is vandaag. Hoe goed is deze uit heropnames van eerder verschenen materiaal, covers en outtakes bestaande plaat?

Ik zal het gelijk maar toegeven: na het lezen van Springsteens liner notes over High Hopes waren mijn verwachtingen niet hooggespannen. Natuurlijk, de boxset Tracks (1998) en de Darkness On The Edge Of Town-outtakes op de dubbel-cd The Promise (2010) bevestigden eerder dat The Boss sommige van zijn beste nummers jarenlang op de plank hield, maar voor de opvolger van het ijzersterke Wrecking Ball (2012) vond ik het recyclen van niet gebruikt materiaal en eerder verschenen favorieten als The Ghost Of Tom Joad – aangevuld met een handvol covers – geen al te aantrekkelijk idee.

Gelukkig staat Springsteen bijna altijd garant voor kwaliteit en zo ook op zijn achttiende studioplaat, hoewel High Hopes zeker enkele miskleunen herbergt. Zo wordt het eerder genoemde The Ghost Of Tom Joad – zo mooi ingetogen gebracht op het gelijknamige album uit 1995 en tijdens de opening van zijn concert in Nijmegen vorig jaar – om zeep geholpen in een pompeuze duetversie met Tom Morello. Een vergelijkbare uitvoering was in 2009 te horen tijdens een concert ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige bestaan van de Rock And Roll Hall Of Fame, maar deze studio-opname voegt weinig tot niets toe aan een van de beste songs die Springsteen ooit schreef.

Morello, die ook in enkele tracks van Wrecking Ball meedeed, speelt een vrij grote rol op het album en aan de meeste tracks geven zijn stormachtige solo’s wel degelijk een emotionele lading. Zoals American Skin (41 Shots), een ijzingwekkende compositie die we al kennen van het livealbum Live In New York City (2001). Van die plaat was overigens ook het voor Wrecking Ball heropgenomen Land Of Hope And Dreams afkomstig, dus deze studioversie van American Skin voelt als een logisch vervolg.

De uitschieter is voor ondergetekende het stoere Harry’s Place, waarin de saxofoon van wijlen Clarence Clemons sterk bijdraagt aan de Sopranos-achtige sfeer. In sterk contrast met deze heftige gangstersong die The Rising (2002) destijds niet haalde, zijn de wat intiemere composities Down In The Hole en The Wall – die laatste gebaseerd op het verhaal van rockmuzikant en soldaat Walter Cichon, zoals Springsteen al in zijn liner notes uitlegde. Daar tegenover staat weer een net iets te luchtig en wat overdreven gezongen niemendalletje als Frankie Fell In Love.

High Hopes begint en eindigt met nummers van andere artiesten. Zo vormt de titelsong, origineel van The Havalinas, een energieke opener en een prima eerste single. Dit lied is net als sommige andere tracks niet onbekend bij Springsteenfanaten, want een eerdere versie verscheen op de ep Blood Brothers (1996). Het aangrijpende Dream Baby Dream, oorspronkelijk van de band Suicide, sluit de plaat in stijl af. De derde cover, Just Like Fire Would van de Australische band The Saints, klinkt alsof het lied uit zijn eigen pen kwam en zal het ongetwijfeld goed doen tijdens concerten van de onuitputtelijke heartlandrocker.

Hoewel zeker niet de meest consistente Springsteenplaat – moet je misschien ook niet verwachten van een album dat op een dergelijke wijze bij elkaar werd gesprokkeld – is High Hopes opnieuw een bevredigend werk van de 64-jarige superster. Net zoals eerdere releases als Human Touch (1992) en Working On A Dream (2009) duidelijk maakten, bevat een ‘mindere’ Springsteen nog steeds genoeg gloedvolle momenten waarvan veel andere rockartiesten – jong en oud – alleen maar kunnen hopen ooit datzelfde niveau te bereiken.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Patent Pending – Other People’s Greatest Hits

Patent Pending – Other People’s Greatest Hits

De poppunkers van Patent Pending staan erom bekend upbeat covers van hitsongs te spelen tijdens hun liveshows. Het is dan ook geen verrassing dat de band een coveralbum uitbrengt: “Other People’s Greatest Hits”. Nu is het nog de vraag of deze tien nieuwe rendities de originele versies eer aan doen.

Dit album hoef je niet heel serieus te nemen en bestaat vooral voor puur vermaak. Het beste voorbeeld hiervan is de cover “Never Gonna Give You Up”, origineel gezongen door Rick Astley. Wanneer je over het feit heen bent gekomen dat je zojuist bent ge-rickrolled, realiseer je jezelf al gauw dat het vooral een heel leuke cover is. Baanbrekend? Nee, dat is het niet. Maakt de track het je het wel heel moeilijk niet rond te dansen en mee te zingen? Jazeker.

De Spaanse sferen die eerder op het album te horen waren, komen terug op de cover van Ricky Martin’sLivin La Vida Loca”. De mix van harde gitaren en blaasinstrumenten is erg raar. Dit nummer, en de Spice Girls-cover, klinken dan ook misplaatst. Deze songs zijn duidelijk de zwakke schakels. Gelukkig maakt de band het goed met “All Time Low”, origineel van Jon Bellion. Aanstekelijke poppunkmelodieën en subtiele elektronische elementen zorgen voor een dansbaar geheel.

De band blijft bij “Mr. Brightside” vrij dichtbij de versie van The Killers. De toon van de cover is dan wel wat meer poppunk dan het origineel, maar de band doet toch eer aan dit bijna legendarische nummer. Op “Shape Of You”, origineel van Ed Sheeran, houdt de band zich net iets te veel in. Door meer durf te tonen had hij deze track net wat krachtiger kunnen maken. Verrassend genoeg weet de band dit precies goed te doen op de Miley Cyrus-cover “See You Again”. Duidelijk aanwezige gitaren, een ruig randje aan de stem van frontman Joe Ragosta en een knallend refrein maken dit afsluitende nummer een feestje.

Other People’s Greatest Hits” is dan wel niet perfect, maar wel erg catchy. De band blaast het merendeel van het album met succes nieuw leven in nieuwe en oude hits. Een perfect album om op te zetten op een warme zomerdag en luidkeels mee te brullen.

Beoordeling: 7,5/10
Releasedatum: 26 mei 2017
Platenlabel: Rude Records

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Flamenco Biennale 2017 met topgitaristen

De zesde Flamenco Biënnale Nederland vindt plaats in acht steden van 13 t/m 29 januari en zal opnieuw laten zien dat de eeuwenoude flamencokunst anno 2017 bruist van leven. Met nieuwe eigen creaties, samenwerkingen en coproducties, workshops en masterclasses, muziek, zang en dans. En natuurlijk véél gitaar! Behalve dat de gitaar in bijna iedere productie te horen zal zijn, treden ook een aantal flamencogitaargrootheden op.

In de gitaar van Pepe Habichuela ligt zestig jaar flamencogeschiedenis besloten, vol glorieuze momenten aan de zijde van grote zangers als Camarón de la Isla en Enrique Morente. In het Bimhuis-recital reist hij solo langs de belangrijkste momenten uit zijn carrière en zal hij samenspelen met Enrique ‘Kiki’ Morente Jr. die het erfgoed van zijn vader voortzet. In Grounds speelt hij een double bill met gitarist Alfredo Lagos.
Januari: 21, Bimhuis, Amsterdam; 22, Grounds, Rotterdam

Toen Rafael Riqueni in 2014 een grandioze rentree maakte werd hij bejubeld met “de nieuwe god van de flamencogitaar neemt plaats op zijn troon.” Hij komt voor twee concerten en twee workshopdagen naar de Flamenco Biënnale. Tijdens de concerten presenteert hij zijn nieuwe album ‘Parque De María Luisa’. In de workshops (steeds overdag) krijgen gitaristen de unieke kans om Riqueni’s techniek en compositietalent van dichtbij mee te maken. Aan de hand van zijn oeuvre ga je aan de slag met harmonie en compositie. Je kunt je inschrijven op niveau midden (meer dan vijf jaar ervaring) en gevorderd (meer dan zeven jaar ervaring).
Januari: 25, Bimhuis, Amsterdam; 27, Rasa, Utrecht; 28, Lloyd Hotel, Amsterdam (workshop); 29, Lloyd Hotel, Amsterdam (workshop); informatie en inschrijven workshops: [email protected] 



Ook Nederlandse flamencogitaristen zijn ruim vertegenwoordigd op de Flamenco Biënnale:
Tino van der Sman
presenteert zijn nieuwe album:  
Januari: 14, Rasa, Utrecht (Gala van de Nederflamenco); 15, Rotterdamse Schouwburg

En Tino van der Sman doet tevens concerten met Orquesta Chekara:
Januari: 19, De Doelen, Rotterdam; 20, Podium Mozaiek, Amsterdam; 21, Rasa, Utrecht; 22, De Roma, Antwerpen

Edsart Udo de Haes, die ook net een nieuwe plaat uit heeft (zie recensie in rubriek Output), brengt in het programma Tiempos Nuevos jazz en flamenco bij elkaar:
Januari: 20, TivoliVredenburg, Utrecht; 26, Nieuwe Regentes, Den Haag

Arturo Ramón speelt in het fusieprogramma Fado & Flamenco:
Januari: 18, De Doelen, Rotterdam; 22, Theater De Lieve Vrouw, Amersfoort; 27, De Nieuwe Regentes, Den Haag

Het programma van de Flamenco Biënnale is nog véél uitgebreider dan wat we hier kunnen vermelden. Voor het volledige programma in de acht steden, ga naar:

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Beck kondigt nieuw album ‘Colors’ aan

Het was even wachten, maar eindelijk beloont Beck ons geduld met een nieuw album dat op 13 oktober zal verschijnen. ‘Colors’ wordt Beck’s dertiende album en is de opvolger van ‘Morning Phase’, waarmee hij onder andere een Grammy Award voor Album van het Jaar in de wacht sleepte.

Twee tracks van Colors werden eerder al op de wereld losgelaten. In 2015 was er ‘Dreams’ en vorig jaar nog ‘Wow’. Gisteren verscheen de nieuwe track ‘Dear Life’. Beck is momenteel bezig met een headline-tour door de Verenigde Staten en zal daar binnenkort ook aansluiten als support act tijdens The Joshua Tree Tour 2017 van U2.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

25 jaar geleden: The Freddie Mercury Tribute vindt plaats in Wembley Stadium

Op maandag 20 april 1992 was het Tweede Paasdag, of zoals de Britten het noemen Easter Monday of ‘boxing day’, met ongekend prachtig weer in deze tijd van het jaar in Londen: zonnig en ver boven de twintig graden. Perfect dus voor een grotendeels openluchtconcert in het oude Wembley Stadium, ter ere van de op 24 november 1991 aan aids overleden Queen-zanger Freddie Mercury.

Onder de titel The Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness werd dit evenement door Brian May en Roger Taylor tijdens de uitreiking van de jaarlijkse Brit Awards in februari 1992 aangekondigd. Het concert was in zeer korte tijd volledig uitverkocht (72.000 kaarten!), terwijl nog niet bekend was welke artiesten en bands zouden optreden en dat in een tijd dat er nog geen sprake was van internet!

Het concert werd wereldwijd rechtstreeks op radio en televisie uitgezonden en de opbrengst van de tickets en de uitzendrechten ging naar de kort daarvoor opgerichte Mercury Phoenix Trust, een stichting die het bewustzijn over de ziekte aids en hiv wil vergroten en geld inzamelen voor aidsonderzoek. Ondergetekende was aanwezig bij dit evenement (na cash-betaling van een duur persticket in het Londense Queen-kantoor in een achteraf driehoog achtergebouw) en bezocht de avond ervoor een concert van Rush in de naastgelegen Wembley Arena (als je er toch bent… en er zijn nog kaarten, dan laat je dit natuurlijk niet voorbij gaan).

Paasmaandag begon dus zonnig en warm en alle metro’s, bussen, trams en straten waren vol concertbezoekers. Zoals het in het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk is, stond overal iedereen keurig in de rij voor de ingangen van het stadion. Het concert bestond uit twee delen. Het eerste deel bestond uit korte optredens van vooral heavy bands die duidelijk beïnvloed waren door de muziek van Queen in de beginjaren, hardrock dus.

Eerste helft
De opener, na een korte introductie door de drie overgebleven Queen-muzikanten Brian May, Roger Taylor en (haast onverstaanbaar) John Deacon, was het Metallica dat met een korte set van drie inmiddels bekende songs (Enter Sandman, Sad But True en Nothing Else Matters) opende en daarmee ongetwijfeld veel tv-kijkers liet schrikken, zo heeft ondergetekende in de dagen erna van veel mensen gehoord (‘wat een pokkeherrie!’, was dan vaak de opmerking die ik te horen kreeg). Hierna was het de beurt aan Extreme, die een mooie Queen-medley speelde en hun grote hit More Than Words, waarna Def Leppard de hits Animal en Let’s Get Rocked speelde en daarna samen met Brian May op gitaar Now I’m Here.

Live Aid-organisator Bob Geldof mocht zijn Too Late God zingen (géén hardrocksong), waarna de mannen van Spinal Tap hun The Majesty Of Rock (kan natuurlijk maar over één band gaan) speelden en tenslotte was het de beurt aan Guns N’ Roses met Paradise City en hun cover van Dylans Knocking On Heaven’s Door. De clip van deze uitvoering werd nadien heel veel vertoond, toen deze live-versie op single uitkwam en een grote wereldhit werd. Hierna volgde een toespraak van actrice Elisabeth Taylor en werden er op de grote videoschermen veel beelden van Freddie Mercury vertoond.

Tweede helft
Na de korte pauze begon het tweede gedeelte, waarin alle gastzangers en –muzikanten werden begeleid door de overgebleven Queen-muzikanten, aangevuld met extra muzikanten (o.m. vaste begeleider Spike Edney, Josh Macrae en Mike Moran) en een achtergrondkoor (o.m. Chris Thompson, bekend van Manfred Mann’s Earth Band). Tussen de optredens werd het podium door de hardwerkende roadies omgebouwd voor de volgende act, terwijl het publiek naar videobeelden kon kijken, uiteraard steeds met Mercury in de hoofdrol. De opzet was dat er Queen-songs werden gespeeld en gezongen door verschillende vocalisten die in 1992 in Engeland heel bekend waren, maar van sommige zal de naam anno 2017 niet veel of zelfs niets zeggen.

Het hoofdprogramma begon ook lekker stevig met Tie Your Mother Down, gezongen door Joe Elliott van Def Leppard en als extra gitarist Slash van Guns N’ Roses. De tweede vocalist kent vast iedereen: Roger Daltrey van The Who, die Black Sabbath-gitarist Tony Iommi bij zich had. Deze speelde eerst een stukje van Heaven And Hell en daarna het intro van Pinball Wizard, gevolgd door I Want It All. De derde act was de Italiaanse zanger Zucchero, die de ballad Las Palabras De Amor zong. Hierna werd het weer heavy (Queen is immers als hardrockband begonnen), met eerst Gary Cherone van Extreme met Hammer To Fall en daarna Metallica’s James Hetfield met Stone Cold Crazy. Beide werden op gitaar bijgestaan door Iommi. Een andere hardrocklegende kwam hierna, Led Zeppelins Robert Plant, die Innuendo zong met stukjes uit Led Zep-songs Kashmir en Thank You en daarna Crazy Little Thing Called Love.

Dan was het de beurt aan Brian May en vaste Queen-toetsenist Spike Edney, die de enige nieuwe song speelden: het ontroerende Too Much Love Will Kill You, dat een lang applaus opleverde. Paul Young deed hierna Radio Ga Ga, waarbij het hele stadion synchroon meeklapte. Who Wants To Live Forever werd vervolgens gezongen door Seal, die werd gevolgd door Lisa Stansfield die I Want To Break Free zong. David Bowie was de volgende ster die het podium betrad, samen met Annie Lennox (Eurythmics) zong hij het duet Under Pressure, waarbij Queens Roger Taylor als derde stem fungeerde. Bowie bleef staan en werd vergezeld door Ian Hunter en Mick Ronson èn Joe Elliott en Phil Collen van Def Leppard. Gezamenlijk werd All The Young Dudes gespeeld, de song die Bowie ooit schreef voor Mott The Hoople. Samen met Ronson zong Bowie zijn eigen Heroes, waarna hij midden op het podium knielde en daar het Onze Vader (The Lord’s Prayer) bad.

De volgende sterzanger was George Michael, die begon met de song ’39, wat altijd een meezinger bij Queen-concerten was tijdens het akoestische intermezzo. Samen met Lisa Stansfield zong hij de volgende song van het Innuendo-album, het ontroerende These Are The Days Of Our Lives. Zijn optreden besloot hij met een gospelachtige uitvoering van Somebody To Love. Natuurlijk kon Bohemian Rhapsody niet ontbreken en hiervoor was Elton John aangetrokken, die vanaf het heavy gedeelte werd vergezeld door Axl Rose. De lichtshow was identiek aan die tijdens de afgelopen Queen-tournees te zien was. Op de schermen zag en hoorde je Freddie tijdens het ‘operagedeelte’, zoals dat de afgelopen jaren ook het geval was/is bij de concerten van Queen+ Paul Rodgers en Adam Lambert.

Elton John zong hierna The Show Must Go On, begeleid door Tony Iommi op gitaar. Axl Rose deed hierna We Will Rock You. Zoals gebruikelijk werd dit gevolgd door We Are The Champions. Hiervoor was musicaldiva Liza Minelli (een van Mercury’s favoriete artiesten) vanuit Amerika naar Wembley gekomen. Samen met de meeste, zo niet alle, optredende artiesten werd de song wat uitgerekt en luidkeels meegezongen door het publiek. Als je goed keek zag je ook wat artiesten op het podium staan die niet hadden meegedaan. Hierbij doel ik op Klaus Meine en Rudolf Schenker van de Duitse Scorpions, die het vaak voor elkaar kregen om bij dit soort evenementen niet mee te doen en dan toch weer steeds in beeld te komen. Uiteraard was de laatste muziek die te horen was, de Queen-versie van het Britse volkslied God Save The Queen. Hiermee was dit evenement ten einde. Ondanks dat er ruim 72.000 mensen aanwezig waren, duurde het niet erg lang voordat het stadion leeg was en de bussen en metro’s vol. Voor degene die erbij was blijven de herinneringen aan een bijzondere gebeurtenis.

Van het door de BBC vastgelegde concert werd een VHS-videoband uitgebracht. Jaren later kwam er een dvd uit, met alleen het tweede gedeelte plus wat documentairemateriaal. In 2013 kwam er een blu-ray versie uit, op twee discs. Daarop het eerste èn het tweede deel plus documentaires, repetitie-opnames en een fotogalerij.


De tien meest memorabele optredens van de tweede helft, dus met Queen (Brian, John en Roger plus extra muzikanten als Spike Edney) als begeleiders:

10. Queen+ Robert Plant – Innuendo

Zelf was Robert Plant niet tevreden over zijn optreden, waardoor deze niet op de officiële videoband, dvd en (later) blu-ray disc gezet mocht worden. Maar ja, het is wel rechtstreeks op televisie geweest en dus door veel muziekliefhebbers opgenomen en dus gelukkig veelvuldig op YouTube te vinden. Het is de enige keer dat Queen deze prachtige titelsong van het laatste album met Freddie Mercury live uitvoerde. Sindsdien is dit niet gebeurd, dus ook niet met Paul Rodgers en Adam Lambert als leadzangers, maar wie weet verrast de band ons in november door het nu wèl te doen. Als je de versie van The Dutch Queen Tribute hebt gehoord, dan weet je dat dit een geweldig nummer is om live te horen. Want eerlijk is eerlijk, Innuendo behoort tot de allerbeste songs die Queen ooit op plaat zette!

9. Queen+ James Hetfield – Stone Cold Crazy

Metallica coverde deze song van het derde Queen-album Sheer Heart Attack al vaker, nu met Black Sabbath’s Tony Iommi op gitaar.

8. Queen+ Roger Daltrey – I Want It All

De leadzanger van The Who zingt deze Queen-klassieker van het album The Miracle, ook begeleid door Tony Iommi.

7. Brian May – Too Much Love Will Kill You

Ontroerend moment voor de Queen-fans toen Brian deze song voor het eerst zong en speelde. Je kon haast een speld horen vallen in het immense stadion. Iedereen dacht dat de song over Freddie ging, pas later werd bekend dat de huwelijksproblemen van Brian het onderwerp zijn. May bracht de song in een studioversie op single uit en op zijn soloalbum Back To The Light. Freddie heeft de song ook gezongen en deze versie staat op het album Made In Heaven.

6. Queen+ Gary Cherone – Hammer To Fall

Extreme-zanger Gary Cherone mocht samen met Queen èn Tony Iommi deze populaire rocksong van het album The Works zingen. Gary was hier overduidelijk heel enthousiast over.

5. Queen+ David Bowie & Annie Lennox – Under Pressure

De enige single van Queen met een gastzanger was Under Pressure. Het duet van Freddie en David Bowie werd een grote hit en de verrassende keuze om Bowie aan Annie Lennox te koppelen bleek een terechte.

4. Queen+ Lisa Stansfield – I Want To Break Free

Tegenwoordig kent men haar nog amper, maar Lisa Stansfield sloeg zich met verve door deze grote Queen-hit heen.

3. Queen+ Ian Hunter & David Bowie –  All The Young Dudes

De enige niet-Queen song in deze lijst is deze door Bowie voor Mott The Hoople geschreven song. Queen toerde in de beginjaren als voorprogramma met Mott The Hoople en zingt erover in Now I’m Here. Zanger Ian Hunter en schrijver David Bowie worden vergezeld door gitarist Mick Ronson (ex- Spiders From Mars en oud-partner van Hunter in The Hunter-Ronson Band) en door Joe Elliott en Phil Collen van Def Leppard.

2. Queen+ Elton John & Axl Rose – Bohemian Rhapsody

Velen denken dat dit de afsluiter van het concert was, maar dat is niet zo. Dat was, zoals bij alle Queen-concerten sinds de jaren tachtig We Are The Champions (die nu werd uitgevoerd door o.m. Liza Minelli, Elton John en Axl Rose). Elton en Axl hadden volgens diverse bronnen niet gerepeteerd om deze Queen-klassieker te zingen (ze schenen elkaar niet zo te liggen), maar desondanks was het een spectaculaire uitvoering, waarbij ze aan het eind zelfs hand in hand stonden te zingen!

1. Queen+ George Michael – Somebody To Love

Voor velen het onbetwiste hoogtepunt van de dag, deze gospelachtige uitvoering van deze klassieker die ooit op het album A Day At The Races verscheen. Deze versie van Queen+ George Michael en The London Community Gospel Choir werd kort na het concert op single uitgebracht en werd een grote wereldhit. Vandaar de terechte nummer één!

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

In memoriam: Uriah Heep-bassist Trevor Bolder (1950-2013)

Trevor Bolder was de laatste decennia van zijn leven vooral bekend als bassist van Uriah Heep, maar zijn bekendste platen maakte hij met David Bowie als onderdeel van The Spiders From Mars. Gisteren overleed de 62-jarige muzikant na een gevecht tegen alvleesklierkanker.

Iets meer dan een jaar geleden zag ik Bolder nog optreden met Uriah Heep in het Arnhemse Luxor Live. Een man die op het podium erg bescheiden overkwam, maar met zijn melodieuze en uitermate goed getimede basspel zoals altijd de nodige indruk wist te maken. Op dat moment was er nog niets te merken van de moeilijke tijd die voor Bolder in het vooruitzicht lag.

Trevor Bolder leerde halverwege de jaren 60 Mick Ronson kennen, omdat beiden actief waren in de muziekscene van hun woonplaats Hull. “We zaten in rivaliserende bands”, zei Bolder in een interview uit 1993. “Ik speelde Muddy Waters-achtige R&B en hij kwam met The Rats meer in de buurt van The Yardbirds en Cream.” In 1969 richtte Ronson na het uiteenvallen van The Rats samen met drummer Mick Woodmansey de band Ronno op, waarbij Bolder zich als bassist voegde. “Ik had daarvoor nooit gedacht dat wij ooit samen zouden gaan spelen”, aldus Bolder in 1993. Van Ronno kwam uiteindelijk niets, maar de carrière van het drietal stond wel degelijk op het punt een ommezwaai te maken.

Die ommezwaai kwam in de vorm van een telefoontje van David Bowie. Ronson en Woodmansey hadden op The Man Who Sold The World (1970) al met hem samengewerkt, en voor opvolger Hunky Dory ging ook Bolder mee de studio in. Het was het begin van de band die een album later bekend zou gaan staan als The Spiders From Mars. In die hoedanigheid speelde Bolder op platen als Ziggy Stardust, Aladdin Sane en Pin Ups. Ook met blaasinstrumenten kon hij overweg, zoals te horen is aan het trompetspel op Hunky Dory (1971). In 1975 maakte The Spiders From Mars (inmiddels zonder Ronson) nog een eigen, titelloos album.

In 1976 voegde Bolder zich bij Uriah Heep, waar hij John Wetton verving. Met die band zou hij uiteindelijk de rest van zijn leven spelen, op een kleine pauze in 1982 na toen hij kortstondig de bas ter hand nam bij Wishbone Ash (waar hij opmerkelijk genoeg opnieuw de plaats van John Wetton innam). Sinds 1983 is hij weer fulltime lid van Uriah Heep en speelde mee op alle platen van de band. Ook produceerde hij het album Different World uit 1991 en deed hij de leadzang op de nummers Fear Of Falling en Lost.

In januari van dit jaar werd de bassist plotseling vervangen bij Uriah Heep, waarna de band liet weten dat ze Trevor een spoedig herstel toewensten. Geruchten over een mogelijke hartaanval staken de kop op, maar een maand later liet de muzikant zelf in een interview weten dat hij geopereerd was in verband met alvleesklierkanker. Hij hoopte toen binnen een aantal maanden weer met de band op het podium te kunnen staan en gaf aan zelfs een Spiders Of Mars-reünie in de planning te hebben, maar dat mocht allemaal niet zo zijn. Op 21 mei overleed de 62-jarige muzikant.

Zowel fans als collega’s reageerden bedroefd op de dood van Bolder. Uriah Heep laat weten: “Trevor was één van de beste en meest invloedrijke bassisten die Groot-Brittannië heeft voortgebracht. (…) Hij was bovendien een dierbare vriend.” Ook David Bowie reageerde via zijn Facebook-pagina op het overlijden: “Trevor was een geweldig muzikant en een ware inspiratie voor elke band waar hij mee werkte. Maar hij was vooral een toffe gozer, een groot man.”

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder

Albumrecensie: Transatlantic – Kaleidoscope (2014)

Aan het einde van 2013 verscheen de nieuwe single/video Shine van supergroep Transatlantic – bestaande uit Neal Morse (Spock’s Beard), Roine Stolt (Flower Kings), Mike Portnoy (o.a. Dream Theater) en Pete Trewavas (Marillion) – online. Veel fans waren bang dat het nieuwe album zou gaan klinken als Shine. Gelukkig is dat niet het geval.

The Whirlwind, het vorige album, verraste vriend en vijand omdat er slechts één nummer van maar liefst 77 minuten speeltijd op stond. Kaleidoscope, het vierde Transatlantic-album, herbergt vijf nieuwe songs die helaas niet allemaal weten te overtuigen. Muzikaal is er zeker niet zo veel veranderd, dus als The Whirlwind je niet echt aansprak, dan zal ook Kaleidoscope niet in je top 10 van 2014 belanden.

Het al genoemde Shine zal ondertussen bij de fans wel een bekend nummer zijn. Een typische melodieuze Transatlantic-song die perfect in het grote geheel van het album past. Shine opent met sitargeluiden en het mooiste van deze song is de gevoelige gitaarsolo van Stolt (ook bekend van Flower Kings).

Openingsnummer Into The Blue klokt 25 minuten en is verdeeld in vijf aparte stukken. Het geheel komt pas echt op stoom na een drietal minuten instrumentaal ‘gepiel’. Into The Blue wordt verder gekenmerkt door de emotionele zang van Morse, de zwevende gitaarsolo’s van Stolt en de karakteristieke melodieën die al bekend zijn van de eerste drie Transatlantic-albums. Daniel Gildenlow’s vocale assistentie in het vijfde gedeelte Written In Your Heart zorgt voor een zeer aangename afwisseling in het midden van deze epische track. Qua tekst is Into The Blue het meeste religieuze nummer op dit album en dat zal dan ook voor bepaalde luisteraars – zoals ondergetekende – even doorbijten zijn.

Het andere epische stuk, mijn favoriete nummer van het album, is de titelsong, waarvoor je ruim 31 minuten moet reserveren. Kaleidoscope is puur Transatlantic en tevens de perfecte afsluiter van dit album. Het is een zeer gevarieerd nummer, melodieus en vooral de wisselwerking tussen de vocalen van Morse en Stolt is uitzonderlijk mooi te noemen. Het instrumentale Lemon Looking Glass is hét hoogtepunt van dit album, want daar gaat het progkwartet helemaal los. Vooral de gitaarsolo van Stolt is weer fenomenaal.

Black As The Sky doet denken aan Mystery Train van Transatlantic’s debuutalbum SMPT:e, dus een stevig rocknummer zonder al te veel poespas. Het door alle vier de heren gezamenlijk gezongen refrein is zeer pakkend. Helaas bevat het album ook een complete muzikale misser. Beyond The Sun is namelijk weer zo’n oervervelende pianoballade zoals alleen Morse ze schrijven kan. Dit lied roept bij mij herinneringen op aan het ABWH (Anderson, Bruford, Wakeman, Howe)-project en hoort eigenlijk gewoon op een soloalbum van Morse thuis.

Ondanks het feit dat alle melodieën, arrangementen en composities bekend in de oren klinken en Transatlantic zich lijkt te herhalen qua muzikale thema’s, is Kaleidoscope een goed progrockalbum. Vooral de fans zal dit album zeker bekoren en ook ik kan niet wachten om de band weer live aan het werk te zien in Tilburg op 13 en 14 maart as.

U kunt meer van het nieuws op de bron lezen

Lees verder